Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verzet tegen Europese muntunie krijgt steun van 70 economen

Home

ESTHER BIJLO

Zeventig Nederlandse economen hebben deze week een verklaring ondertekend tegen de Economische en monetaire unie (Emu). Met de muntunie kiest de Europese Unie de verkeerde weg, denken ze. “Het project zal ontaarden in nog meer werkloosheid en afbraak van de overheidssector.”

De interne markt die de Europese Unie is, kan pas echt goed functioneren als er nog maar één munt is, zeggen de voorstanders. Strikt genomen zijn daar geen euro-biljetten voor nodig. Het is ook mogelijk alle wisselkoersen vast aan elkaar te klinken. Dat zou echter niet voldoende vertrouwen wekken. Wil Europa één wisselkoers, dan moet ook iedereen hetzelfde geld in de portemonnee hebben, denkt het pro-eurokamp.

Een muntunie kan zo zijn nut hebben, erkennen ook de sceptici. Alleen de manier waarop de Europese Unie dat doel wil bereiken, is volgens hen onverantwoord. De grote angel zit in het Verdrag van Maastricht, dat in 1993 in werking is getreden. Daar staan vijf criteria in, waarop landen worden beoordeeld voor ze aan de Emu mee mogen doen: inflatie, lange rente, wisselkoers, staatsschuld en begrotingstekort.

Vooral de laatste twee zijn voer voor discussie. Volgens het verdrag mag de schuld maximaal 60 procent zijn en het tekort hooguit 3 procent van het bruto binnenlands product. “Een slag in de lucht”, noemt de hoogleraar macro-economie Willem Buiter deze getallen. Het had ook 80 en 4 procent kunnen zijn, of 20 en 1 procent, schrijft Buiter in het blad Socialisme & democratie. Weliswaar is het goed als de overheid het huishoudboekje enigszins op orde houdt, en de staatsschuld naar beneden brengt. Maar ieder land kan het beste zelf bepalen hoe snel dat moet gaan, vindt Buiter die een voorstander van de Emu is, en tot nog toe niet de economenverklaring ondertekende.

Daarnaast zijn er situaties waarin een hoger tekort gerechtvaardigd is, schrijft Buiter, bijvoorbeeld na een recessie. De starre criteria houden geen rekening met het verschil tussen consumptieve en investeringsuitgaven. Ook specifieke kenmerken van een land, zoals in Nederland het bestaan van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, spelen geen rol, constateert Buiter spijtig.

De eisen van Maastricht hebben tot gevolg dat alle landen die het examen voor de Emu, in 1998, willen halen, tegelijkertijd gaan bezuinigen. Want er is nog vrijwel geen land dat ongeschonden door het examen heen zal komen. De gemiddelde schuld in de Europese Unie ligt op ruim 70 procent, het gemiddelde tekort op 4,5 procent.

Ingrijpend snijden in collectieve voorzieningen is het gevolg. De werkloosheid neemt toe, en de publieke sector kalft verder af. Een zelf veroorzaakte recesssie kan het gevolg zijn. “Een recept voor economische rampspoed”, in de woorden van Buiter. De landen die tot de Emu worden toegelaten, moeten daarna met een streng 'stabiliteitspact' in het gareel worden gehouden. Dat bezuinigen gaat dus nog wel een jaartje of tien door.

Die angst van de critici heeft een Keynesiaanse inslag: ze gaan ervan uit dat de bezuinigingswedloop tot minder vraag leidt. Vandaar de mogelijke recessie. De Euro-voorstanders gaan er juist van uit dat een lagere staatsschuld en een minder hoog financieringstekort, sowieso goed zijn voor de economie. Dat leidt tot lagere inflatie, en daar komt weer meer groei en werkgelegenheid uit voort.

Een discutabele stelling, zeggen de economen in de verklaring. Pas bij een inflatie van 8 procent of hoger zijn de gevolgen voor de groei negatief, blijkt uit een onderzoek van een IMF-econoom naar inflatie in 87 landen. Ligt de prijsstijging tussen de 0 en 8 procent, dan zijn de effecten nul of zelfs positief. Vooraanstaande Amerikaanse economen als Krugman en Reich grepen het onderzoek aan om te waarschuwen voor hoge werkloosheid veroorzaakt door een strak inflatiebeleid.

De collectieve Europese bezuinigingsdrang krijgt nog een extra impuls, doordat het landen straks aan middelen ontbreekt om economische schokken op te vangen, stellen de economen. Aanpassen van de wisselkoers kan immers niet meer.

Een mobiele beroepsbevolking die verhuist van slecht draaiende naar goed lopende regio's, zou dat kunnen opvangen. In de grote muntunie de Verenigde Staten is het vrij normaal van de ene naar de andere staat te verhuizen, vanwege een baan. Maar in Europa met de grote taal- en cultuurverschillen, is dat niet te verwachten. Ook in substantiële financiële overdrachten naar kwakkelende landen, is niet voorzien. In de VS is er wel een federale begroting.

De economen concluderen in de verklaring dat “de huidige Emu-agenda ongeschikt is voor het Europa van de toekomst”. De hoogleraar Buiter gaat dat te ver. “Europa kan het Verdrag van Maastricht overleven”, stelt hij, maar dan moet de Europese Unie de toelatingscriteria wel soepel hanteren.

De strenge eisen zijn volgens Buiter waarschijnlijk bedoeld om 'onverantwoorde' landen als Italië, Griekenland en België buiten de deur te houden. Zouden die landen wel meedoen, dan kunnen ze op den duur misschien de 'verantwoorde' landen door chantage dwingen een deel van hun schulden over te nemen. Die angst vindt Buiter “overtrokken en onrealistisch”. “Waarmee zou Italië de rest van de EU-landen eigenlijk kunnen bedreigen?” De schuld van Italië is vooral een probleem van de Italiaanse staat tegenover de Italiaanse belastingbetaler, schrijft de hoogleraar. “Laten die het maar uitzoeken.”

Een cynischer uitleg van de strakke toelatingseisen tot de Emu, zoekt Buiter in de macht van Duitsland. Zodat dit land de eigen, pijnlijke bezuinigingen op het conto van de Emu kan schrijven. Of om Duitsland “een alibi te verschaffen, voor het geval het te zijner tijd toch aan de D-mark zou willen vasthouden”.

Deel dit artikel