Verbod op rituele slacht veroorzaakt leed bij mensen

home

Arnold Heertje en econoom en publicist

© anp
Opinie

Het kan zijn dat dieren lijden door rituele slacht. De afweging moet dan zijn welk lijden een verbod op die slacht bij mensen veroorzaakt.

De voorstanders van het verbod op ritueel slachten in de Tweede Kamer ontwijken de politieke afweging die zij moeten maken. Wat weegt naar hun individuele en gezamenlijke oordeel zwaarder: het eventuele leed van de ter slacht gebrachte dieren of het leed dat wordt toegebracht aan de joodse en islamitische gemeenschap in Nederland?

Zij ontwijken deze principiële keuze door pseudowetenschappelijke discussies over het dierenleed en door het rookgordijn van de vrijheid van godsdienst in het geding te brengen.

Stel eens dat wetenschappelijk ondubbelzinnig wordt bewezen dat dieren leed ondervinden door een bepaalde wijze van slachten of, zoals Arnon Grunberg onlangs opmerkte, tomaten in hun ziel worden getroffen indien deze worden geplukt. De vraag naar het gewicht van deze vaststelling in vergelijking met het leed dat aan mensen wordt toegebracht door het verbieden van ritueel slachten, kan dan niet worden ontlopen.

Zo beschouwd is het hele academische spektakel over het dierenleed voor dit onderwerp niet ter zake. Vervolgens verschuilen de voorstanders van een verbod zich achter de paradijselijke boom van de vrijheid van godsdienst, door aan dit grondrecht geen absolute betekenis toe te kennen.

Wederom een voorbeeld van een pseudowetenschappelijke discussie, die fungeert als rookgordijn voor het kennelijke oogmerk selectief het leed van de joodse en islamitische gemeenschap te onderschikken aan het leed van de dieren. Het verst gaat daarin de Partij van de Dieren, die geen enkele boodschap heeft aan het leed dat aan de joodse en islamitische gemeenschap wordt toegebracht.

De leden van de Tweede Kamer dienen uit hun schuilplaatsen te komen en in het open veld de keuze tussen twee varianten van leed te maken omdat deze keuze ook in een samenleving zonder vrijheid van godsdienst in de concrete situatie moet worden gemaakt. Laat daarbij aanstonds duidelijk zijn dat leden van de Tweede Kamer volledig vrij en gerechtigd zijn het leed dat zij in de joodse gemeenschap aanrichten te onderschikken aan dat van de dieren.

Deze handelwijze moet echter wel helder zijn en niet schuilgaan achter niet ter zake doend intellectualisme. Men mag best stemmen voor een besluit dat joden en moslims in het hart treft, als het maar duidelijk is.

Mijn opmerkingen beperk ik verder tot de gevolgen voor de joodse gemeenschap van het verbod op ritueel slachten omdat ik daarvan een beter beeld heb dan van de slag die aan de islamitische burgers wordt toegebracht. Daarbij maak ik geen onderscheid tussen orthodoxe en niet-orthodoxe joden omdat de gevolgen voor beide groepen ongevoelig zijn voor dit onderscheid.

Van het voorstel-Thieme gaat een signaalwerking uit naar de hele joodse gemeenschap. Het signaal is dat tot zover aanvaarde joodse symbolen en rituelen niet meer worden getolereerd. Het betekent dat na enige tijd ook een aanval wordt gedaan op de eeuwenoude traditie joodse jongetjes op hun achtste dag te besnijden. Ook de eeuwige rust van de joodse begraafplaatsen komt ongetwijfeld op de tocht te staan.

Het wrange van dit perspectief is dat deze voor joden dramatische ontwikkelingen zich aftekenen tegen de achtergrond van de vernietiging van het Nederlandse jodendom. Was dit laatste niet gebeurd dan zou dit hele thema niet aan de orde zijn gesteld, omdat politieke partijen een omvangrijke groep joodse kiezers niet van zich zouden willen vervreemden. In die zin maken de voorstanders van het verbod onbedoeld gebruik van de historische loop der dingen.

Verwacht kan worden dat de joodse gemeenschap zich met kracht verzet tegen deze wetgeving en niet aan de uitvoering ervan meewerkt. Varianten van ontwijk- en ontduikingsgedrag zullen groeien en bloeien. Als de burgemeester van Amsterdam zijn politieagenten opdracht geeft joden die heimelijk kosjer slachten te arresteren zijn de rapen gaar. Bovenal wint echter het denkbeeld van Frits Bolkestein dat joden onder die omstandigheden Nederland beter kunnen verlaten, terrein. Het bestaan van de staat Israël komt in een ander licht te staan.

Samenvattend heeft de individuele afweging waarvoor leden van de Tweede en Eerste Kamer staan, bij het vergelijken van het leed van dieren en Nederlandse joden, zwaarwegende gevolgen. Dat geldt ook voor de uiteindelijke beslissing van de minister van binnenlandse zaken.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie