Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van wie is die tekst?

Home

Agnes Amelink

De nieuwe Israëlische nederzetting Anatot. © Hollandse Hoogte

Het interpreteren van een bijbeltekst is vaak vragen om moeilijkheden. Dat geldt helemaal als die tekst over een stuk grond in Israël gaat.

Dat een tekst van een jaar of 2000 oud vandaag nog garant staat voor verhitte gemoederen, bleek wel toen Janneke Stegeman onlangs aan de Vrije Universiteit in Amsterdam promoveerde op een hoofdstuk uit het bijbelboek Jeremia. De vraag die de theologe opwerpt, is of er één doorslaggevende lezing van een bijbeltekst kan zijn. Nee, luidt haar conclusie.

Criticasters verweten Stegeman (33) religieuze en politieke partijdigheid. De kritiek, zegt Stegeman, heeft alles te maken met de vraag hoe je tegen religie en profetische teksten aankijkt. "Uit het feit dat de Bijbel is ontstaan in het gebied waar nu Israël en Palestina liggen, leiden veel theologen op een of andere manier af dat de hedendaagse Joden dus recht hebben op dat land. Maar religie gaat niet over van wie land is. Het gaat over de diepste vragen van het leven: wie zijn wij? Waar horen we thuis? Waar gaan we naartoe? Teksten zoals die van de profeet Jeremia leveren geen prefab toekomstplaatjes, maar zetten je aan het denken. Als religieus mens kun je je met een land verbonden voelen, maar dat is iets anders dan dat je er recht op kunt laten gelden."

Babyloniërs
Jeremia 32, het hoofdstuk dat Stegeman onderzocht voor haar proefschrift, gaat over land. Het speelt zich af rond de plaats Anatot, even buiten Jeruzalem. De actualiteit van de tekst wordt onmiddellijk duidelijk wanneer je bedenkt dat er tegenwoordig twee Anatots zijn. Het oude Palestijnse dorp Anata ten noordoosten van Jeruzalem, dat aan alle kanten is ingesloten door de Israëlische muur, en de nieuwe Israëlische nederzetting Anatot.

In Jeremia 32 krijgt de profeet opdracht hier een stuk land te kopen. Dit lijkt nogal onzinnig, omdat Jeruzalem elk ogenblik in handen kan vallen van de Babyloniërs. De aankoop wordt wel uitgelegd als teken van Gods belofte dat de Judeeërs eens zullen terugkeren naar het land. Volgens de zionistische uitleg van Jeremia 32 is deze interpretatie exclusief van toepassing op hedendaagse Joden die terugkeerden naar Palestina.

Stegeman laat in haar proefschrift zien dat de vraag wie er aanspraak mag maken op de grond al zo oud is als de Bijbel. Maar cruciaal is daarbij het inzicht dat er achter de oude woorden van Jeremia 32 diverse partijen schuilgaan: "Er zijn allerlei hints die duidelijk maken dat er in deze tekst spanning is ingebouwd. De laatste redacteur heeft sporen van de discussies over land laten zitten, waardoor de oplettende lezer ziet dat hier iets op het spel staat. Als lezer word je als het ware uitgedaagd om zelf positie in te nemen."

Lees verder na de advertentie

 
Jeremia 32 speelt zich af in Anatot: het Palestijnse dorp of de nederzetting?

Dit wijzen op de gelaagdheid van de tekst is geen exegetische slimmigheid van de 21ste eeuw, zegt Stegeman. "De eerste lezers konden die gelaagdheid nog veel beter onderscheiden dan wij. De dominante stem in de tekst is die van degenen die terugkeerden uit de Babylonische ballingschap. Maar evengoed zijn de stemmen aanwijsbaar van degenen die in het gebied bleven wonen. Als je dan een stem selecteert en aanwijst als de stem van God, doe je de tekst tekort. De tekst bevat geen eenduidige boodschap, je moet er zelf mee aan de slag."

Ongelofelijk spannend
Om te laten zien hoe dit zou kunnen werken, is Stegeman Jeremia 32 gaan lezen met groepen Israëlische Joden en groepen christelijke Palestijnen in en rond Jeruzalem. Veel Joodse lezers herkenden hun verhaal in het hoofdstuk. De meeste Palestijnen konden echter weinig met het hoofdstuk beginnen. Zij wezen het af, omdat ze het lazen als een zionistische tekst. Stegeman: "Het was ongelofelijk spannend om daarbij te zijn. Je zag woede en angst en ontroering. Maar wat me het meest getroffen heeft, is dat mensen die zich klemgezet voelden door die tekst, echt probeerden om een alternatief voor die exclusieve lezing te vinden."

Door beide groepen na de eerste lezing te attenderen op andere stemmen in de tekst, wist Stegeman te bereiken dat zowel Joden als Palestijnen althans gedeeltelijk in staat waren om anders naar het bijbelverhaal en ook naar hun eigen positie te kijken. "Er was een Joodse jongen uit een zionistisch milieu die zei: 'Ik kom er nu achter hoeveel macht zo'n tekst heeft'. Hij voelde de verantwoordelijkheid om die tekst recht te doen. 'We moeten het gevecht om de tekst aangaan', zei hij."

Stegeman: "Dit maakt voor mij duidelijk dat je echt een roeping hebt als exegeet. De Bijbel is geen boek met bindende uitspraken over hoe je je moet gedragen of van wie het land is. Bijbellezen is veel spannender dan wij het vaak maken. Exegese gaat ook over de vraag hoe je je vandaag verhoudt tot de thema's die de tekst aanreikt."

Heel ander debat
Rond haar promotie heeft Stegeman het verwijt gekregen dat ze zich vooral met de lezing van de christelijke Palestijnen geïdentificeerd heeft. Stegeman is zelf bestuurslid van de Vrienden van Sabeel in Nederland, een oecumenisch centrum voor Palestijnse bevrijdingstheologie. Zij zou volgens criticasters het Joodse perspectief te weinig benadrukken. Dat de Joods-Amerikaanse vredesactivist Mark Braverman sprak tijdens Stegemans promotie en twee aansluitende symposia deed aan de kritiek niets af. Want Braverman bekritiseert zowel het zionisme als de christelijke neiging het zionisme te steunen. Stegeman: "Ik kreeg het verwijt dat Braverman geen vertegenwoordiger is van de Joodse traditie. Nu is die traditie erg divers, en vanaf het begin is het zionisme ook juist vanuit het jodendom bekritiseerd. Ik vind het waardevol dergelijke dissidente stemmen aan het woord te laten. Een bijdrage van iemand van bijvoorbeeld Christenen voor Israel had een heel ander debat opgeleverd. Ook relevant, maar wij wilden een ander debat voeren - namelijk over exegetische verantwoordelijkheid."

Het Palestijnse dorp Anata nabij Jeruzalem, ingesloten door de Israëlische muur. © reuters

Wat die verantwoordelijkheid is? "Het hoort bij exegese dat je duidelijk maakt hoe die oude teksten vandaag ook nog functioneren", zegt Stegeman. "Je moet je ogen openhouden voor machtsconflicten, zowel in de tekst als in de actuele omstandigheden. De vorm van religieus nationalisme die je nu in Israël ziet, maakt misbruik van de tekst. Het is exegetisch onzinnig één stem uit de tekst tot waarheid uit te roepen. Alle partijen in het conflict worden gegijzeld door het inzetten van bijbelteksten als onderdeel van de machtsstrijd. Gelukkig zijn aan beide zijden ook mensen die religie als bron van positieve inspiratie gebruiken, en zoeken naar een rechtvaardige oplossing, volgens internationaal recht."

Stegeman wilde aandacht vragen voor verborgen stemmen in de traditie, in dit geval die van christelijke Palestijnen en van Joodse Israëliërs die zich verzetten tegen de zionistische lezing van Jeremia. "Dat is een kwestie van rechtvaardigheid. De dominante lezing komt van wie de macht hebben. Oog hebben voor minderheidslezingen betekent aandacht vragen voor de machtelozen. In de titel van het proefschrift spreek ik daarom van de 'dekolonisatie' van Jeremia."

Inzicht in de meerstemmigheid van de Bijbel is volgens Stegeman niet alleen van belang voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. "Denk ook aan vluchtelingenproblematiek en de vreemdelingenangst bij ons. Wij definiëren onszelf als Nederlanders die recht hebben op dit land waar wij wonen. Dat er aan de grenzen van Europa bootjes met vluchtelingen zinken, hoort daar dan kennelijk bij. Maar dat zijn wel heel vergaande gevolgen van hoe wij onze identiteit definiëren. Een inclusieve lezing van de Bijbel kan de kerk helpen als ze nadenkt over de positie van Europa."

 
Alle partijen worden gegijzeld door het inzetten van bijbelteksten als onderdeel van de machtsstrijd

Deel dit artikel