Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verschil tussen arm en rijk in rijke(re) landen groeit hard

Home

Koos Schwartz

In Brazilië, bekend om haar favela's, is het verschil tussen arm en rijk het groost, aldus de Oeso. © ANP

De inkomensverschillen tussen rijken en armen zijn de laatste jaren groter geworden in de rijke(re) landen. De rijkste 10 procent verdient nu bijna tien keer zoveel als de armste 10 procent. In 1980 was dat nog zeven keer zoveel. De toegenomen ongelijkheid heeft de economische groei geremd: nivellering zou de economie baten. Belastingheffing is een goed middel om inkomensverschillen te verkleinen.

Deze conclusies staan in een gisteren gepubliceerde, lijvige studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), waar 34 merendeels rijke landen bij zijn aangesloten. Van die 34 kent Denemarken de kleinste inkomensverschillen, gevolgd door Slovenië en Slowakije. Nederland staat elfde. In de VS zijn de verschillen veel groter. Het extreemst zijn ze in (de niet-Oeso-landen) Zuid-Afrika, Colombia en Brazilië.

Tijdens de economische crisis zijn de inkomensverschillen tussen arm en rijk toegenomen. Dat komt vooral doordat veel mensen werkloos zijn geworden. Ook zijn in veel landen de lonen gedaald. De crisis heeft slecht uitgepakt voor de 40 procent die het minste verdient. De Oeso vindt dat die groep meer aandacht verdient: het is een grote groep die langzaam verarmt. Veel banen in de categorie 'niet-goed-maar-ook-niet-slecht-betaald' verdwijnen.

Lees verder na de advertentie
De armste 40 procent is goed voor 3 procent van alle bezit, de rijkste 10 procent bezit de helft van alles

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

Parttimers
Opvallend kritisch is de Oeso over tijdelijke banen, deeltijdwerk en zzp'ers. In veel landen -Nederland voorop- worden zulke banen belangrijker. Een tijdelijke baan levert per uur gemiddeld 11 procent minder op dan een vaste baan: parttimers krijgen per uur minder uitbetaald dan fulltimers.

Parttimers, flexwerkers en zzp'ers drukken het loonniveau. Volgens de Oeso wordt meer dan 50 procent van de banen die sinds 1995 zijn ontstaan uitgevoerd door parttimers, flexwerkers en zzp'ers. In Nederland vallen ongeveer alle nieuwe banen in die categorie. Vooral jongeren vervullen die. 

Deeltijdwerk heeft ook een voordeel. Veel vrouwen, met name in Nederland, werken parttime en dat heeft de inkomensongelijkheid beperkt. Het aantal vrouwen in de Oeso-landen dat werkt, stijgt. Maar de sectoren waarin zij (het meeste) werken, zijn sinds 2000 niet veranderd. ze zijn vooral te vinden in de dienstensector en de publieke sector.

Arm en rijk
De Oeso onderzocht ook de verschillen in vermogens tussen arm en rijk, een onderwerp dat sinds de publicaties van de Franse econoom Piketty volop in de belangstelling staat.  Die zijn veel groter dan de inkomensverschillen. De armste 40 procent is goed voor 3 procent van alle bezit, de rijkste 10 procent bezit de helft van alles. De rijkste 1 procent is goed voor 18 procent van het totale vermogen.

Belastingheffing
Belastingheffing is een van de middelen om verschillen in inkomens en vermogens te verkleinen, stelt de Oeso. De organiatie bepleit belastingheffing op allerlei vormen van bezit. Ze vindt dat overheden het aantal aftrekposten moet beperken (die worden vooral opgevoerd door rijken), en erfenissen moet belasten. Multinationals moeten naar behoren belasting betalen, stelt de Oeso.

De stelling dat belastingverhoging per definitie leidt tot minder economische groei is volgens de Oeso onjuist. Als belastingheffing leidt tot lagere inkomensverschillen, is dat juist een stimulans voor een economie.

Deel dit artikel

De armste 40 procent is goed voor 3 procent van alle bezit, de rijkste 10 procent bezit de helft van alles

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling