Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verrukkelijke pastiche op Tsjechovs leven en werk

Home

HANNY ALKEMA

THEATER

Olga De Koe ****

Zich door Anton Tsjechov laten inspireren en het tegelijk helemaal over deze tijd hebben. In een verrukkelijke pastiche, tussen en vooral vóór Brechtiaans aandoende canvas coulissen, overbrugt de Vlaamse groep De Koe in 'Olga' moeiteloos meer dan een eeuw.

Ook al komen ze niet rechtstreeks uit Tsjechovs werk, je herkent ze onmiddellijk, de personages met hun immer beweeglijke lamlendigheid, hun eloquente babbelziekte, hun onvervulde verlangens, hun onbereikbare liefdes, hun eeuwige geldproblemen.

Daar heb je de jonge, aan haar iPhone verslaafde actrice Anna (Ans Van den Eede) die een kijkstage doet: niet actief deelnemen, maar kijken wat er gebeurt. Dus kijken is niet actief, spot dan Pjotr (Peter Van den Eede), die als oudere en in een impasse verkerende schrijver zelf juist zijn verheven heil zoekt in het naar grote hoogten opvoeren van ledigheid.

Met elkaar, drie mannen en drie vrouwen, verblijven zij in het landhuis van wijlen Anton, onbetwist dé auteur en aller grote voorbeeld. Anton, die de datsja met zijn hier zeer aanwezige vrouw Olga (Sien Eggers), actrice op retour, had gekocht om er letterlijk, zoals zij zegt, op verhaal te komen. Dat willen de met een writer's block worstelende Pjotr en jongere collega Nicolaj (Michael Vergauwen) of de cynische regisseur Sergej (Lucas Van den Eynde) ook wel.

Intussen doodt men de tijd met gekissebis over succesvolle kunstbroeders als Haneke, met onwelgevallige amoureuze bekentenissen, met onafgemaakte spelletjes als huisgolf en grondsnooker, of met het wegwuiven van de sneue zelfmoordpoging van Olga's dochter Natasja (Sofie Palmers). En ontaardt de boel in een hilarische vergadering over het langzaam in het moeras wegzinkende zomerhuis.

De associaties met Tsjechovs leven en werk liggen voor het oprapen, de voornamen van zijn vrouw of vaste regisseur, de linken naar 'De kersentuin', 'De meeuw', 'Drie zusters'. Het knappe van 'Olga' is, dat je dat allemaal niet hoeft te weten of te herkennen om meegesleept te worden door de verbale precisie en het vederlichte spel. Om haast stiekem geraakt te worden door de onderliggende tragiek van het menselijk onvermogen.

Dat komt zeker ook op conto van het schrijverstrio Natali Broods, Peter Van den Eede en Willem de Wolf. Als er nog wat te uitgesponnen darlings gekilled zouden worden, was de voorstelling volmaakt. Veel meer theaters dan nu het geval is hadden 'Olga' moeten programmeren. Zo doen zij hun publiek tekort.

Ned./Vlaamse tournee t/m 2-11. Info: www.dekoe.be

Opera

Cos¿ fan tutte Orkest van de 18de Eeuw *****

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de 'Cos¿ fan tutte' die het Orkest van de 18de Eeuw maandagavond uit de oude instrumenten toverde, was vele malen beter dan die in het Mozart-Walhalla amper een maand geleden. Zo!

In het Festspielhaus van Salzburg verprutsten de ongeïnspireerde Wiener Philharmoniker onder leiding van een fantasieloze Christoph Eschenbach eind augustus een van Mozarts beste en vernieuwendste partituren. In de Rotterdamse Doelen, waar de uitgebreide 'Cos¿'-tournee begon, was Frans Brüggens orkest het kloppende hart van de partituur. Dáár, midden tussen de instrumenten, speelde het werkelijke drama zich af - zoals het hoort.

Op doktersadvies kon Brüggen evenwel zelf de leiding niet op zich nemen. En dus speelde het orkest met een gastdirigent, een zeldzaamheid. Die gast was niemand minder dan Ed Spanjaard, zo langzamerhand de meest onderschatte dirigent hier te lande. Want jemig, wat kan die Spanjaard een partijtje Mozart spelen! Of liever: laten spelen.

De rauwe felheid waarmee de noten tot leven kwamen, was nog wel het meest verbazingwekkende van de avond. Details, accenten, onvermoede tegenmelodieën van de tweede violen, duwen tegen de maat, trekken aan het tempo, meesterlijk gerealiseerde overgangen tussen de vele korte ensembles - alles wat deze Mozart-partituur zo vernieuwend maakt, haalde Spanjaard met het subliem spelende orkest naar boven.

Vóór het orkest speelden en zongen zes zangers die allen een sterke band met Nederland hebben; ze zijn hier geboren, opgeleid, of ze wonen er al heel lang. In een semi-scenische uitvoering met kostuums varieerde het spel (regie: Jeroen Lopes Cardozo) van leuk tot leukig. Niet bijster inventief, maar ook niet echt storend. Het speelniveau van de legendarische Gardiner-uitvoeringen in Amsterdam, vele Holland Festivals geleden, werd in ieder geval bijlange niet gehaald.

Maar het vocale aandeel was meer dan goed. Voorop Lenneke Ruiten die als Fiordiligi weer eens bewees over wat voor talenten zij beschikt. De beide grote aria's kwamen er perfect uit en in de ensembles racete zij samen met de anderen stralend door de noten heen. Rosanne van Sandwijk (Dorabella) mist misschien nog net de allure in frasering van Ruiten, maar zij zong heerlijk onopgesmukt en energiek.

Als hun geliefden én verleiders waren Anders Dahlin (Ferrando) en André Morsch (Guglielmo) prachtig aan elkaar gewaagd. Dahlin zong een ontroerend 'Un aura amoroso', subliem begeleid door Spanjaard en het orkest. David Wilson-Johnson tuigde zijn cynische Don Alfonso op met een heerlijke keel-r, in Italië synoniem voor intelligent en/of snobistisch. Samen met de pittige en perfect gezongen Despina van Ilse Eerens zette Wilson-Johnson op meesterlijke wijze de val voor de jonge paartjes.

Vanavond in Enschede, dan Heerlen (12), Amsterdam (15), Groningen (16), Gouda (18) en Den Haag (20).

Klassiek

Bernarda Fink en Anthony Spiri ****

En toch zit emotie in je bloed als je wieg in een zonnige omgeving heeft gestaan. Mezzosopraan Bernarda Fink zette haar eerste muzikale stappen in Buenos Aires, de stad waar ze ook werd geboren. Hoor je haar Manuel de Falla zingen, een zuidelijke componist, dan schemert het warme temperament extra door in haar stembanden.

'Siete canciones populares españolas': deze liederen bracht de zangeres eind vorig jaar al op een van haar cd's uit, begeleid door Anthony Spiri. Fink had ze nu meegenomen naar de Kleine Zaal van het Concertgebouw, inclusief pianist.

Met hart en ziel reeg de mezzo cancione na cancione aaneen. De diepte van Finks gracieuze, trotse stem leek oneindig, de zeggingskracht tot op de achterste rijen voelbaar. 'Nana': ontroerend. 'Asturiana': je weende met de pijnboom mee. In 'Trois mélodies', ook van Falla, speelde de zangeres met taal en verhaal. Spiri mengde er een dwarse inzet en een beweeglijke lijn doorheen, niet bang voor een vol, soms zelfs vet pianistisch geluid.

Voor Debussy en zijn 'Trois mélodies' beschikt Fink eveneens over de perfecte kleuring. Je zou je een vlottere aanpak kunnen voorstellen, maar door het mysterie dat uit haar donkere timbre naar voren komt, spreekt zo'n Debussy tot de verbeelding.

Aan het begin van de recitalavond zaten we noordelijker, en lag de temperatuur een paar graden lager. Met Schumann boterde het minder goed. Bernarda Fink presenteerde zich in haar sober ogende zwart-witte outfit niet als een diva. Nee, ze was er puur voor de muziek, maar die hield ze op afstand in 'Sechs Lieder und Requiem'. Een gloedvolle inzet, een (te) stevig vibrato, en toch hoorden we een brave Schumann, wiens noten vooral aan de buitenkant werden opgepoetst.

In Mahler ging het er lyrischer, lichter, losser aan toe, en dan pakte de stem van Fink ook wel eens iets minder mooi uit, maar wel met durf ('Frühlingsmorgen') en passie ('Das himmlische Leben'). Júist spannend, dus.

Deel dit artikel