Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

verdeling ministers analyse / Iedere partij krijgt precies de ministers die zij verdient

Home

door Ruud van Heese

CDA, PvdA en ChristenUnie bereikten maandag een akkoord over de ministersposten en de staatssecretariaten. Wat zegt de verdeling?

In coalitieland Nederland heeft nooit één partij het alleen voor het zeggen. Kabinetten rusten op de steun van minstens twee partijen. En zoals de programmatische afspraken in het regeerakkoord het resultaat zijn van soms hard, soms subtiel onderhandelen, zo komt de verdeling van de ministersposten op dezelfde wijze tot stand.

Evenwicht is het sleutelwoord. De deelnemende partijen moeten zich kunnen herkennen in het aantal ministersposten. In de toebedeelde departementen willen ze iets terugzien van hun politieke prioriteiten. En ze willen in zoveel mogelijk sectoren van het kabinetsbeleid vertegenwoordigd zijn. De getalsverhoudingen in de coalitie spelen bij de verdeling een belangrijke rol.

Dat uit zich al in de bezetting van Algemene Zaken, het kantoor van de minister-president. Vroeger was de premier nog wel eens niet uit de grootste coalitiepartij afkomstig. Maar sinds het kabinet-Den Uyl (1973-1977) is daar nooit meer discussie over. Dus is het Balkenende (CDA).

Zijn partij is met 41 zetels zelfs groter dan de coalitiepartners PvdA (33) en ChristenUnie (6) samen. Die getalsverhouding weerspiegelt zich ook in het clubje ministers dat zich bemoeit met wat sinds jaar en dag het hart vormt van het overheidsbeleid: de financieel-sociaal-economische politiek.

Die zogenoemde ’vierhoek’ bestaat uit de premier en de ministers van financiën, economische zaken en sociale zaken en werkgelegenheid. De deze week afgesproken portefeuilleverdeling zou betekenen dat PvdA-leider Bos (vice-premier en Financiën) alleen zou komen te staan tegenover drie CDA-collega’s. Hoe invloedrijk de minister van financiën ook is, dat zou iets te veel van het goede zijn.

Bos krijgt daarom versterking van zijn partijgenoot op Onderwijs. Dat departement wordt opgetuigd met Kinderopvang en Emancipatiebeleid en toegevoegd aan de ’vierhoek’. Ook de nieuwe portefeuille Jeugd en Gezin wordt daaraan toegevoegd. Op deze manier is via minister en tweede vice-premier Rouvoet de invloed van de ChristenUnie verzekerd in wat nu een ’zeshoek’ is geworden met een verhouding

3 (CDA) : 2 (PvdA) : 1 (CU).

Soortgelijke correcties zijn in de andere sectoren van het kabinetsbeleid niet nodig. Zo is de buitenlanddriehoek (Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking) gelijkelijk over de drie partijen verdeeld.

Voor CDA en PvdA geldt hetzelfde in de sector bestuur: Justitie naar de christen-democraten, Binnenlandse Zaken naar de PvdA. En de twee grootste coalitiepartijen gaan ook gelijk op in de sector ’ruimte’ met Verkeer en Waterstaat, en Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit voor het CDA, en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu voor de PvdA, evenals Integratie en Wijkverbetering.

Dat evenwicht is ook te zien bij de verdeling van de elf staatssecretariaten. Bij een PvdA-minister schuift een CDA- staatssecretaris aan, en andersom. Uitzonderingen: op het PvdA-ministerie van onderwijs komen én een CDA én een PvdA- staatssecretaris. En op Verkeer en Waterstaat werkt de enige CU-staatssecretaris onder een CDA-minister.

Deel dit artikel