Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verzwegen revolutie

Home

TABITHA SPEELMAN

Vijftig jaar geleden begon in China de Culturele Revolutie, die anderhalf tot twee miljoen mensen het leven kostte. China's leiders willen er liever niet aan herinnerd worden.

Terwijl ze met haar smartphone een taxi bestelt naar het hotel waar het interview zal plaatsvinden, begint de 78-jarige Wu Qing al te praten over haar ouders. Haar moeder was een bekende auteur, haar vader was diplomaat onder de nationalistische regering. Ze hadden elkaar ontmoet op de boot van Shanghai naar de Verenigde Staten, waar beiden studeerden in de jaren twintig.

Met zo'n 'bourgeois' klassenachtergrond liep Wu, destijds zelf lerares Engels aan een lokale universiteit, veel risico toen de Culturele Revolutie losbarstte.

Op 16 mei 1966, gisteren op de kop af vijftig jaar geleden, bracht de partijtop in Peking onder leiding van Mao Zedong een document uit waarin gewaarschuwd werd voor 'contrarevolutionairen'. Die zouden de partij hebben geïnfiltreerd en ze zouden van plan zijn een dictatuur te vestigen. Om China op het juiste communistische pad te houden, moest de partij dus gezuiverd worden. "Bombardeer het hoofdkwartier", beval Mao de radicale scholieren, de Rode Gardisten, die hem daarbij moesten helpen.

Zo begon de Grote Proletarische Culturele Revolutie. Een paar jaren van buitensporig geweld volgden, waarin de Rode Gardisten niet alleen lokale partijleiders aanvielen, maar ook iedereen die 'intellectueel' was of Mao anderszins niet beviel. In 1968 werd de chaos in het land zo groot dat Mao het leger opriep de orde te herstellen. De jongeren die hem zo trouw hadden geholpen bij het zuiveren van de partij werden massaal naar het platteland gestuurd om daar 'heropgevoed' te worden door de boeren.

Wu heeft het aan den lijve ervaren. Jarenlang leefde ze in angst voor de Rode Gardisten. Van jongs af aan hadden deze jongeren ingeprent gekregen dat hun Grote Leider 'dichterbij was dan vader of moeder'. Bij de jacht op contrarevolutionaire elementen in de maatschappij begonnen ze bij hun leraren. Slachtoffers werden publiek vernederd, maar ook gemarteld en zelfs gedood.

"Je wist nooit wanneer je weer geroepen zou worden voor een zelfkritieksessie", herinnert ze zich. "Soms mocht ik dagenlang niet naar huis. Mijn favoriete studenten vielen me het hardst aan, om zichzelf te beschermen."

Toen de eerste, meest gewelddadige jaren voorbij waren, werd Wu zoals veel intellectuelen naar het platteland gestuurd, waar ze drie jaar moest werken op een militaire boerderij.

Mao's experiment liep uit op een tragedie van ongekende proporties. Het aantal dodelijke slachtoffers van de Culturele Revolutie wordt geschat op anderhalf tot twee miljoen. Dat is veel minder dan de veertig miljoen mensen die eind jaren vijftig stierven tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, toen de collectivisering van China's landbouw leidde tot een enorme hongersnood. Maar de chaos en het geweld van de tienjarige Revolutie legden China's economie lam. Historisch erfgoed werd massaal verwoest. Scholen en universiteiten bleven gesloten en daardoor groeide een ongeschoolde generatie op. De legitimiteit die de Partij had opgebouwd onder het volk sinds de oprichting van de Volksrepubliek in 1949 verdampte.

Lees verder na de advertentie

Geen herdenking

Verrassend is het dan ook niet dat de Partij het liefst zwijgt over deze zwarte periode in haar geschiedenis. Waar het einde van de Tweede Wereldoorlog of de oprichting van de Partij doorgaans met veel pracht en praal worden herdacht, staan er dit jaar geen officiële herdenkingsactiviteiten gepland. In 1981, vijf jaar na Mao's dood, werd in een resolutie over de geschiedenis van de Partij besloten dat hij 'ernstige fouten' had gemaakt, maar toch een geweldige revolutionair was geweest. En daarmee moest de kous af zijn. In het Nationale Museum worden slechts enkele regels gewijd aan de 'moeilijkheden' van de periode van 1966 tot 1976, het jaar van Mao's dood. Ook schoolboeken houden het kort en vaag.

Toch wordt er herdacht. Vorige maand nog laaide op sociale media de discussie op toen een deelnemer aan een talentenprogramma een liedje zong over zijn vader, die zichzelf destijds van een dak had gegooid. Een aantal Rode Gardisten heeft zich in het openbaar verontschuldigd voor hun rol in de gewelddadigheden. En een handvol liberale intellectuelen roept regelmatig op tot meer reflectie.

Maar zoals socioloog Guo Yuhua van de prestigieuze Tsinghua-universiteit in Peking eerder dit jaar schreef in een online-artikel: "Deze individuele bekentenissen krijgen pas betekenis als ze gevolgd worden door een breed maatschappelijk debat over de diepere oorzaken van de Culturele Revolutie. Het Chinese volk zal dit vroeg of laat moeten doen. Pas als hardop uitgesproken kan worden wat er goed en fout was, kunnen we een normaal land worden."

"Het is nog te weinig", zegt ook Wu. "In een klimaat waarin discussie wordt ontmoedigd, kiezen de meeste mensen ervoor om te zwijgen. Maar zonder reflectie wordt het niet afgesloten." In haar eigen leven heeft ze dit willen vermijden. "Ik heb destijds gelogen en iemand daar veel schade mee berokkend. Daarna heb ik vergeving gevraagd en gezworen nooit meer te liegen." Haar ervaringen in de Culturele Revolutie inspireerden haar zich in te zetten in de lokale politiek van Peking, waarin ze als onafhankelijke kandidaat 27 jaar actief was. "Ik wilde het systeem verbeteren."

Golf van nostalgie

Het is onwaarschijnlijk dat er in de komende jaren een vrijer debat zal opbloeien. President Xi Jinping heeft zich sinds zijn aantreden in 2012 ontpopt als een leider die nog minder kritiek duldt dan zijn voorgangers. Herinterpretaties van de geschiedenis zouden 'historisch nihilisme in de hand werken'.

Historicus Frank Dikötter schreef een boek over de Culturele Revolutie, waarvoor hij uitgebreid archiefonderzoek deed. Hij merkte dat die archieven nu veel minder toegankelijk zijn dan een paar jaar geleden, ook voor lokale partijhistorici. "Ironisch genoeg was het begin jaren tachtig makkelijker om over de Culturele Revolutie te praten dan nu."

Wellicht versterkt door het taboe op discussie is er nu zelfs sprake van een golf van nostalgie rond de maoïstische periode. In 'socialistische restaurants' prijken portretten van Mao overal. In parken zingen ouderen 'rode liedjes' uit hun jeugd. Een aantal linkse intellectuelen schrijft dat de Culturele Revolutie niet gedemoniseerd moet worden. En van de twintig miljoen stadsjongeren die in de jaren zeventig naar het platteland werden gestuurd om van de boeren te leren, gaan er steeds meer terug, op vakantie.

"Het was natuurlijk niet mijn eigen keus om in de bloei van m'n leven daarheen te gaan", zegt de nu 59-jarige Yang Fengming die als tiener drie jaar lang op het platteland van Chongqing waterreservoirs bouwde. "Maar ik heb veel geleerd over hoe dit land werkt. In de stad hadden we ook honger, maar dat er zulke arme plekken waren wist ik niet. En het was ook best fijn om aan de controle van mijn ouders te ontsnappen."

Zwarte markt

De gevolgen van de Culturele Revolutie zijn niet te onderschatten. Want ondertussen legden op het platteland China's boeren de basis voor het latere economische succesverhaal. Moe van de politieke campagnes tegen hen lieten lokale partijleiders oogluikend toe dat boeren de collectieve landbouw - die zulke desastreuze effecten had gehad - achter zich lieten. Volgens Dikötter floreerde al tijdens de Culturele Revolutie een zwarte markt en werden toen al grote stukken land uit de communes herverdeeld onder individuele families.

Het is een onverwachte uitkomst van een revolutie die China moest neerzetten als wereldleider van het communisme. De officiële geschiedschrijving dicteert dat Mao's opvolger, Deng Xiaoping, een einde maakte aan China's economische misère door markthervormingen in te voeren. "Maar het bewijs in de archieven is overweldigend: in werkelijkheid was het gewone volk de architect van de economische hervormingen", zegt Dikötter. "Deng kon de boeren alleen nog maar gelijk geven."

Volgens Yang is er ook een verband te zien tussen de culturele revolutie en het huidige consumentisme in China. "Er was toen een tekort aan alles. Mensen werden zo geleefd dat ze geen van hun materiële en spirituele behoeftes konden vervullen. Dat gaat in je zitten", zegt ze peinzend. "Nu zitten we in het andere uiterste. Het systeem is niet veranderd. Maar je kunt wel rijk worden, en dat is nu een doel op zich."

De laatste jaren wordt president Xi weleens vergeleken met Mao Zedong. Meer dan zijn directe voorgangers laat 'Ome Xi' zijn persoonlijke charisma een rol spelen in de propaganda - al werd recent bekend dat die koosnaam nu uit de gratie is. Xi's intensieve campagnes tegen corruptie binnen de Partij, tegen dissidenten en andere vrijdenkers doen sommigen denken aan de methoden uit de tijd van de Culturele Revolutie. Die staat intussen symbool voor de meest draconische episodes in de zeventig jaar dat de Partij aan de macht is.

Dikötter ziet niets in die vergelijking tussen Mao en de huidige leider. "De Culturele Revolutie was uniek. Mao Zedong liet gewone mensen zijn eigen Partij aanvallen. Wat we nu zien onder Xi komt uit het klassieke handboek van dictators. Je ziet het in veel eenpartijstaten: elke zoveel jaar worden de duimschroeven aangedraaid."

Sinds zijn dood in 1976, die het einde van de gekte van de Culturele Revolutie inluidde, is er geen nieuwe Mao opgestaan. Toch voelt het voor veel Chinezen alsof het land vooral aan de oppervlakte is veranderd in de laatste vijftig jaar. Yang: "Het is nog steeds dezelfde Partij. Daar laat ik het even bij."

Niet de Sovjet-Unie achterna

Mao begon de Culturele Revolutie omdat hij vreesde dat China dezelfde kant op zou gaan als de toenmalige Sovjet-Unie. Nadat de Russische president Chroesjtsjov kritiek begon te leveren op Stalin, zijn grote voorbeeld, zag Mao de Sovjet-Unie als een revisionistisch, niet echt communistisch land. Het schrikbeeld bleef actueel, zeker sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Nog altijd vragen Chinese leiders zich hardop af hoe hun Partij een dergelijk lot kan vermijden en gebruiken ze het als legitimatie voor hun harde hand.

'Mijn klasgenoten weten nog minder'

Hoe kijken jonge Chinezen aan tegen de Culturele Revolutie? Zoals de meesten van hen leerde student communicatiewetenschappen Lin Zhuhui (21) er op school maar weinig over. Ze vindt het een zwart hoofdstuk in China's geschiedenis. "We moeten ervan leren. Maar dan zou het wel goed zijn als er nog wat meer informatie over was." Lin las buiten de les boeken over de periode en kijkt ook weleens op buitenlandse websites. "Mijn klasgenoten weten nog veel minder."

Thuis werd er niet veel over gepraat, al weet ze wel dat een van haar opa's een tijdje als contrarevolutionair werd bestempeld. Hij moest toen dagenlang op een tafel staan met zijn armen achter zich gebonden en een teiltje op z'n hoofd. "M'n oma zegt dat het vandaag nog beter met China zou gaan als de Culturele Revolutie er niet was geweest."

Deel dit artikel