Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verzetsheldin die altijd een schooljuf bleef

Home

ELLIS ELLENBROEK

Siet Gravendaal 1914-2014

Haar kamer veranderde in een bloemenzee toen ze in juli honderd werd. De ene na de andere bos werd afgeleverd bij het verzorgingshuis in Ten Boer waar ze verbleef sinds ze in mei was gevallen van een stoepje en haar heup had gebroken. Siet Gravendaal vond de bloemen pas 's avonds. De jarige was er een dag tussenuit geknepen met haar tuinman en diens vrouw. Aan haar lijf geen polonaise in dat verzorgingshuis. Begin augustus keerde ze terug naar haar eigen woning in Winsum en pakte haar drukke leven weer op.

Siet Gravendaal wordt in 1914 geboren als Sietje Tammens op een boerderij in het Noord-Groningse Kloosterburen. Ze is de oudste van acht kinderen. Vader heeft een akkerbouwbedrijf en gaat vroeg rentenieren, dankzij goede opbrengsten tijdens de Eerste Wereldoorlog en gunstige beleggingen in Nederlands-Indië. Al begint hij in 1939 opnieuw met boeren in Usquert.

Siet is een bazig meisje. Ze zegt het zelf in verschillende interviews die ze later geeft. Rood haar, sproeten, lang en mager. Een jongensmeisje. Liever was ze klein en donkerharig geweest. Bij sport wordt zij als eerste gekozen, maar bij dansles moet ze dansen met de kneusjes. Nou, dan danst ze liever niet. Een tijdje overweegt ze theologie te studeren, maar als moeder zegt dat een vrouw nooit predikant kan worden laat ze dat voornemen varen.

Na de hbs in Warffum bezoekt ze de kweekschool en komt intern bij een Gronings hoogleraarsgezin waar ze de zorg krijgt voor een zoon die verstandelijk gehandicapt is.

Ze verdiept zich in orthopedagogiek en logopedie om optimale zorg te kunnen geven aan de jongen. In 1941, op haar 27ste, wordt ze lerares aan een blo-school voor jongens in Groningen. In de jaren erna groeit Siet Tammens uit tot topvrouw in het Groningse verzet.

In de vooroorlogse jaren is ze eens met een kennis meegegaan naar een bijeenkomst van de NSB. Ze zag er mensen die hun identiteit kwijt waren. Bij dagtochtjes met vrienden naar Duitsland zag ze de bordjes 'Verboden voor Joden' hangen. Het opende haar de ogen. Ze zegt later: "We hebben misschien niet alles geweten, maar we wisten genoeg."

Haar eerste verzetsdaad is het onderbrengen van een van haar Joodse leerlingen en zijn broertje op een boerderij in Noord-Groningen. De 17-jarige jongen met het syndroom van Down is opgeroepen zich in Westerbork te melden en Siet vindt dat hij niet moet gaan. In juni 1943 overvalt de groepering waar Siet deel van uitmaakt een bonnenkantoor in het Friese Langweer. Piet Hut, een van de overvallers, wordt door de Duitsers gefusilleerd.

De tanige boerendochter uit de provincie krijgt schietlessen, maar weet diep vanbinnen dat ze de trekker zelf nooit zal kunnen overhalen. Al beslist ze wel mee over wie er dood moet. Haar groepering brengt de SD'ers Jannes Keijer en Anne Elsinga om, en ook een onderduiker die te veel praat. Een collega van Siet die lid is van de NSB moet sterven als hij net iets te vaak opduikt en ontdekt dat Siet thuis spullen verbergt van een overval op een distributiekantoor. Twee leden van een knokploeg schieten hem neer, maar hij overleeft en verraadt Siet die nog net op tijd kan onderduiken in Friesland. Ze gaat er als juffrouw Martha Oosterveen koerierswerk doen.

Op 13 juni 1944 wordt Siet gearresteerd in Amsterdam. In september van dat jaar veroordeelt nazi-officier Ernst Knorr haar ter dood. Hij zegt dat een kogel te goed is voor haar en dat ze maar moet worden opgehangen. Het vonnis wordt niet voltrokken. Siet komt op het Duitse eiland Borkum in een gevangenenkamp terecht.

Na de oorlog emigreert Siet Tammens naar Curaçao. Ze is teleurgesteld dat vooroorlogse verzuilde structuren weer terugkeren. En vindt het de wereld op zijn kop dat ze verantwoording af moet leggen voor haar werk in de illegaliteit. Later ontvangt ze er het Verzetsherdenkingskruis voor.

In Willemstad wordt ze hoofd van een blo-school en begint een logopediepraktijk. In 1964, kort voor haar vijftigste verjaardag, gaat ze terug naar Nederland, uit heimwee naar het Groningse land. Achteraf zegt ze dat het stom is geweest om naar de Antillen te gaan, waar ze zich nooit echt thuis voelde. Op Curaçao leert ze wel de zes jaar oudere Cees Gravendaal kennen, die op de Antillen sociale wetgeving op poten moet zetten.

In 1979 trouwen Cees en Siet, niet lang nadat Cees weduwnaar is geworden zijn ze al gaan samenwonen in Siets huis in Winsum. Twee jaar na hun trouwen overlijdt Cees plotseling aan een hartaanval. Siet noemt de jaren met hem de mooiste van haar leven in het boek 'Een onverzettelijke Groningse vrouw' dat in 2000 verscheen. In de uitgave van het Verzetsmuseum vertelt Siet haar levensverhaal. Het is een van de publicaties en lesprogramma's waaraan ze meewerkt. Lang heeft ze gezwegen over de oorlog, ze vindt het een afgesloten hoofdstuk, maar ze besluit dat haar verhaal kan helpen bij het bestrijden van onrecht, discriminatie en dictatuur.

Voor de dvd-box 'Verzet in de Tweede Wereldoorlog' (2012) van de Stichting Oorlogs- en Verzetsmuseum Groningen neemt ze de boot naar Borkum. Ze is 97, maar met een verbluffend geheugen. Ze vertelt over de nachtmerries die ze soms nog heeft en waaruit ze gillend ontwaakt. En over de kinderen die ze graag had gehad, maar niet kon krijgen als gevolg van de verkrachting door een Duitse bewaker op Borkum. Als alternatief maakt ze veel verre reizen.

Na het overlijden van Cees wordt ze lid van verschillende clubs. Ze haalt de contacten met nog levende vrienden uit de oorlog aan en sluit zich aan bij groepen van oud-verzetsmensen. Maar ook blijft ze contacten met jongeren leggen. Al krijgen die nieuwe vriendschappen niet de intensiteit van die van de oorlogsjaren, bekent ze in 'Een onverzettelijke Groningse vrouw'. Voor de zeven kleinkinderen van Cees en hun kinderen is ze een bonusoma. Ze beleggen om de zoveel tijd een Tante Siet-dag of een weekend. Tante Siet betaalt en vindt dat de jeugd echt niet de hele dag met haar hoeft op te trekken. Als iedereen maar wel aan het eind van de middag aanschuift voor wijn en kaas.

Haar overburen in Winsum, de familie De Graaff, houden de oude dame jarenlang in de gaten, maar ze krijgt nog veel bezoek dat vaak een flesje wijn meebrengt. Siets nabestaanden kunnen na haar dood een slijterij beginnen.

Een schooljuffrouw blijft ze altijd. Ze is lid van de VVD en volgt de politiek tot op het laatst. Gerrit Zalm en Mark Rutte schrijft ze brieven over wat zij ervan vindt. Eigenlijk heeft iedereen met wie ze omgaat wel voorbeelden van haar strengheid en directheid. Een stiefkleindochter krijgt een plant van haar die er op een gegeven moment verpieterd bij staat. Tante Siet laat niet na er iets van te zeggen. Maar ze heeft ook een goed geheugen voor de besognes van haar naasten en informeert steeds belangstellend naar iedereen.

Ten minste drie keer in de week gaat ze bridgen. Eind augustus wordt er in Winsum een toernooi ter ere van haar honderdste verjaardag gehouden. Siet Gravendaal wint in de b-groep. Op het kijken van voetbal en tennis is ze ook dol. Ze heeft een abonnement om eredivisie te kunnen kijken op haar tv met een scherm zo groot als een tafelblad. De stoel schuift ze steeds een stukje dichterbij.

De dominee van de protestantse kerk in Winsum vertelt ze dat ze bij haar dood wel 'U zij de glorie' mogen zingen uit dankbaarheid voor het leven. De ochtend na haar overlijden gebeurt dat meteen en worden in de kerk twee foto's van haar getoond. Een uitvaart komt er niet. Siet stelt haar lichaam ter beschikking aan de wetenschap.

Sietje Gravendaal-Tammens werd op 29 juli 1914 geboren in Kloosterburen. Ze overleed op 27 september 2014 in Winsum.

Siet Gravendaal sloot middagen met de familie graag af met kaas en wijn.

Deel dit artikel