Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verlos mij van de 'Spoorloos'-terreur

Home

Hilbrand Westra

Triest dat geadopteerden alleen via tv op zoek kunnen naar hun familie.

Jarenlang had mediapsycholoog Jaap van Ginniken een hekel aan het tv-programma ’Spoorloos’, dat wekelijks meer dan 2 miljoen kijkers trekt. Maar tegenwoordig wordt hij erdoor geraakt, vertelde hij in Trouw (15 december). Hij voelt ’herkenning’ bij de zoektocht van de deelnemers aan het programma, vaak geadopteerden, naar hun biologische ouders.

Daar is op zichzelf niets mis mee. Toch levert die ’herkenning’ een raar fenomeen op. In feite is het publiekelijk geaccepteerd volksvoyeurisme.

Programma's als ’Spoorloos’, ’Vermist’ en ’Grenzeloos Verlangen’ teren op de drama’s en tragiek van mensenlevens, met name op die van geadopteerden. Dankzij dit soort programma's is het beeld van adoptie verworden van een laatste redmiddel, tot een ’wanna be’-product van de media. Pikant detail: ook de hausse aan internationale adopties ontstond dankzij de media, na een interview van Mies Bouwman met schrijver Jan de Hartog in het jaren zestig.

Wie de ware geschiedenis en achtergronden kent van ouders die afstand hebben gedaan en kinderen die machteloos ter adoptie zijn overgedragen, zou zich wel drie keer achter de oren krabben alvorens likkebarend voor de buis te zitten kijken naar het o zo authentieke leed van anderen. Die authenticiteit van emoties als lakmoesproef, zoals Van Ginniken het noemt, is vals.

’Spoorloos’ is een consumptieartikel geworden. De kijkers realiseren zich niet dat ze door het consumeren van het leed van geadopteerden zélf deel zijn gaan uitmaken van de hele keten die grootschalige buitenlandse adoptie heeft doen ontstaan en die de continuïteit ervan waarborgt.

Wanneer de emoties te veel worden, dan draaien we de knop toch gewoon om? Maar het leed is dan al geschied. De direct betrokkenen en degenen die in beeld zijn, kunnen die knop niet meer omdraaien. ’Maar ze kiezen toch zelf voor deelname aan het programma?’ is dan vaak de reactie. Dat is slechts ten dele waar.

Voor ouders en geadopteerden is ’Spoorloos’ vaak een laatste mogelijkheid om aan informatie over de familie van oorsprong te komen. Het is tekenend dat zij met die vraag elders niet terecht kunnen. De betrokken instanties (adoptiebureaus, overheid, particuliere organisaties) hebben onvoldoende mogelijkheden, tijd en geld om aan de groeiende vraag naar zoektochten naar familieleden te kunnen voldoen.

Al jaren pleit United Adoptees International voor een internationaal fonds en een organisatie waar geadopteerden kunnen aankloppen voor hulp. Door diplomatieke en politieke belangen en gebrekkige samenwerking van adoptieorganisaties –juist over dit vraagstuk– is een dergelijk noodzakelijke organisatie nog steeds niet in zicht.

Je zou ook kunnen zeggen, dat het door programma’s als ’Spoorloos’ en ’Vermist’ niet langer een taboe is om op zoek te gaan naar je biologische ouders. Die bijdrage hebben de programma’s dus zeker geleverd. Maar dat is een indirect gevolg, niet de doelstelling van de makers. Alleen de zoektocht zelf levert kijkers op. Wereldwijd worden inmiddels miljoenen euro's aan deze programma's verdiend.

Geadopteerden willen op hun eigen tempo met adoptie bezig zijn. De laatste jaren krijgen zij echter te pas en onpas, van familie, buren en buitenlui, de vraag wanneer zij ’nou eens op zoek gaan’ naar hun familie. De geadopteerden zelf hebben daar een naam voor: Spoorloos-terreur.

Deel dit artikel