Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Os weg met aankoop 'Calvarieberg'

Home

AMSTERDAM - Een van de eerste dingen die Henk van Os na zijn aantreden in 1989 als directeur van het Rijksmuseum deed, was het in ere herstellen van de Aduardkapel. De speciaal door architect Cuypers ontworpen kapel was in de loop der tijd gedegradeerd tot een rommelzolder van de Nederlandse afdeling. Van Os zag het, liet het 'hok' opknappen en maakte er de officiële ontvangstruimte van.

De liefde van Van Os voor de kapel zegt iets over de manier waarop hij de afgelopen zeven jaar zijn stempel op het beleid van het Rijksmuseum heeft gedrukt. Zijn aandacht ging vaak niet uit naar de 'grote' en gecanoniseerde kunst, maar naar de dingen die zich in de schaduw van het opvallende afspelen. Van Os richtte zich niet alleen op de Gouden Eeuw, maar ook op de periode die er aan voorafging (zie 'De dageraad van de Gouden Eeuw'), niet enkel op de bekende schilders van de 19de eeuw maar juist ook op de 'Lelijke tijd' van de neo-gotiek, die historisch gezien veel gezichtsbepalender was dan bijvoorbeeld het impressionisme.

Niet bekend

De Calvarieberg, de Aduardkapel (ook een teken uit 'die lelijke tijd' trouwens; Cuypers gaf er zijn kijk op de vaderlandse geschiedenis mee weer: niet de vrijheidsstrijd tegen de Spanjaarden, maar de bloeitijd van de Cisterciënzerkloosters vormde het hart van de Nederlandse geschiedenis!) en niet te vergeten de tentoonstelling 'Gebed in schoonheid' (1994-95) zeggen niet alleen iets over de 'nationaal-historische' kijk van Van Os op kunst, maar ook iets over zijn fascinatie voor het religieuze in de kunst. Gevraagd naar de bron van die fascinatie, komt Van Os uit bij zijn leermeester, de Groningse kunsthistoricus Henk Schulte Nordholt: “Hij spoorde me aan om naar Siena te gaan en daar onderzoek te doen naar de iconologie in de Sienese schilderkunst uit de 14de en begin 15de eeuw. Ik heb vooral altaarstukken bestudeerd en daar later ook mijn proefschrift aan gewijd. Die stad en dat onderzoek, waarin de religie zo met het gewone leven verweven was - ja, Siena was voor mij een droom, een paradijs.”

Maakte de christelijke devotie tot voor kort nog integraal deel uit van de samenleving, nu is zij teruggedrongen naar de marge. Heeft de kunst misschien de plaats van de religie ingenomen, zoals onder meer Peter Schat onlangs in deze krant nog betoogde? Van Os, die als hoogleraar aan de Universteit van Amsterdam 'kunstgeschiedenis en samenleving' gaat doceren, heeft er geen antwoord op: “Natuurlijk zie ik ook ontwikkelingen en bewegingen in de samenleving die daarop zouden kunnen wijzen. Maar ik houd er niet zo van, van die discussies in de trant van: de mensen hebben de kerk verlaten en lopen nu het museum in. Het is me teveel dikke soep. Waar is dat allemaal op gebaseerd? Daarbij ben ik ook niet zo filosofisch ingesteld. Ik houd me liever bezig met concrete vragen op het vakgebied: wat is de betekenis van kunstwerken op de plek waarvoor ze bestemd waren? Hoe interpreteerden mensen in de tijd van 'De Calvarieberg' het lijdensverhaal uit de Bijbel? Blijkbaar hadden ze niet genoeg aan het evangelie en verzonnen ze er allerlei dingen bij, zoals de kruiswegstaties en noem maar op. Dat intrigeert me.”

Het klapstuk werd dus 'De Calvarieberg'. Het werk zal tot en met 19 januari '97 getoond worden met een speciale presentatie erbij, vlak achter 'De Nachtwacht'. Hoewel Van Os meer denkt in collecties dan in aparte kunstwerken, is er één Nederlandse kunstenaar die hij graag zou hebben aangekocht, de beeldhouwer Adriaen de Vries (1545-1626). “Nou denkt u natuurlijk: wie is Adriaen de Vries? Het is onze Italiaanse Bernini, maar hij is altijd onderbelicht gebleven, omdat hij buiten het canon viel van de Nederlandse kunstgeschiedenis. Van hem had ik graag een bronzen beeld gekocht. Maar vergeefs.”

Om de genoemde historische leemtes in de nationale collectie van het Rijksmuseum op te vullen, maakte Van Os gisteren ook bekend dat er een onderzoeksfonds is opgericht dat tot doel heeft het onderzoek naar de geschiedenis van het Rijksmuseum te stimuleren. Behalve de beschikbaarstelling van onderzoeksbeurzen zal er eens in de vier jaar ook een naar Van Os genoemde prijs worden uitgereikt voor de beste wetenschappelijke of literaire publicatie over het museum. De prijs zal het eerst worden uitgereikt in het jaar 2000. Daarnaast wil het nieuwe fonds ook objecten kopen die te maken hebben met de museumgeschiedenis. De eerste aanwinst die door het nieuwe fonds mogelijk werd gemaakt, is een 'Tegeltableau met de drie gratiën'. Het tableau is van de hand van de schilder George Sturm, die een groot deel van de decoratie van het Rijksmuseum en het Amsterdamse Centraal Station ontwierp. Het tableau werd in 1882 gemaakt bij de plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag.

Al met al kijkt Van Os tevreden terug. Vooral het feit dat de collectie voor het publiek toegankelijk is gemaakt en het (Nederlandse) publiek daar op gereageerd heeft door massaal het museum te bezoeken (afgelopen jaar kwamen er ruim een miljoen bezoekers), stemt hem gelukkig. Het enige dat Van Os werkelijk nog zorgen baart, zijn de smalle toegangspoorten van het museum. Dat is bij het Louvre beter geregeld. “Daar hoeven de mensen niet lang te wachten. Maar hier staan de mensen eerst te wachten bij die vervelende keet voor een kaartje en dan weer bij de garderobe. Er zouden meer ingangen moeten komen. Wat mij betreft zou de weg die onder het museum doorloopt voor fietsers en brommers worden afgesloten, zodat daar een museumpassage met nieuwe ingangen zou kunnen komen. Maar zo gaat het niet. Voorlopig houden de deelraad en de fietsbond dat tegen. Vreemd toch, denk ik dan soms, dat het nationale belang in ons land niet opweegt tegen dat van een individuele fietser die anders een blokje om moet rijden.”

Deel dit artikel