Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Viel de Muur wel dankzij de kerk?

Home

Emiel Hakkenes

Wat was de rol van de kerken toen twintig jaar geleden het IJzeren Gordijn viel? De kerken gaven de doorslag, zeggen theologen. Dat is veel te veel eer, vindt hoogleraar Hans Renner.

De beelden gingen de wereld over, vandaag twintig jaar geleden: feestende en dolgelukkige Berlijners staken de grens tussen oost en west over, met pikhouwelen werd er ingehakt op de Berlijnse muur. Die 9e november staat in ieders geheugen gegrift. Maar eigenlijk viel de muur al een maand eerder, op 9 oktober. En niet in Berlijn maar in Leipzig. Dat zegt predikant Christian Führer van de Nicolaikerk in Leipzig in een recente Ikon-documentaire. De titel van de documentaire over de omwenteling van 1989 heeft een vraagteken: ’De revolutie die uit de kerken kwam?’. Voor Christian Führer is dat geen vraag. „Zonder 9 oktober was 9 november er niet geweest.”

Volgens Führer (1943) groeiden de wekelijkse gebedsbijeenkomsten in zijn Nicolaikerk uit tot de vreedzame revolutie tegen het communisme. Vanuit de kerk vertrokken optochten met kaarsen, een symbolische handeling waarop de autoriteiten geen antwoorden hadden.

In de kerk werd gebeden voor ’vrede, gerechtigheid en goed omgaan met de schepping’. Die thema’s leefden niet alleen in Leipzig. Onder de noemer ’conciliair proces’ waren ze een officieel streven van de Wereldraad van Kerken. Tijdens een assemblee in Vancouver in 1983 sprak de Wereldraad uit dat kerken oog moesten hebben voor maatschappelijke vraagstukken als armoede, het milieu en bewapening. Een van de bedenkers van dit conciliair proces was de Oost-Duitse theoloog Heino Falcke, die zou uitgroeien tot een van de luidste kerkelijke stemmen tegen het communisme. Al in 1972 hield hij een toespraak waarin hij de kerk onder het communisme opriep de samenleving niet in de steek te laten. „Wij zetten ons er voor in, hopend op een socialisme dat openstaat voor verbetering”, zei hij in zijn rede.

Dat conciliair proces sloeg vooral aan in Nederland en Oost-Duitsland, merkte Herman Noordegraaf, bijzonder hoogleraar diaconaat en kenner van de geschiedenis van het progressieve christendom, onlangs op. „In Oost-Duitsland ging de kerk fungeren als paraplu voor allerlei groepen en bewegingen op de terreinen van armoede, milieu en vrede. Zij hebben een wezenlijke bijdrage geleverd aan de val van het regime. Kon het regime het vredesstreven nog een plaats geven in de officiële ideologie, de kritiek die van het ijveren voor een beter milieu uitging was dermate fundamenteel dat het systeem er geen raad mee wist.”

Theoloog en vredesactivist Laurens Jan Hogebrink voegde daar in een recent artikel aan toe dat het conciliair proces in de DDR ’blijvende invloed op de wereldgeschiedenis’ kreeg. „In de DDR was het conciliair proces de broedplaats van de groeiende oppositie die leidde tot de Wende. Het conciliair proces in de DDR was een voor Europa cruciaal vredesproces.”

Wel vaker worden de kerken genoemd, en duiken de namen op van theologen die een rol hadden in de gebeurtenissen die leidden tot de val van het communisme. Naast de Oost-Duitsers Falcke en Führer springen de Hongaars-Roemeense dominee László Tökés (1952) en de Tsjech Milo Rejchrt (1946) in het oog.

Tökés kreeg in 1991 de Nederlandse Geuzenpenning voor zijn rol tijdens de omwenteling in Roemenië, die een eind maakte aan het bewind van Ceausescu. Als hulppredikant in Timisoara preekte Tökés tegen het communistische bewind en in de Gereformeerde Kerk van de Hongaarse minderheid in Roemenië organiseerde hij een oppositiebeweging tegen het regime. Het kwam hem op bedreigingen en vervolging te staan, sommige sympathisanten moesten hun steun aan Tökés met de dood bekopen.

Milo Rejchrt, dominee in de Evangelische Kerk van de Boheemse Broeders, was in de jaren zeventig in Tsjechoslowakije woordvoerder van de mensenrechtenbeweging Charta 77, waarvan ook de latere president Václav Havel deel uitmaakte. Als actief dissident kwam Rejchrt regelmatig in aanraking met de staatsveiligheidsdienst, die hem vanwege zijn activiteiten uit zijn predikantsambt zette – voortaan diende hij te werken als stoker in een ketelhuis. Ook in het ketelhuis, schrijft theologe en verzetsstrijdster Hebe Kohlbrugge op de achterflap van een boek over Rejchrt, „zei hij vrijuit wat gezegd moest worden. Dat merkte ik toen ik hem er op een middernachtelijk uur stilletjes opzocht: een ervaring die verrukkelijk en absurd tegelijk was.” Deze week bezoekt een delegatie van de Tsjechische kerk Nederland en verschijnt de vertaling van een boek over Rejchrt, dat wordt aangeboden aan de synode van de Protestantse Kerk in Nederland.

De rol van de kerken bij de val van het IJzeren Gordijn komt symbolisch tot uiting in de tuin van het kantoor van de Wereldraad van Kerken in Genève. Daar staan twee brokstukken van de Berlijnse muur, geschonken door de eerste vrij gekozen Oost-Duitse regering. Volgens de Wereldraad is het een erkenning voor de bijdrage die de kerken leverden aan de vreedzame revolutie van 1989.

Maar betekenen de activiteiten van theologen als Falcke, Tökés en Rejchrt daadwerkelijk dat de kerken, zoals Noordegraaf en Hogebrink stellen, een cruciale rol speelden? Zou de muur zonder de kerk niet gevallen zijn?

„Bij grote gebeurtenissen heeft iedere betrokkene vooral oog voor zijn eigen verdienste”, zegt Hans Renner, hoogleraar Midden- en Oost-Europese geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. „In de aanloop naar 1989 speelden kerken en theologen zeker een rol. In Tsjechoslowakije kende Charta 77 bijvoorbeeld ook een theologische stroming. Maar het gaat te ver om te zeggen dat de rol van de kerken doorslaggevend was.”

Vooral protestantse kerken krijgen in recente beschouwingen lof voor hun aandeel in de omwentelingen. „De protestantse kerk baande de weg naar vrijheid en eenheid”, zei de Duitse protestantse oud-bisschop Wolfgang Huber. Ook onder de theologen in Charta 77 waren protestanten in de meerderheid, zeker gelet op hun marginale aantal in Tsjechoslowakije. Historicus en journalist van persbureau ENI Stephen Brown, die promoveerde op de vraag hoe het conciliair proces functioneerde in de DDR, wijst op de democratische structuur van de protestantse kerken, met hun gekozen ambtsdragers en synodes. „Daar ging een inspirerende werking van uit. Het maakte duidelijk dat besluiten niet altijd van boven hoeven worden opgelegd.”

Toch is het niet terecht om met name de protestanten te prijzen, meent hoogleraar Hans Renner. „Onder het communisme hadden de protestanten het wel iets gemakkelijker dan katholieken”, zegt hij. „Het Vaticaan gold als de aartsvijand van het Kremlin, daardoor was er iets minder aandacht voor de protestanten. Bovendien zijn de protestanten veel minder centraal georganiseerd, waardoor ze wat gemakkelijker konden opereren.”

Desondanks, zegt Renner, is het eerder de rooms-katholieke kerk die een duidelijke rol speelde bij de val van het communisme. „In 1978 werd Karol Wojtyla gekozen tot paus Johannes Paulus II. Dat heeft heel veel betekend voor de kerk in zijn geboorteland Polen. Hij bezocht het land en bracht dan miljoenen mensen op de been. Zijn pauselijke toespraken met Kerst en Pasen eindigde hij altijd in het Pools, met woorden van steun aan de Poolse bevolking.”

Dat heeft de Poolse katholieken moed gegeven, zegt Renner, en die stemming sloeg over naar Tsjechoslowakije en Hongarije. „Gelovigen werden minder angstig. Voorheen kon je maar beter niet zeggen dat je naar de kerk ging, want als de communistische autoriteiten daar achter kwamen, kon je een studie of promotie op het werk wel vergeten. De moed die de katholieken kregen van Johannes Paulus inspireerde ook protestanten. Maar zij speelden duidelijk de tweede viool, voeren mee op de golven van het katholieke zelfvertrouwen.”

Naast lof is er ook kritiek op de rol die de kerken speelden. Milo Rejchrt hekelde in het najaar van 1987 zijn Evangelische Kerk van de Boheemse Broeders. Die zou zich niet willen uitspreken over haar positie ten opzichte van de staat. Die kritiek kwam via Nederlandse contacten van Rejchrt terecht bij de Nederlandse Hervormde Kerk, die een vermanende brief naar Tsjechoslowakije stuurde.

Na 1989 ontstond al gauw een discussie over wie in de jaren daarvoor in de kerken in het Oostblok ’goed’ was geweest en wie ’fout’.

Een van de collega’s van de Leipzigse dominee Führer bleek Inoffizieller Mitarbeiter van de Stasi te zijn geweest. Dat had hij diep geheim gehouden, zelfs voor zijn eigen vrouw, uit angst dat zij hem zou verlaten.

De Hongaarse Lutherse Kerk richtte in 2005 een Commissie voor Waarheid en Verzoening op, naar Zuid-Afrikaans voorbeeld. In het Reformatorisch Dagblad zei de Hongaarse lutherse hoogleraar Fabiny vorige week dat bijna niemand ’helemaal schoon’ was gebleven. „Maar het maakt een kardinaal verschil of alleen het jasje besmet is of dat het vuil in het hart zit.”

In Roemenië ontstonden er twijfels over László Tökés, maar een parlementscommissie zuiverde hem in 2001 van alle blaam. De Roemeens-orthodoxe patriarch Theoctist onderhield als geestelijk leider van de grootste kerk van Roemenië warme banden met het communistische regime, dat hem ’een belangrijk agent’ noemde. Toen Theoctist in 2007 overleed, zei zijn opvolger Daniël dat samenwerking van geestelijken met de geheime dienst veroordeeld diende te worden, als anderen erdoor geschaad waren. „Maar als het doel was de kerk te dienen, en te voorkomen dat de kerk of gelovigen zouden worden geschaad, dan moeten we daar genuanceerd naar kijken.”

Wat betekende de val van het IJzeren Gordijn voor de kerken die jarenlang onderdrukt werden? Een predikant uit Boedapest zei vorige week dat de Hongaarse staat kerken nog altijd discrimineert. Kerkelijke eigendommen die door de communisten waren genationaliseerd zouden nog altijd niet teruggeven zijn. In Praag speelt hetzelfde, daar twisten de rooms-katholieke kerk en de Tsjechische staat over het eigendomsrecht van de Sint Vituskathedraal.

„Het is een paradox”, zegt de Groningse hoogleraar Hans Renner. „Onder het communisme zaten de kerken vol. Naar de kerk gaan was een daad van protest. Nu de onderdrukking weg is, is de ontkerkelijking toegeslagen. Tsjechië is het meest seculiere land van Europa. Wat de redenen daarvan zijn? Precies dezelfde als in het Westen.”

Lees verder na de advertentie

Deel dit artikel