Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van schuilkelder tot troepen, aan alles was er een tekort

Home

PAUL VAN DER STEEN

Russische raketten op Cuba zorgden vijftig jaar geleden voor een week van hoogspanning. Een kernoorlog kon zomaar uitbreken. Nederland wachtte lijdzaam en angstig af. Slechts een enkeling sloeg door.

Het Rijk verstuurde in 1962 aanwijzingen 'voor het geval dat'.

Bestuurders en volksvertegenwoordigers van Steenwijk namen na een raadsvergadering nog een afzakkertje in de kroeg. Op de tv berichtte het journaal over de toespraak waarin president Kennedy de blokkade rond Cuba aankondigde.

Albert Dingemans Wierts, de jonge burgemeester van de Overijsselse gemeente (later nog even verkoper van de strips van Marten Toonder), panikeerde. Hij voorspelde dat het 'helemaal mis' zou gaan. Hij begon zich die avond nog voor te bereiden op het allerergste. Rondom het raadhuis liet hij een aarden wal aanleggen die moest beschermen tegen fall-out. Burgers maande hij tot rust, maar met zijn gedrag gaf de burgemeester andere signalen af. De Steenwijkers begonnen massaal te hamsteren.

De rest van Nederland reageerde rustiger. De slagschaduw van een Oost-Westconflict had over de wederopbouwjaren gehangen. Tot 1959 was Oorlog en Marine het rijkelijkst bedeelde departement op de rijksbegroting (in sommige jaren goed voor een vijfde van de overheidsuitgaven). Maar stilaan werd de dreiging als minder acuut ervaren. In 1948 rekende nog de helft van de Nederlanders op een nieuwe oorlog binnen tien jaar. In 1961 geloofde nog maar een vijfde van de bevolking dat.

Scenario's waren in de tussentijd wel rampzalig verslechterd. In het ergste geval dreigde een armageddon. Kort na de Cubacrisis, in 1963, ging Defensie uit van tachtig potentiële doelen in Nederland. Die konden bestookt worden met kernwapens die ietsje lichter waren dan die van Hiroshima en Nagasaki, maar ook met bommen tot twintig keer zo zwaar. In het geval van een atoomoorlog zouden volgens de voorzichtigste schattingen vier miljoen Nederlanders, een derde van de totale bevolking, omkomen.

Een jaar voor de benauwde week in oktober 1962 verstuurde het Rijk een kaart met tips voor het geval dat, 'Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf' naar 3,5 miljoen adressen in Nederland. Veel Nederlanders weigerden de aanwijzingen over schuilplaatsen onder de keldertrap en het tochtdicht maken van naden en kieren met groene zeep serieus te nemen.

De toch al niet al te beste reputatie van de organisatie voor civiele verdediging, de Bescherming Burgerbevolking (BB), kreeg nog maar eens een knauw. Niet voor niets zou de Volkskrant later spreken over de "kostbaarste operettevereniging te lande". Toch hadden de BB en andere maatregelen wel een functie. Ze pasten in de afschrikkingsstrategie. Alleen wapens hebben voldeed niet. Met het hebben van draaiboeken voor het ergste lieten Navo-lidstaten zien dat ze het er eventueel op aan wilden laten komen.

In werkelijkheid maakten de Nederlandse autoriteiten zich weinig illusies. Aan vrijwel alles zou een tekort zijn: schuilkelders, zandzakken, ziekenhuisbedden. En hielden apocalyptische toestanden zich aan vooraf gemaakte draaiboeken? Nee dus. De troepensterkte zou sowieso onvoldoende zijn om Nederland te verdedigen. Dus moesten de beschikbare militairen zich maar concentreren op de evacuatie van de bestuurlijke elite. Daarvoor lag al vanaf 1948 een draaiboek klaar, 'Operatie Bezemsteel'.

Minister-president Jan de Quay zou bij degenen horen, die naar veiliger oorden zouden worden gebracht. In zijn dagboek schreef hij op 23 oktober 1962: "Ik kan het niet geloven; dat betekent vernietiging; en toch een riskante zaak. Maar als het Westen nooit 'Halt' zegt, gaat het communisme altijd door." De houding van de premier leek op de berusting bij de rest van de Nederlanders. Een klein land kon slechts afwachten. Wel lagen op de luchtbasis Volkel kernwapens. Alles was daar in gereedheid gebracht om indien nodig doelen in Oost-Duitsland te bestoken.

Kennedy en Chroesjtsjov hoopten nog altijd op een vreedzame oplossing. Maar hun omgeving voerde de druk op. Militairen en raadgevers drongen bij de Amerikaanse president steeds nadrukkelijker aan op ingrijpen: bombarderen of een invasie. Castro probeerde Chroesjtsjov over te halen om als eerste een nucleaire klap uit te delen. De Sovjet-Unie had zich in 1941 al eens laten verrassen.

Morgen: De afloop van de Cubacrisis, de nasleep en de oorlogsgevaren in de wereld van vandaag.

Deel dit artikel