Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Randwijk en Speelman: twee harde koppen die tegen elkaar botsten

Home

PETER BAK

De auteur schreef het boek 'Harde koppen, rechte lijnen', over het illegale Trouw

De onenigheid tussen Speelman en Van Randwijk was in hoofdzaak een technische kwestie. Van Randwijk vond dat Speelman en diens kameraad Henk Hos te veel en te snel wilden en daardoor onvoorzichtig waren. Hij stond een geleidelijker en daardoor veiliger uitbouw van de organisatie voor. En het zinde hem evenmin dat ze ook met allerlei andere dingen bezig waren en soms met revolvers rondliepen. Na een arrestatiegolf in het najaar van 1942 was voor Van Randwijk de maat vol. Hij eiste Van Speelman volledige inzage in diens netwerk van contacten en aanvaarding van de redactie als leidinggevend orgaan, dat wilde zeggen: aanvaarding van Van Randwijks leiding. Eén kapitein op het schip waarborgde grotere veiligheid. Speelman vond dat Van Randwijk overdreef en de arrestaties aangreep om binnen de VN-organisatie absolute alleenzeggenschap te krijgen.

Of ook de inhoud van VN voor Speelman een struikelblok is geweest, is zeer de vraag. Betrokkenen als Speelmans verloofde Mien Bouwman en zijn broer Jan stond later niet voor de geest dat Wim onoverkomelijke bezwaren had tegen de redactionele lijn van VN. Gesina van der Molen, tot augustus 1942 deel uitmakend van de VN-redactie, zou na de oorlog zelfs stellen dat Speelman met de artikelen van Van Randwijk dweepte. Ook volgens Van Randwijk zelf was Speelman enthousiast over de inhoud van VN. Aan Wims broer Piet schreef Van Randwijk in 1948: “De strijd, die in 1942 in de top der organisatie gevoerd werd, ging alleen en uitsluitend over technische zaken en niet over de inhoud van het blad.” Bruins Slot, de eerste hoofdredacteur van Trouw, had later de indruk dat antirevolutionaire principes bij Speelman aanvankelijk maar een ondergeschikte rol speelden. Veeleer “woede over de verraderlijke Duitse overweldiging” zou hem in de eerste bezettingsjaren hebben gedreven.

Het conflict tussen Speelman en Van Randwijk was vooral een technisch conflict. Het was ook een conflict tussen twee krachtige persoonlijkheden, twee dominante karakters. Naar verluidt waren Speelman autoritaire trekken evenmin vreemd. Als er gehandeld moest worden, dan was het van: “Jij doet dit en jij doet dat”. En daarmee basta. “Fuérer befehlt, wir folgen”, schreef Jan de Pous, de latere minister van economische zaken eens pesterig nadat Speelman hem vanuit zijn rayon in de Haarlemmermeer naar de Amsterdamse verspreidersorganidsatie had gedirigeerd. Maar ondanks zijn jeugdige leeftijd werd de leiding van Speelman geaccepteerd - omdat hij een geboren organisator was en óók omdat de druk van het verzetswerk weinig ruimte liet voor discussie over het besluitvormingsproces in het verspreidingsapparaat. Je zou je zelfs kunnen afvragen of de strikte, kordate manier waarop Speelman dat apparaat ging leiden geen impliciete erkenning was van het gelijk van Van Randwijk. Na de overval op het Amsterdamse hoofdkwartier van Trouw eind 1943 ging een circulaire naar de verspreiders uit, die in feite dezelfde strekking had als het parool van Van Randwijk een jaar eerder: niet te veel en niet te snel. En wapens waren voor Speelman inmiddels ook taboe.

Dat Van Randwijk die noodzaak eerder zag, kan met een verschil in leeftijd te maken hebben gehad. Speelman was begin twintig, Van Randwijk ruim tien jaar ouder. Allicht was Speelman door dat leeftijdsverschil overmoediger en onbedachtzamer, maar of er ook sprake was van een generatieconflict, betwijfel ik. Zeker, grosso modo werd in de gereformeerde wereld de dienst uitgemaakt door 'oudere mannen', en was er een jongere generatie die zich daaraan ergerde - nog méér door hun houding tijdens de bezetting. Het conflict tussen Speelman en Van Randwijk in die context plaatsen, lijkt mij echter onjuist. Mocht Speelman zich in de gereformeerde wereld gestoord hebben aan een oudere generatie, dan zal hij Van Randwijk daarvan toch moeilijk als representant hebben kunnen zien. In het bijzonder Van Randwijks tweede roman Een zoon begraaft zijn vader, in 1938 verschenen, was onmiskenbaar een afrekening met de gevestigde gereformeerde orde. In het - fictieve - antirevolutionaire Tweede-Kamerlid mr Willem Goedhart projecteerde Van Randwijk de hem zo antipathieke Kuyperiaan: de duim van zijn ene hand in het armsgat van zijn vestzak, de andere plat op tafel, als het ware klaar staand om jongeren besef van goed en kwaad bij te brengen. En als er iets uit Van Randwijks artikelen in VN sprak, dan was het wel afkeer van het vooroorlogse establishment, zijn antirevolutionaire vertegenwoordigers inbegrepen.

Kortom: indien Speelman er, in de woorden van Greven, “schoon genoeg van had de les gelezen te krijgen van een oudere generatie”, dan zou hem dat eerder met Van Randwijk hebben verbonden. Hun conflict, dat aanzet was tot de oprichting van Trouw, houd ik op een conflict over de techniek van het verzet, waarbij twee 'harde koppen' tegen elkaar botsten.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie