Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vertrekkende rector Universiteit Utrecht: 'Ik wil kunnen zeggen: jij hoort niet op de universiteit'

Home

Gerrit-Jan KleinJan

Rector magnificus Bert van der Zwaan (links) ontvangt uit handen van minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs een koninklijke onderscheiding tijdens de Dies Natalis van de Universiteit Utrecht, een bijzondere zitting van het College voor Promoties. © ANP
Interview

Er gaan te veel studenten naar de universiteit die daar waarschijnlijk falen. Die zou je meteen moeten wegsturen, zegt Bert van der Zwaan bij zijn afscheid als rector magnificus van Universiteit Utrecht.

Geen schilderij hangt meer aan de muur, boekenkasten zijn weggehaald, de vergadertafel staat er verlaten bij. Alleen een antiek kabinet geeft nog iets persoonlijks aan de kamer vanwaaruit Bert van der Zwaan (1952) de Utrechtse universiteit zeven jaar lang bestuurde. In spijkerbroek en makkelijk overhemd ruimt hij nog wat laatste rommel op.

Lees verder na de advertentie

Drie kliko's met boeken gooide hij weg. "Alles is digitaal tegenwoordig", zegt de bijna-gepensioneerde rector magnificus terwijl zijn blik rust op een stapel verhuisdozen. In de dozen zitten de boeken die hij niet aan de papiermolen wil prijsgeven. "Daarvan kan ik geen afscheid nemen." Deze week vertrekt Van der Zwaan als hoogste wetenschappelijke bestuurder van de Universiteit Utrecht. Gisteren was zijn officiële afscheid.

Wie vanuit de richting van de Utrechtse binnenstad komt en het terrein van de Uithof opfietst, ziet hoe aan de rechterhand heimachines palen in de grond stampen. Verdere uitbreiding van het universiteitspark lijkt onstuitbaar. Nog niet zo lang geleden graasden daar schapen.

Anderhalf miljard euro, deels afkomstig uit universitair vermogen, werd er de afgelopen jaren geïnvesteerd. Overal staan glanzende, nieuwe gebouwen. De tijd dat vanuit het bestuursgebouw de houtwallen en weilanden te zien waren van een nabijgelegen landgoed is voorgoed voorbij. Zo'n dertigduizend studenten telt de universiteit inmiddels, de omvang van een kleine Nederlandse stad.

Zo op het eerste gezicht heeft de universiteit niets te klagen.

"Het is eigenlijk heel opmerkelijk dat Nederlandse universiteiten tot de topdrie in de wereld behoren. Samen met die in Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk worden Nederlandse universiteiten aangemerkt als kwalitatief heel sterk. En de Nederlandse universiteiten zijn zeker heel modern wat gebouwen betreft."

Waarom noemt u dit opmerkelijk?

"De vraag is of de buitenkant, de mooie campussen en gebouwen, hetzelfde is als de binnenkant. Nederlandse universiteiten zitten op de rand van hun capaciteiten. De betaling vanuit de overheid is niet in pas gebleven met de groei van de hoeveelheid studenten. Sterker: de bijdrage van de overheid is alsmaar gedaald. Dat is één van de oorzaken waarom het universiteitsstelsel op een kritiek punt is beland. Denk alleen al aan de werkdruk die er is."

Het is klacht die universiteitsbestuurders al jaren hebben. Sinds het jaar 2000 groeide het aantal academische studenten met bijna 60 procent. Inmiddels zijn het er bijna 275.000. Het bedrag dat Den Haag per student overmaakt aan de academische instellingen, is in die periode met 600 euro gedaald, tot iets meer dan 14.000 euro.

Gaan er niet gewoon te veel studenten naar de universiteit?

"Nederland heeft de politieke keuze gemaakt om veel jongeren hoog op te leiden. Op zich is dat een goede keuze. Er zit alleen een groot probleem aan. Horen al deze studenten wel thuis op de universiteit? Willen ze niet gewoon een goede beroepsopleiding? Een deel van de studenten is niet intrinsiek geïnteresseerd in wetenschappelijk onderwijs, in onderzoek doen, in vraagstukken oplossen.

"Er zitten hier te veel studenten die eigenlijk op het hbo thuishoren. Dat zie je ook aan de uitval die we als universiteiten hebben: 25 procent van de studenten stopt met een studie. Dat is erg veel. Op lange termijn is het bovendien de vraag of we wel genoeg banen hebben voor al die mensen."

Ik ben ook een groot voorstander van zelfselectie. Dat wil zeggen dat je met studenten in gesprek gaat en vraagt: die universiteit, is dat wel wat voor jou?

Bert van der Zwaan

Zou de universiteit steviger moeten kunnen selecteren?

"Wil je zorgen dat studenten bij de juiste studie terechtkomen, dan hoort daar een verwijzingsmiddel bij. Selectie is zo'n methode. Ik ben daar een groot voorstander van. Ik ben ook een groot voorstander van zelfselectie. Dat wil zeggen dat je met studenten in gesprek gaat en vraagt: die universiteit, is dat wel wat voor jou? Dat kost je veel werk, maar helpt wel. Ik denk dat we uiteindelijk onder ogen moeten zien dat selectie helpt. Selectie is tegelijkertijd heel ingewikkeld. Er is nog niet eenduidig vastgesteld welke selectievorm het beste is."

In de masterfase mogen universiteiten studenten selecteren. Zou meer selectie in de bachelorfase ook een goed idee zijn?

"We kunnen statistisch inmiddels heel precies voorspellen hoeveel kans studenten hebben om een master te halen, op basis van de cijfers op de middelbare school voor Engels en wiskunde en het eerste tentamen dat ze hier halen. Ik zou in het eerste jaar al tegen studenten willen zeggen: de kans is 95 procent dat jij je studie niet haalt, jij kunt beter naar een andere studie op de universiteit dan wel hogeschool. Dat mag nu niet. Op dit moment is er geen wettelijk middel om druk uit te oefenen op studenten die eigenlijk niet op de universiteit thuishoren. De politiek kiest altijd voor de veilige kant: we willen de meeste studenten, het beste onderwijs, geen selectie en het mag niet te veel kosten. Dat kan natuurlijk niet. De kwaliteit daalt op deze manier, dat zul je dan maar moeten accepteren."

Niet alleen de hoeveelheid studenten vindt u problematisch. U heeft ook weleens gezegd dat de universiteit studenten mist.

"Studenten uit achterstandswijken, uit gezinnen in grootstedelijke omgevingen waar kinderen niet toe komen aan het hoger onderwijs. Daar zijn ouders niet in staat om een huiswerkklas te betalen, wat hoger opgeleiden hun kinderen wel meegeven. Die groep is stelselmatig buiten het onderwijs aan het raken. Dat is een toenemend probleem. Mijn grootste zorg is dat we voor het eerst een maatschappij krijgen waarin grofweg de ene helft hoger opgeleid is en de andere helft niet. Dat is niet duurzaam. Dat is explosief. Dat is een fundamenteel probleem."

Waarom?

"Laat ik het aan de hand van een voorbeeld duidelijk maken. Ik was ooit in Cambridge en daar vertelde een taxichauffeur me dat ze helemaal niet meer trots was op die universiteit. Ze vond het een afschuwelijke omgeving: de huizen werden ingenomen door de mensen van de universiteit, zij moest een uur rijden om bij haar werk te komen en voor haar kinderen was Cambridge University onbereikbaar ver weg omdat ze het collegegeld niet kon betalen. Mensen denken dan: wat moet ik met die universiteiten? De universiteit draagt niet bij aan mijn kwaliteit van leven, waarom zou ik daar belastinggeld in stoppen?

Mijn grootste zorg is dat we voor het eerst een maatschappij krijgen waarin grofweg de ene helft hoger opgeleid is en de andere helft niet

Bert van der Zwaan

"Er is op veel plaatsen een sociale kloof ontstaan die nu ook politieke expressie krijgt. Je ziet het al een tijdje terug in de Nederlandse verkiezingsuitslagen, in de Brexit, de verkiezing van Trump. Die man is extreem tegen hoger onderwijs. Het hoger onderwijs heeft met al het goede wat het brengt ook iets gegenereerd wat we niet zouden moeten willen. In deze voorbeelden kun je zien wat er gebeurt als de universiteit niet zichtbaar wordt."

© Jorgen Caris

Ook Utrecht wordt een stad met een steeds eenvormiger hoogopgeleide bevolking. Hoe houdt een universiteit als de uwe aansluiting met iedereen?

"Je moet als universiteit blijven aanhaken bij de groepen die geen toegang hebben tot de universiteit. We doen ons best, maar daar zijn we nog niet zo goed in. Sinds twee jaar kijken we op Kanaleneiland en Overvecht (twee achterstandswijken in Utrecht, red.) welke rol onderwijs speelt bij radicalisering. In Overvecht doen we onderzoek naar obesitas in schoolklassen. Een universiteit kan niet meer een ivoren toren zijn. We moeten van een instituut waar enkel excellentie de maatstaf was naar iets wat ik een civic university noem, een universiteit die deelt met haar omgeving."

Een ander punt. In uw afscheidsrede staat u stil bij kunstmatige intelligentie en robotisering. Nog iets dat de academische wereld fors gaat veranderen. Is dit bij wetenschappers een onderschat fenomeen?

"Dat is juist mijn punt. Ik denk dat we het risico lopen dat we als universitaire sector tussen nu en drie, vier jaar enorm achterlopen. De ontwikkelingen gaan ongelooflijk snel. Robots zullen al snel op diverse terreinen zelfstandig onderzoek doen. Machines zulen grote delen van onderzoek overnemen, denk aan ordenen en gebruiken van data, maar ook genereren van nieuwe data en het formuleren van hypotheses. Geneeskunde, farmacie en rechtsgeleerdheid zullen daarbij leidend zijn. Het bekijken van een grote hoeveelheid weefsels, dat soort dingen, dat gaat volkomen geautomatiseerd worden."

Het onderwijs verandert hierdoor ook, lijkt me.

"Het onderwijs is over vijf jaar voor 80 procent gerobotiseerd. Daar bereiden we ons als universiteit nu al op voor. De robot stelt vragen, de robot kijkt of het antwoord goed is. Heeft een computer honderd tentamens gehad uit dezelfde reeks, dan is hij daarna niet meer te foppen. Dat kan allemaal. Er komt praktisch geen persoon meer aan te pas."

Hoe moet ik me dat voorstellen?

"Het aantal hoorcolleges zal dalen. Studenten zullen voor 30 procent thuis werken, voor 30 procent zullen ze op de universiteit zijn en de andere 30 procent zullen ze iemand treffen die een op een met ze praat. Meer thuis doen, dat is al gaande. Dat betekent dat onderwijs, zeker in de bachelorfase, voor een deel gecomputeriseerd zal zijn. Op gezette tijden zet je daar een docent bij.

"Studenten blijken dat fijn te vinden. In 2017 beoordeelden studenten van het computerdepartement van Georgia Tech 'Jill Watson' als beste onderwijs-assistent. Dat bleef zo, zelfs toen studenten hoorden dat Jill een robot was. Ze bleef bijna zonder fouten, op elk moment van de dag, en met voorbeeldig geduld de vragen beantwoorden van eerstejaars."

Wat blijft de belangrijkste rol van de universiteit?

"Het vormen van mensen. Dat is een kernkwaliteit van universiteiten. Op het punt van creativiteit, op het punt van het ontwikkelen van intellectueel debat met verrassingen, daarin overtreffen wij de computer. Dat mogen we nooit weg doen.

"De universiteit moet zich veel meer gaan richten op intellectuele vaardigheden. Hoe neem je intellectueel de leiding in een debat en wat wil je daarmee? Daarmee bedoel ik het trainen van het stellen van de goede vragen. De vragen die buiten de verwachtingspatronen vallen, de vragen die buitensporig bizarre relaties leggen die later van grote betekenis blijken te zijn. Dat moet de kern vormen van de universiteit van de toekomst.

"Maar wat er ook gebeurt in de toekomst: ik heb groot vertrouwen in deze generatie studenten. Ze zijn meer betrokken bij de problemen van deze wereld en de toekomst van de aarde dan ooit tevoren. Elke keer als ik afgelopen jaren met ze sprak, gaven ze hoop. In het vormgeven van die hoop, speelt de universiteit een grote rol."

© gratis

Bert van der Zwaan

Na het voltooien van zijn studie geologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, werkte Bert van der Zwaan (1952) aan de universiteiten van Utrecht en Nijmegen. Hij was hoogleraar biogeologie en decaan. Vanaf 2011 was hij de hoogste bestuurder van de Universiteit Utrecht.

Vorig jaar verscheen van zijn hand het boek 'Haalt de universiteit 2040?'. Het is de weerslag van gesprekken die hij tijdens een sabbatical wereldwijd voerde met collega's in Azië, Europa en Noord-Europa over de toekomst van de universiteit. Hij concludeert daarin dat de uitgangspunten van de universiteit helemaal opnieuw doordacht moeten worden.

Bij de de vereniging van universiteiten VSNU leidt hij de taskforce stelselherziening.

Deel dit artikel

Ik ben ook een groot voorstander van zelfselectie. Dat wil zeggen dat je met studenten in gesprek gaat en vraagt: die universiteit, is dat wel wat voor jou?

Bert van der Zwaan

Mijn grootste zorg is dat we voor het eerst een maatschappij krijgen waarin grofweg de ene helft hoger opgeleid is en de andere helft niet

Bert van der Zwaan