Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Wolde wil vooral goed lezen

Home

Monic Slingerland

Grote beroering ontstond toen prof. Ellen van Wolde liet weten dat het in het scheppingsverhaal in Genesis ook over scheiden gaat. Van Wolde verwijst naar de halve maan. Een bootje!

Die avond luisterde oudtestamentica Ellen van Wolde in bed naar het radioprogramma ’Met het oog op morgen’.

Het eerste bericht ging over Pakistan. Wereldnieuws. Daarna viel haar naam. Ellen van Wolde zei in Trouw dat God de wereld niet heeft geschapen.

„Ik vloog overeind. Dat heb ik niet gezegd, was mijn eerste impuls. Daarna kwam gelukkig ook wat ik wel heb gezegd, dat Genesis spreekt over scheiden. Bekomen van mijn eerste schrik bedacht ik dat ik de dag erna maar vrij moest maken voor de reacties.”

Een stroom reacties was inderdaad het gevolg, en nog altijd komen ze binnen. „Die ochtend om half acht was een van de eerste: ’Heel Veenendaal is in rep en roer’. Daar kon ik nog om lachen.”

Minder vrolijk wordt Van Wolde van commentaar als: „Had ze niet in het woordenboek kunnen kijken, want daar staat toch echt dat bara scheppen betekent, en niet scheiden.”

Ellen van Wolde, hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen: „Als mensen wier vak het niet is, dit zeggen, kan ik dat nog wel begrijpen. Maar collega’s die zo reageren, daarover heb ik me zeer verbaasd. De opvatting over taal en betekenis die hieruit spreekt, vind ik echt primitief, ik heb er geen ander woord voor. Alsof de betekenis van woorden vastligt, eeuwenlang en in elke cultuur. Dat is zo’n statische opvatting.”

Deze week komt het boek uit waarin Ellen van Wolde haar methode van bijbellezen uitwerkt. De uitleg van het bijbelse scheppingsverhaal in Genesis 1 is daarin een van de voorbeelden. Het boek heeft een lange aanloop gehad. Een opwelling kun je het moeilijk noemen, en ook niet een snel uitgewerkte inval.

Als twintigjarige al was Van Wolde gefascineerd door de vraag hoe taal en werkelijkheid verbonden zijn. En zelfs, of ze dat wel zijn. Ze ging naar Italië, om bij de schrijver en wetenschapper Umberto Eco semiotiek te studeren, de leer van de betekenis van woorden.

Van Wolde is nog altijd gefascineerd door de vraag, hoe woorden hun betekenis krijgen. Ze gaat ervan uit dat het een dynamisch proces is: de betekenis van woorden verandert. Voor haar nieuwste boek ’Reframing biblical studies, is ze op zoek gegaan naar een taalkundige methode, technisch, neutraal, om de betekenis van woorden te leren kennen, steeds in iedere zin waarin ze voorkomen. „De betekenis die woorden hebben, is niet altijd dezelfde. De taalkundige Langacker heeft een instrument ontwikkeld om heel precies die betekenis te onderzoeken. Ik heb zijn instrument bewerkt om dat toe te passen op bijbelse teksten.”

Van Wolde is bij haar onderzoek naar de betekenis van het scheppingsverhaal niet bezig geweest met de vraag: Wie is God? „Ik heb geprobeerd in kaart te brengen hoe we de voorstelling die een bepaald woord of tekst in een bepaalde tijd en cultuur oproept, kunnen vaststellen. In welke tijd is het geschreven, wat zegt de grammaticale constructie over de betekenis van het woord, om dat soort invloeden gaat het.”

Van Wolde noemt het voorbeeld van de halve maan. „In Nederland zien we in gedachten een maanschijf die rechtop staat, met punten die naar links of rechts wijzen. Maar in het Midden-Oosten, op een andere breedtecirkel, ziet de maansikkel eruit als een liggend bootje, de punten allebei naar boven. Dit leidt tot uitdrukkingen als ’het bootje’ of ’de hoorn’ van de maan. Zo zie je dat het beeld dat een woord oproept, soms afhangt van de plaats waar je bent.”

Woorden kunnen ook een andere betekenis krijgen door de tijd heen, laat Ellen van Wolde zien in haar boek. Ze noemt als voorbeeld het woord ’stadspoort’. De Nederlandse lezer van nu denkt dan aan een opening in de stadsmuur, met een ronding van boven, waardoor je de stad in en uit kunt. In oudtestamentische teksten kan het woord stadspoort ook iets anders betekenen. Zo was de stadspoort in de negende en achtste eeuw voor Christus in Cis-Jordanië, een gebouwencomplex met een binnenpoort, een buitenpoort en vier tot zes vertrekken, waarin het stadsbestuur zat, of waar recht gesproken werd. ’Stadspoort’ betekent dan: bestuurlijk centrum. Twee eeuwen later was de stadspoort in datzelfde gebied een klein gebouw, en soms alleen een doorgang om de stad in en uit te kunnen.

En hoe kan de grammatica een woord beïnvloeden? Van Wolde noemt weer een voorbeeld. „Twee zinnen: De dieven beroofden de prinses van haar juwelen. En: De dieven stalen de juwelen van de prinses. De eerste zin benadrukt de gehechtheid van de prinses aan haar juwelen. De tweede drukt uit hoe graag de dieven de juwelen wilden hebben. Beide zinnen beschrijven dezelfde gebeurtenis, maar ze leggen op een andere manier de relaties bloot.”

Met de taalkundige methode van Langacker ging Van Wolde ook het scheppingsverhaal in Genesis 1 lezen, uitsluitend met de bedoeling, nauwgezet en technisch precies vast te stellen welke betekenis steeds ieder woord heeft dat daar staat.

„In het scheppingsverhaal staat zeven keer dat Gods iets schept, in het leven roept, met daarbij het werkwoord asa. Dan gaat het onder meer over het licht, de hemel, de lichten aan het firmament en de mens. Daarnaast staat er zeven keer beschreven dat God iets anders doet, en dat staat uitgedrukt door het werkwoord bara. En er zijn dan steeds twee of drie lijdende voorwerpen die God uit elkaar plaatst, of hij maakt van iets dat een eenheid was twee ruimtelijk gescheiden eenheden. Anders gezegd, hij scheidt ze van elkaar in de ruimte. Dit geldt voor de hemel en de aarde, maar ook voor de waterdieren, én voor God en de mens. Hetzelfde woord bara wordt in Jesaja 40 en 42 ook gebruikt om aan te geven hoe je de hemel (hier in het meervoud) als een tent uitspreidt. Met een punt hier en een punt daar.” Ellen van Wolde doet het voor en spreidt haar armen zo wijd mogelijk uit.

„Het woord bara heeft op deze plaats een soortgelijke betekenis: wat een eenheid was, wordt uiteengelegd, maar in elke context krijgt zo’n betekenis een eigen nuance.

Tot op dit punt stopt het taalkundige onderzoek. Als tekstwetenschapper ga ik dan verder. Ik zie dan dat in Genesis 1 Gods scheiding van de hemel en de aarde nauw verbonden is met de eerste scheppingsdaad: God schept het licht. Het donker is er al, het water is er al, en God is er zelf ook al. Door een scheiding te maken in de watermassa ontstaat er ruimte tussen de hemelboog en de aardschijf en daarin schept God het licht. En later in de tekst maakt (asa) God de mens en maakt hij onderscheid tussen zichzelf en de mens, uitgedrukt met bara. Dus de kop boven het artikel in Trouw, die ik toen voor de radio hoorde, klopte niet. Ik heb nooit gezegd dat God de wereld niet geschapen heeft, ik zeg alleen, als ik die Genesisteksten nauwgezet lees, dat het woord bara daarin de betekenis heeft van scheiden. Volgens het verhaal schept God én scheidt hij.”

Als de theoloog Van Wolde verder gaat, komt er uit haar verhaal een beeld van een God tevoorschijn, die maakt en onderscheidt en zo de voorwaarden schept voor verbondenheid, voor relaties. „Zolang er geen verscheidenheid is, maar eenheid, kunnen er geen relaties zijn. Daarvoor is nodig dat er het ene is en het andere, de vissen en de vogels, de mensen en de dieren, mannen en vrouwen. Alleen schepping én scheiding maken de relaties tussen de onderscheiden soorten mogelijk.”

Ellen van Wolde heeft een lijst gemaakt van alle tekstplaatsen in de Bijbel waarin het scheppingsverhaal genoemd wordt. „Daarbij staan verschillende woorden. En ook krijgen woorden als asa en bara, uit het scheppingsverhaal in Genesis, soms weer net een andere betekenis.”

Scheiden wordt soms onderscheiden: rein van onrein, mens van God, wat erbij hoort en wat er niet bij hoort. „Als je je realiseert dat het priesters zijn die deze teksten geschreven hebben, is het duidelijk waarom woorden deze betekenis krijgen. Priesters hadden als taak, te bepalen wat rein en onrein was.”

Dat taalkundige ontleden van het scheppingsverhaal laat zien dat de mens zich onderscheidt van God, en ook hoe de mens alleen vruchtbaar kan zijn doordat er onderscheid is tussen mannen en vrouwen. Ongemerkt zijn we toch van het taalkundige terrein af en hebben we het instrument van Langacker in de paraplubak gezet.

Er is onderscheid tussen taalkunde en theologie, maar ze lopen wel innig gearmd, in het werk van Ellen van Wolde.

Lees verder na de advertentie
Ellen van Wolde (Trouw)

Deel dit artikel