Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Veel ngo’s kunnen armen en extreem armen niet uit elkaar houden

Home

Hans Nauta

Een meisje dat wordt gedwongen te werken als prostituee in Bangladesh. © Getty Images

Volgens onderzoeker Anika Altaf zijn extreem armen vaak onzichtbaar in Azië of Afrika. Ook ngo's zien ze over het hoofd. 'Deze mensen zitten zo diep in de problemen dat ze zich terugtrekken.'

Wat is het verschil tussen arme en extreem arme mensen? Overeenkomsten zijn makkelijker te noemen, zoals een leven vol risico's of de uitzichtloosheid. Toch is het onderscheid erg belangrijk, zegt wetenschapper Anika Altaf: elke groep kent andere problemen en heeft andere oplossingen nodig.

Lees verder na de advertentie

Veel ontwikkelingsorganisaties kunnen de armen en extreem armen niet uit elkaar houden. En het lukt ze ook niet om met hun projecten de allerarmsten te bereiken, zelfs niet als die hun belangrijkste doelgroep zijn. Dat blijkt uit het onderzoek 'De vele verborgen gezichten van extreme armoede', waarop Altaf (33) vorige week is gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam.

Uitsluiting

Ze heeft hiervoor vier studies verricht: in het Aziatische Bangladesh en de Afrikaanse landen Benin en Ethiopië (in hoofdstad Addis Abeba en op het platteland). In drie van de vier regio's bleken de allerarmsten vaak buiten de boot te vallen. Het woord 'uitsluiting' in de ondertitel van haar proefschrift is een cruciaal begrip.

"Ngo's sluiten de zwaksten buiten door programma's op te zetten waarbij zij niet aan de voorwaarden voor deelname kunnen voldoen. Liever kiezen ze voor armen met potentie, mensen die ervoor zorgen dat het project een succes wordt. Daarnaast worden de allerarmsten genegeerd door de elite van de gemeenschap die hulp ontvangt, zoals een dorpsraad. Daar moeten ngo's beter op letten als ze samenwerken met de lokale overheid. En verder sluiten de armsten zichzelf buiten. Deze mensen zitten vaak zo diep in de problemen, mentaal en sociaal, dat ze zich terugtrekken. Uit schaamte of omdat niemand ze ooit aanspreekt."

Liever kiezen ze voor armen met potentie, mensen die ervoor zorgen dat het project een succes wordt

Anika Altaf, onderzoeker

Voorbeelden te over, zegt Altaf. De allerarmsten doen niet mee aan landbouwprojecten waarin kleine boeren leren hoe ze meer oogsten. Simpelweg omdat ze geen land hebben. Bij educatieve theaterprogramma's over de rechten van vrouwen komen ze niet opdagen. Gezondheidsprogramma's, zoals een strippenkaart voor de dokter, gaan vaak aan de zwaksten voorbij. Om een microkrediet te krijgen, moet je eigen geld inleggen, wat zij niet hebben. En vaak wordt het geld beheerd in een spaarcoöperatie. Daar moet je dan wel bij zien te horen. De allerarmsten staan juist buiten de gemeenschap.

Anika Altaf © Ralf Mitsch

Altaf heeft veel armen gevraagd naar hun ervaringen. Jongeren op het platteland van Ethiopië die zelf geen grond bezitten en weinig kunnen beginnen. Of prostituees en hermafrodieten in Bangladesh, die als groep gediscrimineerd worden. Extreem armen zijn geen homogene groep; het gaat bijvoorbeeld om migranten, slachtoffers van natuurrampen, gehandicapten, chronisch zieken, wezen, ouderen, verslaafden... Om aan hun situatie te ontsnappen, hebben ze meer aandacht nodig dan 'gewone armen'.

Onderzoek

In groepsdiscussies vroeg Altaf: door welke hulpprojecten voelen jullie je geholpen? De uitkomsten gingen onder meer over partnerorganisaties van Woord & Daad. Deze Nederlandse ontwikkelingsorganisatie heeft het onderzoek mede gefinancierd, om ervan te leren. Een van de lessen van Altaf is meer onderzoek te doen voordat een project begint.

Alleen in Addis Abeba bleek dat de allerarmsten worden bereikt, zegt Altaf, bijvoorbeeld met onderwijs. "In de krottenwijken is de gemeenschap van armen en extreem armen groter. Mensen geven elkaar advies, ze voelen zich verbonden in hun misère en sluiten elkaar niet buiten."

Extreem arm zijn volgens de Verenigde Naties de 650 miljoen mensen die moeten rondkomen van 1,90 dollar per dag. "Ik vind dat een beperkte definitie", zegt Altaf. "Armoede verschilt per land, per regio, per dorp. Samen met de bewoners heb ik overal eerst een indeling gemaakt: wie heeft er twintig koeien en is rijk, wie heeft een geit en is arm? Iedereen wist ook feilloos wie de allerarmsten zijn."

"Verder gaat het niet alleen om bezit, maar ook om het sociale aspect: hoe sterk zijn je relaties? En om het mentale aspect: hoe denk je over jezelf en over je eigen welzijn? Die factoren maken een groot verschil, vooral in afgelegen gebieden. Het verschil met armen is namelijk dat extreem armen vaak geen relaties hebben, geen netwerk, geen familie die liefde geeft. En ze denken negatiever over zichzelf. De allerarmsten zitten veel dieper in de put. Vaak worden ze lichamelijk of verbaal mishandeld."

Als voorbeeld beschrijft Altaf een veertigjarige vrouw uit het West-Afrikaanse Benin die door een medische aandoening, vermoedelijk epilepsie, als kwaadaardig werd gezien. Eerst stuurde haar man haar weg, daarna wenste haar moeder haar dood. "Magie speelt een grote rol in die samenleving. Haar moeder was bang dat ze besmettelijk was en wilde haar niet aanraken. Ze woonde nu in een hut en verkocht sprokkelhout."

Ontmenselijkt

Het duurde een paar uur voordat het vertrouwen was gegroeid en deze vrouw meer prijsgaf in het gesprek. "Eerst dacht ik dat ze mentale problemen had. Maar het was meer dat ze ontmenselijkt was, niemand had naar haar omgekeken. Ze voelde zich onzichtbaar."

Waarmee had ze geholpen kunnen worden? "Met van alles. In de regio waren bijvoorbeeld programma's tegen analfabetisme, leren lezen had haar zelfvertrouwen kunnen stimuleren. Maar ze viel buiten het blikveld van de overheid en de ngo's. Alleen al uit menselijkheid moeten we proberen mensen zoals zij te betrekken in de samenleving waarin ze leven."

Lees ook:

VN-baas is bezorgd: Politiek klimaat bemoeilijkt ontwikkelingswerk

Hij maakt zich zorgen, zegt Achim Steiner, de hoogste baas van UNDP, de grootste ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties. Geen honger in 2030 is een van de ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Om die te halen, moeten landen wel blijven samenwerken, zegt hij.

Deel dit artikel

Liever kiezen ze voor armen met potentie, mensen die ervoor zorgen dat het project een succes wordt

Anika Altaf, onderzoeker