Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Van plaggenhut naar plantage in Suriname

home

Anton Foek

In 1845 vertrokken bijna 400 Nederlandse boeren uit Drenthe, Gelderland en Overijssel naar Suriname. Daar heetten ze boeroes. Van de jungleplantages werkten ze zich op tot een onbekende, maar succesvolle minderheid.

Boeroe-mevrouw Van Brussel rond 1895 met een jonge jaguar voor de boerderij Sympathie in Suriname. (FOTO JULIUS E. MULLER, COLLECTIE TROPENMUSEUM AMSTERDAM)

’Sommigen denken dat wij Bakras (Hollanders) zijn”, zegt historicus André Loor, „maar dat is een vergissing. Wij Boeroes zijn Surinamers. Weliswaar met Hollandse wortels, huid en achtergrond, maar toch, Surinamers. Zo gaat dat nu eenmaal in de geschiedenis. In de loop der tijden verandert het decor, zoals jijzelf en je volk ook veranderen.”

Hij is een trotse oude man, heeft zeven oogoperaties in Rotterdam achter de rug, maar kan vrijwel niet meer zien. Loor is uitstekend op de hoogte van het reilen en zeilen van de Boeroe-gemeenschap in Suriname, waartoe hij zelf behoort. De geschiedenis van zijn voorvaderen is zijn lust en zijn leven.

Vanuit de plaggenhutten in Drenthe, Gelderland en Overijssel naar dood en verderf in Suriname: zo kan de negentiende eeuwse migratie van Hollandse boeren in 1845 naar Suriname worden samengevat.

De armoede in Nederland was stuitend in die tijd. Suriname, een plantagekolonie, kon wel wat initiatiefrijke geesten gebruiken. Daar zou binnen korte tijd een einde aan de slavernij komen. Enkele dominees uit Elst, Wilnis en Beesd staken de koppen bij elkaar en besloten om 384 arme, welwillende en hardwerkende gezinnen over te brengen.

De aankomst in juni 1845 was een regelrechte ramp. Niets was geregeld. Elk gezin zou vier akkers bewerkbare grond krijgen, maar wat ze kregen was een stuk wild bos. De woning met tafels, stoelen en banken die hun was beloofd, bleek een hut die gezinnen met elkaar moesten delen.

Ze zouden gereedschap krijgen, wat kippen en vee. Niets was er en bovendien waren de sluizen kapot, zodat het water van de nabijgelegen rivier over de vloer stroomde, als het water weer eens hoog stond. Het bos moest nog gekapt en klaargemaakt worden voor veeteelt en landbouw.

De helft van de nieuwkomers werd binnen korte tijd geveld door ziektes, als gevolg van ondervoeding en gebrek aan weerstand tegen de tropische hitte en insecten.

Eerst vestigden zij zich op de plantage Voorzorg, vlakbij Groningen aan de Sarramaccarivier, toen op tien uur varen van Paramaribo. „Vandaar kun je de markt maar slecht bereiken. Dus was de groente die ze kweekten al verlept als ze daar aankwamen”, zegt Loor.

De Boeroes waren er eerder dan de andere ingevoerde plantagearbeiders en de Hindoestanen, Javanen, Chinezen en Libanezen. Al had het een haar gescheeld of het hele project was mislukt, stelt Loor, als de Boeroes gehoor hadden gegeven aan de oproep van de regering in Den Haag om terug te keren. „Het ging slechts om een proef die in het voorjaar van 1853 officieel tot een eind kwam en mislukt werd verklaard.”

Op Groningen zaten toen nog maar veertig mensen, onder wie vijftien weduwen. De rest van de overlevenden was naar Paramaribo getrokken en had zich daar gevestigd als zelfstandig landbouwer of veeteler. De gouverneur gaf hun land en geld. Voor het eerst sinds hun komst naar het nieuwe land kregen ze de gelegenheid een gezond leven te leiden.

Onlangs vierden de Boeroes het feest van 165 jaar aanwezigheid in Suriname. Daar wonen er tegenwoordig nog zo’n duizend, tegen drieduizend Surinaamse Boeroes die over de hele wereld zijn verspreid.

Zij zijn trots op wat ze tot stand hebben gebracht. Trots op hun aandeel in de ontwikkeling van het land. De kiem daarvoor lag in die verhuizing naar Paramaribo.

Loor citeert uit een brief aan de Nederlandse overheid, waarin stond dat ’de Hollander’ in Suriname wel degelijk in staat is zelfstandig zijn dagelijks brood te verdienen, een behoorlijk dak boven zijn hoofd te verkrijgen en voor onderwijs voor zijn kinderen te zorgen.

„In die tijd werd er hard gewerkt”, zegt Loor, „van ’s morgens vroeg tot een uur of elf in de voormiddag en ’s middags weer, als de grootste en slopende hitte verdwenen is, tot het koeler wordt en de avond valt. En dat heeft ons sterk gemaakt. We varen er wel bij. Wij zijn gezond en wel en er zijn zelden nog zieken te melden.”

Na verloop van tijd begonnen de Boeroes eigen grond, vee en huizen te kopen. Dat werkte aanstekelijk op de andere boeren in de omgeving. De Hindoestanen en Javanen pasten de akkerbouw- en veeteeltmethodes van de Boeroes met succes toe.

Met de verhuizing van de laatst overgebleven gezinnen uit Groningen naar Paramaribo was de succesvolle opmars van de nieuwe Surinamers een feit. „Al was er nog geen welvaart, er heerste over het algemeen tevredenheid”, zegt Loor.

De West, het oudste dagblad van Suriname, schreef dat er bij de Boeroe-reünie van 1895 meer dan tweehonderd afstammelingen bij elkaar kwamen. Het was een aangenaam gezicht, meldde de krant, al die door de zon gebruinde gezichten van ouderen en kinderen, gezond en opgeruimd met het vooruitzicht de komende jaren jaar nóg meer Surinaamse Boeroes te hebben.

De Boeroes vind je nu in alle gelederen van de Surinaamse samenleving. Uit hun midden zijn politici en leiders voortgekomen. Er zijn ministers geweest, grote ondernemers, maar ook een enkeling met een strafblad.

Ze gaan naar Nederland, Brazilië of Amerika om te studeren of te wonen en werken. Ze praten onderling Surinaams of Nederlands met een min of meer Surinaamse tongval.

Toch houden ze nog steeds bij wie een echte Boeroe is en wie niet. Echt ben je pas als je kunt aantonen dat je afstamt van de eerste lichting van 1845. Vroeger trouwden ze veel onderling. Dat is veranderd.

Andrés zus, Hanna Loor, heet door haar huwelijk met een Hindoestaan nu Sitalsing en woont in Veghel. Zij vindt het niet heel belangrijk meer om die Boeroe-cultuur hoog te houden. Zij heeft naast haar Boeroe-identiteit, door tussen zoveel andere culturen te leven, een nieuwe gekregen.

Hoe ze zich voelt? Als een Surinaamse Boeroe, die in Holland woont en met een Hindoestaan is getrouwd. Ze wijst naar haar kinderen en kleinkinderen. Die hebben nog wel de Surinaamse sprookjes en kinderliedjes en verhalen aangehoord, maar leven in Nederland hun eigen leven.

„Zo hoort het en zo is het goed”, zegt ze, „de gevoelens zijn heel dubbel. Toen ik klein was in Suriname waren we arm. Dat is allemaal veranderd. En daar zijn we tevreden mee. Wij wonen in Holland, maar met een volledig Surinaams hart.”

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.