Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

verdonk / Geen leden, het lijkt zo handig

Home

Ruud van Heese

Rita Verdonk presenteerde Trots op Nederland vorige week nadrukkelijk als een politieke beweging, en niet als een traditionele partij met leden. Heeft haar aanpak de toekomst?

Stemmenkanon Verdonk stapte vorige week uit de VVD, nadat ze eerder uit de Tweede-Kamerfractie was gezet. Fractieleider Mark Rutte had ieder vertrouwen in een goede samenwerking verloren. Maar Rita Verdonk, die bij de laatste Kamerverkiezingen als nummer twee op de lijst met 620.555 voorkeurstemmen achter haar naam goed was voor 9 zetels, denkt de VVD niet meer nodig te hebben.

Zij heeft helemaal geen leden meer nodig, is haar overtuiging. Leden staan voor oude politiek. Voor ouderwetse partijen, waar moties en amendementen traag hun weg door de afdelingen vinden. Verdonk stelt daar daadkracht tegenover, om de problemen in de samenleving aan te pakken.

Verdonk richt zich op de kiezers die geen lid zijn van een politieke partij, dat is 97,4 procent van het electoraat. Steunbetuigingen uit die kring zijn uiteraard welkom. Geldelijke donaties vanzelfsprekend ook. Maar leden die meebeslissen? Nee, Verdonk luistert wel eerst. „Maar daarna ben ik degene die beslist”, verkondigde ze overal.

De oud-minister voor vreemdelingenzaken en integratie is niet uniek in haar aanpak. Beroemd voorbeeld is natuurlijk de Italiaanse mediamagnaat Silvio Berlusconi, die met zijn kapitaal en televisiestations zijn Forza Italia groot wist te maken, daar de dienst uitmaakte en zes jaar premier was.

Maar ook dichter bij huis zijn voorbeelden te vinden. De Rotterdamse oud-wethouder Marco Pastors deed in november vorig jaar samen met oud-LPF-Kamerlid Joost Eerdmans een poging om met Eén-NL in de Tweede Kamer te komen. De reden om niet te kiezen voor een echte politieke partij? „Ik heb geen zin om amendementen uit Schin op Geul te behandelen”, aldus Pastors, die daarmee uiting gaf aan zijn weerzin tegen het ouderwetse handwerk in de partijafdelingen waarmee de leden het beleid van de top proberen bij te sturen.

Hun poging mislukte. Maar Pastors had dan ook een geduchte concurrent. In de Tweede Kamer had de eveneens uit de VVD-fractie gezette Geert Wilders al enkele jaren zijn stevige standpunten kunnen laten horen. De kiezer beloonde hem daarvoor gul. Negen zetels heeft hij sinds de laatste Kamerverkiezingen. Negen zetels, acht collega’s, en één partijlid: Wilders zelf.

Gerrit Voerman is historicus en staat aan het hoofd van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Universiteit Groningen. Samen met de Leidse hoogleraar politicologie Ruud Koole (ex-voorzitter van de PvdA) geldt hij als een expert op het gebied van het partijwezen in Nederland. De vraag aan hen is of die ledenloze nieuwe politieke bewegingen niet ook heel goede kanten hebben. Maar scepsis overheerst in hun antwoorden.

„Het heeft iets vreemds”, zegt Voerman. „Je vraagt aan mensen: steun mij. Maar als die het zo zeer met je eens zijn dat ze ook lid willen worden van je beweging, dan mag dat niet. Zo’n groepering zegt: Je stem hebben we graag. Maar in de partij zul je die niet kunnen laten horen. Wilders grijpt onder meer het gedoe in de LPF van destijds aan om leden buiten de deur te houden. Maar in de LPF waren het vooral de fractie en de ministers die voor trammelant zorgden.”

„Verdonk heeft weliswaar aangekondigd dat zij mensen om hun mening zal vragen, maar ook dat zíj uiteindelijk beslist. Het kan natuurlijk, maar of het past in een democratisch bestel? Die vraag is lastig te beantwoorden. Je ziet nu dat een politicus zichzelf als het ware lanceert. Die presenteert zich als iemand die jouw vertrouwen waard is. Maar de kiezer die zijn stem aan die politicus geeft mag ook weer niet te dichtbij komen.”

Nu is het hebben van leden, zelfs van veel leden, ook niet altijd een garantie voor het verwerven van een democratisch waarmerk. Met ruim 50.000 leden (en 25 zetels in de Tweede Kamer) is de SP de derde partij van Nederland. Maar ze ligt, ook van binnenuit, onder vuur omdat ze ondemocratische trekjes zou hebben. Toch is er een verschil met de PVV van Wilders, meent Voerman. „De SP is op zichzelf democratisch georganiseerd. En als het congres van de SP iets echt niet wil, dan zie ik het nog niet gebeuren dat Jan Marijnissen het toch doordrukt.”

Wat bewegingen als die van Verdonk, Wilders, Pastors en eerder Fortuyn gemeen hebben, is dat ze een populistische strategie volgen. De ingewikkelde vraagstukken waar de politiek tegenaan loopt, voorzien ze van veelal simpele oplossingen. Daarmee zetten ze zich stevig af tegen de gevestigde politieke partijen. Die zijn te veel met zichzelf bezig, en veel te weinig met de problemen waar de burgers zich druk over maken. Wij weten dat wél, en wij pakken die problemen voortvarend aan, is de belofte van de nieuwkomers.

Voerman ziet het verschijnsel voorlopig nog wel even als een blijvertje. „In de tijd van de politieke verzuiling zou dit onmogelijk zijn. Maar de kiezers staan nu veel losser van de politiek. De voorspelbaarheid in de politiek is afgenomen, de politieke grilligheid neemt daarentegen toe.”

Ook Ruud Koole (oud-voorzitter van de PvdA) ziet een permanente ruimte voor populistische groeperingen, zowel op rechts als op links. Maar dat zullen niet steeds dezelfde bewegingen zijn. Liever spreekt hij trouwens gewoon van partijen, ook bij een beweging als Trots op Nederland. „Het verschil tussen beweging en partij is in mijn ogen semantisch. Zodra men een kandidaat stelt voor een politiek orgaan, is sprake van een politieke partij.”

Volgens Koole kan het niet anders of zo’n als ’beweging’ gelanceerde politieke groepering krijgt na verloop van tijd ook trekjes van een ’gewone’ politieke partij. „In het begin, als zo’n partij moet worden opgebouwd, is het voor de leider(s) handig om geen leden te hebben. Ze kunnen snel besluiten nemen, makkelijk knopen doorhakken. Maar uiteindelijk komen ze van een koude kermis thuis.”

„Op een gegeven moment moet je activiteiten ontplooien om kiezers te mobiliseren. Als je multimiljonair bent, kun je zulke activiteiten nog wel inkopen. Maar als dat niet zo is, ben je afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. En die zullen er vroeg of laat invloed voor terug willen hebben. Het is voor de partijleiding dan ook alleen maar voordelig om die leden invloed te geven. Die vrijwilligers kunnen immers zo veel werk verzetten: op lokaal niveau, tussen verkiezingen door.”

Koole ziet bovendien een democratisch voordeel aan het hebben van leden. „Zonder leden kan een politiek leider tussen de ene en de andere verkiezing betrekkelijk ongemoeid zijn gang gaan. Maar het is voor de democratie gezond als de leiders van een partij zich tussentijds voor de leden moeten verantwoorden.”

Dat daarmee het onderscheidende punt van daadkracht verloren gaat, gelooft hij niet. „Dat verhaal van daadkracht is toch alleen maar retoriek? Elke uitdager in de politiek moet zich immers afzetten tegen de gevestigde partijen. De kunst daarbij is om een niche te zoeken in het politieke spectrum, zoals de Partij voor de Dieren heeft gedaan. Verdonk mobiliseert met haar aanpak op de heel korte termijn stemmers. Maar dat zal hooguit tijdelijk succes opleveren. Dan gaat haar aanhang zich toch afvragen welke oplossingen zij heeft voor allerlei maatschappelijke vraagstukken, en ligt teleurstelling op loer. In die zin heeft de wijze waarop zij zich afzet tegen de politiek gevaarlijke kanten.”

Nu valt er op de gevestigde partijen heus wel kritiek te leveren. „Ook daar zijn lang niet alle leden actief en zie je vaak dat kleine clubjes wél actieve partijleden een sterk stempel op de beslissingen drukken”, aldus Voerman. „Maar het is de vraag of dat wat er voor in de plaats komt beter is. Het is niet voor niets dat de wetgever door middel van subsidie het hebben van een partij met leden aanmoedigt. Bewegingen als van Verdonk en Wilders hangen sterk van één persoon af. Het is allemaal minder gestructureerd. Continuïteit is bij die groeperingen minder gewaarborgd dan bij gevestigde partijen. Verdonk laat weten dat ze premier wil worden. Maar wat als dat niet lukt en ze vertrekt? Zeker, Wouter Bos heeft ook gezegd dat hij premier wil worden. Dat is niet gelukt. Maar als hij was opgestapt, was de PvdA gewoon blijven bestaan. En je denkt toch niet dat de SP ophoudt te bestaan als Jan Marijnissen wegvalt?”

Deel dit artikel