Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Rootselaar gelooft in titelkansen

Home

Fred Troost

Met pijn in het hart beëindigde Cees van Rootselaar een jaar geleden zijn carrière als basketballer. Omniworld bood hem geen nieuw contract. Een halfjaar later werd hij onverwacht coach van de club en nu staat hij met Omniworld in de finale van de play-off die morgen begint.

AMSTERDAM - ,,Tegen de Astronauts hadden we viermaal verloren, drie keer in de competitie en eenmaal voor de beker. Maar de laatste competitiewedstrijd wonnen we, met één punt verschil. Dat gaf de ploeg veel vertrouwen. In de best-of-five moesten we driemaal van ze winnen, waarvan één keer in Amsterdam. Dat gebeurde meteen de eerste keer. Dat deed me zo goed; we konden niet meer stuk en wonnen meteen de volgende twee wedstrijden. Dan win je met 3-0 van de kampioen; dan stel je toch wel wat voor.''

Cees van Rootselaar lacht veel en nu helemaal. ,,Ik heb plezier in het leven, plezier in basketbal. Ik heb negentien jaar op eredivisieniveau gespeeld, nu ben ik coach en sta ik in de finale. Ik ga fluitend naar Almere. Als ik er geen lol in zou hebben, zou ik wel wat anders gaan doen.''

Het plezier is er bijna altijd, ook in periodes van tegenslag. Het deed hem pijn toen zijn spelerscontract vorig jaar niet verlengd werd. ,,Ik had graag twintig jaar eredivisie volgemaakt'', zegt de nu 37-jarige Van Rootselaar. ,,Maar Jan Willem Jansen wilde niet met me door. Ik had geen zin om me elders te bewijzen en kon wel coach van het tweede en de junioren worden. Vooruit dan maar, dacht ik.''

Jansen vertrok enkele maanden later naar de bond waar hij als topsportcoördinator aan de slag ging. ,,Toen schoof ik ineens door. Snel? Ja. Te snel? Eigenlijk had ik dit nog niet gewild, maar als je zo'n kans krijgt...''

Gewild of ongewild, Van Rootselaar bepaalde meteen waar zijn doel lag: ,,Vanaf dag één heb ik gezegd dat we de finale konden halen. Kwestie van hard werken, vertrouwen in elkaar hebben en verder heb ik m'n best gedaan het plezier erin te brengen.''

Zijn gulden regel: plezier in de sport, de training, de wedstrijden. ,,Mijn aanpak is anders dan bij Jan Willem, jazeker. Iedere coach heeft zijn eigen aanpak. Dat wil niet zeggen dat ik Jan Willems werk afkeur. Hij heeft toevallig wel dit team samengesteld. Hij zag het goed, maar hij heeft het er niet uitgekregen.''

Wat is dan het geheim van Van Rootselaar? ,,We hebben veel op de verdediging getraind. In de play-off hebben we ons voordeel daarmee gedaan. We kregen in de competitie tegen Astronauts gemiddeld 83 punten tegen, in de play-off 70. Dus zijn we verdedigend sterker geworden. Daar hebben we onze winst gepakt.''

Daarnaast moest het vertrouwen in elkaar toenemen. ,,Het was nog te wisselvallig; we knokten niet voor elkaar. Nu wel. Er is chemistry in de ploeg. Ik heb gezegd: 'Jullie zijn wel talenten, maar je wordt alleen kampioen als je hard gaat werken.' Het is de manier waarop ik graag speel en het is opgepikt. Niet individueel spelen, maar samen. Zo denk ik over basketbal.''

In de ploeg die Jansen vorig jaar bouwde, ontbrak Van Rootselaar. ,,Dat heeft me pijn gedaan. Ik denk nog steeds dat ik veel inbreng in het team had kunnen hebben. Ik vond het niet terecht, maar ik heb geleerd verder te gaan. Zonder hard feelings.''

Cees van Rootselaar kent het spel in de eredivisie door en door. Dat is een voordeel, maar biedt geen garantie voor succes. ,,Als startende coach moet je je bewijzen, wie je ook bent. Ik ook. Het zegt niets als je zelf hoog gebasketbald hebt. Ik heb wel altijd geweten dat ik dit wilde. Als speler was ik al veelvuldig het verlengstuk van de coach.''

Zijn ambities reiken verder. ,,Ik wil eerst kampioen van Nederland worden en daarna bondscoach.'' Woorden die een moment van stilte rechtvaardigen. Is het eerste deel van de ambitie begrijpelijk en wellicht grijpbaar, het tweede roept vragen op. Want wie in Nederland wil er in vredesnaam bondscoach bij de basketballers worden?

,,Ik'', lacht Van Rootselaar, en hij licht toe. ,,Er is veel talent in Nederland. Dat dat er niet uitkomt, ligt aan het gebrek aan kader. Daar wil ik me ook mee bemoeien, een goed scoutingapparaat opzetten. We zullen onderaan moeten beginnen. Jan Willem Jansen is daar al mee bezig.''

Maar heeft hij dan niet geleerd van het recente verleden? Heeft hij geen bondscoaches meegemaakt die stuk voor stuk vastliepen in het moeras van intriges, tegenwerking, demotivatie, roddel en achterklap? ,,Iedere bondscoach heeft z'n best gedaan'', zegt Van Rootselaar op neutrale toon. ,,Ik heb in 1987 en 1989 op het EK gespeeld en dat was meteen de laatste keer. Maar het was ook heel mooi. Dat moeten we terughalen. Ik geloof dat dat kan. Het is nog altijd een eer om voor Nederland uit te komen.''

Idealist of realist? Van Rootselaar houdt niet van grootspraak, maar verstopt zich ook niet achter de loze praat van de underdog. De wedstrijdserie tegen Eiffel Towers, maximaal zeven duels, zal zwaar worden, beseft hij. ,,Toch hebben we een kans om de titel te pakken. Ik weet dat Eiffel favoriet is; ze hebben het grootste budget, veel ervaring na de finale van vorig jaar, een grote bank. Maar zij kunnen er ook maar vijf in het veld zetten.''

En dan: ,,Het wordt wel eens vergeten, maar er staat een heel goed team. Ik heb drie goede Amerikanen en verder goede Nederlandse spelers. Travis Young is topscorer van de eredivisie en voor een verdediging niet te houden. Kijk hoe Ronald van Velzen zich ontwikkelt. Dat was niks, vonden veel mensen in Almere, maar nu juicht iedereen over zijn progressie. Er zit nog zoveel perspectief in dit team.''

Mocht Omniworld nochtans verliezen, dan kan hij er vrede mee hebben als Eiffel inderdaad sterker was. ,,Maar als het niet nodig is, heb ik er moeite mee.''

Toch zal Van Rootselaar in dat geval niet de kleedkamer ingaan om zijn gal te spugen. ,,Ik word nooit boos, ik toon geen emotie tegenover de spelers. Na de wedstrijd kom ik nooit in de kleedkamer; ik sluit af op het veld. De kleedkamer is er de plaats niet voor. Iedereen is emotioneel na een wedstrijd. Ik voel er niks voor spelers dan op fouten te wijzen; dat doe ik wel op de training. Laat die jongens maar lekker onder de douche over de coach lullen.'' Even aarzelt hij, dan volgt een bekentenis: ,,Eenmaal ben ik wel boos geworden, heb ik me tijdens een wedstrijd laten gaan. Ik heb daar een moeilijke avond door gehad en op de volgende training heb ik mijn excuus aangeboden.''

Deel dit artikel