Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verbazing over ’overbodige’ studies

Home

Van onze redactie onderwijs

„Vrijetijdskunde niet nodig? Deze opleiding gaat over de grootste sector binnen de economie.”

Met verbazing wordt binnen de vrijetijdsstudies gereageerd op de opmerking van de KNAW dat deze studie overbodig is.

Ook Europese Unie-studies en algemene natuurwetenschappen & innovatiemanagement werden als voorbeelden genoemd van opleidingen, waarvan de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) zich afvroeg of die zinvol zijn.

De eerste hoogleraar in de vrijetijdswetenschappen, Theo Beckers – tot voor kort werkzaam op de Universiteit van Tilburg – stoort zich eraan, dat iedereen denkt dat vrijetijdswetenschappen een makkelijke studie is.

„Dat achtervolgt ons al twintig jaar, terwijl we inmiddels allang bewezen hebben dat we het academische niveau halen.”

Er is ook vraag naar deze afgestudeerden, benadrukt Beckers. „Vrije tijd is een belangrijk aspect van ons leven geworden.” Omdat de traditionele vakgebieden sociologie, economie en psychologie daar geen oog voor hadden, maakte Tilburg er een aparte interdisciplinaire studie van.

Eigenlijk voelt Beckers zich niet echt aangesproken door de kritiek van de KNAW. „Dat geldt meer voor de hbo-variant vrijetijdskunde. Die is opgericht om veel studenten te trekken, meer dan er behoefte aan is.”

De directeur van de opleiding vrijetijdsmanagement op de NHTV Internationale Hogeschool Breda, Ger Pepels, twijfelt echter geen seconde aan het belang van zijn studie. „Wat vreemd om te zeggen dat vrijetijdsstudies overbodig zijn; wij bedienen de grootste sector binnen de economie.”

Pepels vervolgt: „De wereld verandert, waardoor de vraag om interdisciplinaire studies als deze toeneemt. Wij zijn er twintig jaar geleden niet mee begonnen om meer studenten te trekken, maar omdat bedrijven er om vroegen.”

Ruud Smits, hoogleraar technologie & innovatie aan de Universiteit Utrecht, geeft wel toe dat de studie algemene natuurwetenschappen begin jaren negentig is opgericht om meer bèta-studenten te trekken. „Het academisch niveau kwam daardoor in het gedrang.” Daarom werd zo’n vijf jaar geleden de studie drastisch veranderd. Zij kreeg de naam natuurwetenschap & innovatiemanagement, en het bèta-onderwijs werd beperkt tot drie vakken, meestal wis-, natuur- en scheikunde.

„Onze studenten moeten een kritische discussie aankunnen op bèta-gebied, en leren om die kennis te vertalen in producten en diensten voor maatschappelijke problemen. Dat is moeilijk. Om beide manieren van denken te beheersen, is echt vijf jaar studie nodig. Als de KNAW denkt van niet, onderschat ze dat”, stelt Smits.

De hoogleraar denkt ook dat ’zijn’ afstudeerders misschien wel meer nodig zijn dan pure bèta’s.

Hans Vollaard, coördinator Europese Unie studies op de Universiteit Leiden, begrijpt niets van de opmerkingen van de KNAW-president. „Zijn hart zou juist warmer moeten worden van ons initiatief. Letteren- of geschiedenisstudenten kunnen zich nu verdiepen in de Europese Unie. Het is geen aparte opleiding, maar onderdeel van andere studies. Wat kan daar nou op tegen zijn?”

Deel dit artikel