Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vierbaans genot

Home

Henny de Lange

Mensen vinden snelwegen vaak lelijk. Architect Wilfried van Winden niet. Hij roemt de schoonheid van het asfalt.

De liefde van architect Wilfried van Winden voor de snelweg moet begonnen zijn, denkt hij zelf, toen hij als jongetje begin jaren zestig met zijn ouders op vakantie ging naar Duitsland. Het was de tijd van de wederopbouw. Elke vakantie waren er weer nieuwe stukken Autobahn, viaducten en bruggen klaar. Ongelooflijk mooi vond hij het om te kijken naar een viaduct in aanbouw. „Hoe die delen van twee kanten in het midden samenkomen, dat dat zomaar kan.” Lang heeft hij geaarzeld of hij civiel ingenieur zou worden, landschapsarchitect of gewoon architect. Het liefst wilde hij bruggen en wegen ontwerpen, maar toen hij hoorde dat dat maar voor een enkeling is weggelegd, koos hij voor bouwkunde in Delft. De opleiding landschapsarchitectuur in Wageningen bood naar zijn smaak te weinig esthetica.

Als je Wilfried van Winden (1955) achter het stuur van zijn Alfa Romeo Brera ziet rijden over de A13 van Delft – waar zijn kantoor is gevestigd – naar Rotterdam, heeft hij nog steeds iets weg van het jongetje van toen. Enthousiast wijst hij op de ’prachtige flauwe curves’ die de weg maakt en de belijning van de vangrails. Als bijna ’bovenzinnelijk’ beschrijft hij het gevoel dat hem bevangt als de snelweg stijgt en er even niets meer van de omgeving is te zien, uitgezonderd wat boomkruinen en hoogbouw in de verte. Het is alsof je dan zo de lucht inrijdt. Hij wijst op een flat ter hoogte van Rotterdam-Schiebroek, onder de dagelijkse berijders van de A13 beter bekend als de Mercedesflat (vanwege de reclame van deze autofabrikant op het dak). Ooit stond het penthouse te koop en wat was hij daar graag gaan wonen. „Elke dag uitzicht op de snelweg en ook nog eens op het vliegverkeer van en naar de Rotterdamse luchthaven.” Maar hij zag er vanaf toen bleek dat het ging om het penthouse aan de achterkant dat niet het, volgens hem, fraaie uitzicht biedt.

Van Winden heeft uitgebreid onderzoek naar autosnelwegen gedaan. Ooit reed hij gedurende een maand over alle Duitse Autobahnen. Ook de Nederlandse snelwegen bestudeerde hij allemaal vanuit zijn auto. Samen met stedebouwkundige Wim Nijenhuis schreef hij er een boek over: ’De diabolische snelweg’, dat bijna kan worden gelezen als een ode aan de snelweg en afrekent met het ’misverstand’ dat de ontwerpers alleen maar oog hadden voor verkeerstechniek en -veiligheid en niet voor de schoonheid van de weg.

In het boek worden acht stukken autosnelweg uitvoerig besproken en geanalyseerd. Het zijn wat betreft ontwerp en bouw hoogtepunten op de Nederlandse wegenkaart, zegt Van Winden. Over de vraag welke snelwegen hij lelijk vindt, moet hij lang nadenken. Verder dan de A58 tussen Tilburg en Eindhoven ’met allemaal van die rechte stukken’ komt hij niet. „De meeste snelwegen zijn gewoon mooi, maar hun schoonheid gaat wel vaak verloren door al het getrut aan de weg.” Van Winden is een voorstander van zoveel mogelijk eenheid. Voor hem geen viaducten in opvallende kleuren of andere frivoliteiten. Een rustige uniforme vormgeving volstaat. Het wisselende landschap zorgt voor de herkenbaarheid.

Zijn bewondering voor de schoonheid van de snelweg wordt vaak niet begrepen. Veel mensen vinden autowegen lelijk en uitsluitend nuttig om zo snel mogelijk van A naar B te komen, voor zover er geen files staan. Maar Van Winden kan echt genieten van een autorit. De verslaggeefster zit dan ook binnen de kortste keren in zijn Alfa Romeo voor een rit naar de noordrand van de Ruit van Rotterdam (zoals de ringweg rondom de stad wordt genoemd), met als hoogtepunt het Kleinpolderplein met zijn ratjetoe van ongelijkvloerse kruisingen, en als toetje het ’moordenaarsbochtje’. De noordrand, het gedeelte van rijksweg 20 tussen het Kleinpolderplein en het Terbregseplein wordt door Rijkswaterstaat betiteld als een ’planologisch ongeval’. De weg ligt grotendeels ingeklemd tussen woongebieden, industrieterreinen, een kanaal, spoorweg en rangeerterrein. Veel mensen vinden het niet prettig om hier te rijden, weet Van Winden. Hij roemt daarentegen de ’grootstedelijke kwaliteit’ van dit stuk snelweg.

Dat er weinig oog is voor de schoonheid van de snelweg, komt volgens Van Winden door gebrek aan kennis over hoe ze zijn ontworpen en aangelegd. „Er wordt vaak gedacht dat de snelwegen puur op grond van functionele overwegingen ontworpen zijn en dat schoonheid geen rol heeft gespeeld in het ontwerp.” Dat misverstand wil Van Winden uit de weg ruimen. Het ontwerpen van snelwegen in Nederland kent wel degelijk een esthetische traditie. In hun boek tonen Nijenhuis en Van Winden aan dat Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer niet alleen streefden naar veilige, maar ook naar mooie wegen in het landschap. Met name Rijkswaterstaat-ingenieur K. E. Huizinga heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Zijn motto was: een weg moet boeien zonder te vermoeien. Na de Tweede Wereldoorlog stond Huizinga in contact met de Duitse ingenieurs die in de jaren dertig voor de nazi’s de Autobahnen ontwierpen. Die hadden een voorkeur voor snelwegen die met vloeiende curves in het landschap worden geplooid, omzoomd door bossen. Het merendeel van de Nederlandse snelwegen is volgens Van Winden volgens dit principe aangelegd.

Net na de oorlog konden de Nederlandse snelwegontwerpers het natuurlijk niet verkopen dat ze zich lieten inspireren door de Duitse Autobahnontwerpers. Daarom noemde Huizinga dit snelwegmodel op z’n Amerikaans ’parkway’. Daarnaast heb je dan ook nog de ’autonome’ snelweg, die meestal kaarsrecht het landschap in tweeën snijdt. Vaak volgen deze rechte wegen de verkaveling van de polders en worden ze omzoomd door rijen populieren, zoals bijvoorbeeld het geval is bij rijksweg 6 van Lelystad naar de Randstad. Oorspronkelijk was het de bedoeling deze kaarsrechte weg in te pakken in een dikke rij eiken, die de automobilist het gevoel moest geven dat hij door een poort vanuit de polder de Randstad inreed. Van Winden betreurt het dat slechts een klein deel van de snelweg is aangelegd volgens dit oorspronkelijke plan.

Veel populairder bij de Nederlandse wegenontwerpers is de parkway, waarbij de weg zich met flauwe curves plooit in het landschap en de begroeiing langs de weg aansluit bij de omgeving. Eén van de mooiste parkways is de A58 tussen Bergen op Zoom en Vlissingen, vindt Van Winden. „Je wordt haast gewiegd door deze weg met zijn mooie, flauwe krommingen, waarbij het hoogteverschil tussen de bossen bij Bergen op Zoom en de polders bij Hoogerheide je ook nog eens een prachtige ervaring biedt: ineens duik je vanuit de bossen de diepte van de weidse polder in.” Hij heeft dan vaak de neiging om het gaspedaal nog even extra in te trappen. Diezelfde sensatie ervaart hij ook op rijksweg 50 bij Renkum en op rijksweg 1 bij het Naardermeer. Het kan ook gevaarlijk zijn, als de ontwerper is doorgeslagen met zijn curves, zegt Van Winden. Dat is bijvoorbeeld het geval op de Autobahn bij de Chiemsee in Duitsland, waar hij haast het gevoel krijgt de tango te dansen met zijn auto.

Van Windens pleidooi voor de schoonheid van de snelweg staat haaks op de klaagzangen van de afgelopen jaren over de verrommeling van het landschap langs de snelwegen. In 2000 werd er zelfs een aparte leerstoel ’mobiliteitsesthetiek’ aan de TU Delft opgericht. Doel: onderzoek naar het mooier maken van de snelwegen. Ook kwam er een rijksadviseur voor de infrastructuur die net als de rijksbouwmeester de overheid gevraagd en ongevraagd adviseert. Hun invloed en macht zijn echter beperkt, constateert Van Winden, omdat Rijkswaterstaat de echte baas is. „Maar helaas zijn daar de mensen die echt verstand hadden van de vormgeving van snelwegen, allemaal met pensioen. En de afdeling die zich daar specifiek mee bezighield, bestaat niet meer.”

Dat is jammer, meent de architect, omdat de grootste uitdaging voor de komende jaren de vormgeving is van wat hij noemt de ’diabolische’ snelweg, de stadssnelweg door en om de grote steden heen met tal van korte en nauwe op- en afritten. De noordrand van de Ruit van Rotterdam is zo’n ’hardcore’ snelweg. Volgens Van Winden weten we niet goed raad met de stadssnelweg en zijn we geneigd die weg te stoppen in tunnelbakken. „Afgezien van het feit dat veel automobilisten het niet prettig vinden om daarin te rijden, ontnemen we hun ook een unieke grootstedelijke ervaring.”

Met esthetiek heeft de noordkant van de ringweg om Rotterdam niets te maken, erkent Van Winden. Maar de kracht van deze helse weg zit in wat hij je laat ervaren. „Zo’n weg maakt indruk, die blijf je je herinneren, net als de route périphérique rond Parijs.” Met zichtbaar genoegen stuurt Van Winden zijn auto even later op de A13 richting Den Haag het nauwe ’moordenaarsbochtje’ in, waar getuige de butsen en krassen op de zijwanden al menige vrachtwagen klem kwam te zitten.

De diabolische snelweg; over de traditie van de mooie weg in het Nederlandse landschap en het verlangen naar de schitterende snelweg in de grote stad. Auteurs: Wim Nijenhuis en Wilfried van Winden, uitgeverij 010, Rotterdam. ISBN 9789064505904

Lees verder na de advertentie
De Autobahn ter hoogte van het Neandertal in Duitsland in 1936. (FOTO AUGUST SANDER)
Het Kleinpolderplein aan de noordkant van Rotterdam. De wegenbouwers krijgen meer werk nu bezwaarprocedures worden beperkt. (Trouw)
De glooiende snelweg bij het Duitse Chiemsee. (FOTO HEINZ VON PERCKHAMMER)
Een wildviaduct bij de snelweg A50 tussen Arnhem en Apeldoorn, ter hoogte van Woeste Hoeve. ( FOTO'S WERRY CRONE, TROUW)
De acht delen van Nederlandse snelwegen die, volgens architect Wilfried van Winden en stedebouwkundige Wim Nijenhuis, hoogtepunten zijn qua ontwerp en wijze waarop ze zijn aangelegd. (Trouw)

Deel dit artikel