Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Hoorn heeft geleerd tegen verlies te kunnen

Home

FRED TROOST

De rackets liggen diep weggestopt onderin de kast en op de squashbaan komt ze niet meer. Door blessures gedwongen heeft Hugoline van Hoorn een punt achter haar sportieve carrière gezet. De viervoudig Nederlands squashkampioene blikt nuchter terug op een mooie tijd en kijkt hoopvol vooruit. Voor haar geen rouwproces, maar het begin van een nieuwe toekomst.

EINDHOVEN - Een periode van blessures ging vooraf aan een chronische pijn in de linker achillespees. Meer dan tweemaal per week trainen op de squashbaan was niet meer mogelijk. Krachttraining en fietsen ging nog wel, maar Hugoline van Hoorn wist dat je daar de vorm niet mee vasthoudt. En dus lag al ruim een jaar het einde van haar loopbaan in het verschiet.

De pijn kwam steeds weer na de training, als gevolg van draaien en afzetten, bewegingen die een squasher nodig heeft om te kunnen squashen. “Ik stop niet vanwege de pijn, ik stop omdat de pijn niet over gaat”, zegt Van Hoorn. “Pijn is nooit goed, dus moet je daar iets tegen doen. Ik heb me uitgebreid laten onderzoeken en uit de scan bleek dat beide achillespezen chronisch ontstoken zijn. De pees links had veel littekenweefsel; het gevolg is een slechte doorbloeding.

Toen ik dat hoorde, wist ik dat het eind eraan zat te komen. Na het NK in januari heb ik besloten te stoppen. Ik stond voor de keus tussen opereren of met aangepast trainen nog een paar maanden doorgaan. Een operatie gaf vijftig procent kans op succes, maar dan zou ik er ook minimaal vijf maanden uitgelegen hebben.''

Vanaf dat moment bekeek ze het na elk toernooi opnieuw en vroeg ze zich steeds af: is dit het moment? Van Hoorn: “Op het Europees Kampioenschap speelde ik vijf wedstrijden in vier dagen en vervolgens heb ik drie weken gestrompeld.”

In Maleisië kwam in juni het eind. “Ik heb er twee kleinere toernooien gespeeld. In beide haalde ik de finale, maar ik verloor tweemaal met 3-0 van Senga MacFie, van wie ik op het EK nog had gewonnen. Toen voelde ik het: dat was het dan, nu is het over, voorbij.”

Van Hoorn benutte haar vakantie om aan deze gedachte te wennen en bracht daarna haar besluit in de openbaarheid. Ze praat er nuchter over, niet emotioneel. “Squash was mijn leven. Ik ben altijd blijven squashen om beter te worden, maar nu haalde ik mijn oude niveau niet eens meer. De beslissing heb ik zelf genomen, daardoor kan ik wel goed met mijn emoties omgaan. Natuurlijk voel ik van binnen pijn, maar het is geen rouwproces, zo erg is het niet. Ik wil het goed afsluiten, dus heb ik het zelf per brief aan betrokkenen bekend gemaakt: de bond, mijn sponsors, NOCNSF, de pers. En nu is er ineens belangstelling voor mij.” Met een vleugje ironie: “Ik word meer geïnterviewd dan ooit. Jammer, dat ik die belangstelling niet eerder trok. Nou ja, grote kunstenaars krijgen ook pas aandacht als ze dood zijn.”

De carrière goed afsluiten, daarbij past ook het afscheid nemen van collega's. “Ik denk erover in november naar het WK in Stuttgart te gaan. Een mooie gelegenheid om afscheid te nemen van mijn collega's. Die zie ik daarna waarschijnlijk nooit meer.” Dat roept de vraag op hoe definitief Hugoline van Hoorn het squash de rug toekeert. Vooralsnog heel definitief, zegt ze. “Ik zoek geen functie in het squash. Mijn rackets heb ik heel diep in de kast opgeborgen; voorlopig wil ik geen squashbaan meer zien. Ik zoek echt iets anders. Het is nu tijd voor een nieuwe carrière. Ik wil het bedrijfsleven in, ben druk bezig met solliciteren. Ik heb in deeltijd een opleiding heao gedaan - management, economie en recht -, dus ik vertrouw erop dat ik best iets kan vinden.”

Heel bewust heeft Van Hoorn voor een opleiding naast squash gekozen. “In 1987 haalde ik mijn eindexamen gymnasium. In datzelfde jaar mocht ik met de Nederlandse ploeg mee naar Nieuw-Zeeland. Wat is het leven dan mooi. In het begin dacht ik: dit is het helemaal, maar vrij snel daarna realiseerde ik me dat er meer is. Ik heb een jaar of twee uitsluitend squash gedaan en toen besloten te gaan studeren. Met het oog op de toekomst, maar het bracht me ook afleiding en vooral balans in mijn leven.”

Ze is er nu blij om dat ze het destijds op deze manier heeft aangepakt. “Ik ben altijd overal redelijk gemakkelijk doorheen gerold. In zes jaar gymnasium gehaald met daarnaast heel intensief squashen. Geen enkel probleem. Ook met die studie ging het lekker. Natuurlijk, je moet de hersens ervoor hebben, talent, maar ik had die gaven. Dan kun je een heel eind komen, hoor.”

Haar squashtalent lag in haar slagenrepertoire, haar vermogen te anticiperen en haar spelinzicht. Talent alleen is echter niet genoeg, weet ze. “Je moet ook de bereidheid hebben om hard te werken. Ik heb heel hard aan mijn snelheid moeten werken, vooral in de actie naar voren toe. Zonder hard werken red je het niet, maar je moet het wel doseren.”

Dat heeft ze ervaren in het begin van haar carrière, toen ze trainde bij Barry Whitlock. “Ik trainde iedere dag twee of drie keer. 's Morgens looptraining, 's middags training op de baan en 's avonds krachttraining. En in de weekeinden speelde ik toernooien. Nu zeg ik: dat was veel te veel. Ik kon dat niet volhouden, had geen tijd om te herstellen. Er zat geen rust in. Maar ja, ik was jong en ik dacht dat het zo hoorde, dat het de manier was om beter te worden. Iedereen deed het zo, het was de Australische school, waar Barry uit voortkwam. Nu zou ik het heel anders doen.”

Van Hoorn stelde zich het ambitieuze doel in de wereld-toptien te komen. Het zou haar niet lukken (haar hoogste positie was in 1995 een 21ste plaats), maar in haar aanpak streefde ze, geholpen door haar twee jaar jongere broer Bas, naar perfectie. Bas was sinds 1991 haar coach. “Wij waren in Nederland de eersten die het zo professioneel hebben aangepakt. Behalve Bas had ik een team om me heen van deskundigen op wie ik altijd een beroep kon doen: een inspanningsfysioloog, een fysiotherapeut, een sportdiëtiste en een masseur. Daarnaast bouwde Bas een archief op met videobeelden en aantekeningen over alle mogelijke tegenstanders. Het tactisch concept spraken we altijd heel intensief door. We hebben nooit iets aan het toeval overgelaten. Alles stond vast. De anderhalve minuut tussen de games hadden we dan ook niet nodig; een halve minuut was genoeg.”

Het is wel heel pretentieus om professioneel squashspeelster te willen worden, heeft Hugoline van Hoorn ervaren. Wat er in haar beginjaren nog uitzag als een wereld van glitter, een leven vol reizen en een dagvulling met sporten bleek uit te draaien op een bestaan van keihard trainen en sappelen om rond te komen. “Ik heb altijd de eindjes aan elkaar moeten knopen. Het ging allemaal maar net, wat wedstrijdgeld hier, toernooigeld daar, een bijdrage van NOCNSF, materiële hulp van sponsors. Toen ik in 1991 voor het eerst Nederlands kampioene werd, heb ik zestig bedrijven aangeschreven met een verzoek om steun. Ik dacht dat ik wel een goed verhaal had, dat ze op me zaten te wachten. Maar er kwam niets uit, helemaal niets. Ook een professioneel sportmanagementbureau heeft het later voor me geprobeerd en ook daar was de respons nul.” Alleen materiaalsponsors kon ze wel vinden: rackets, kleding, dat was nooit een probleem.

“Je moet als squasher alles zelf betalen. Als je een toernooi niet wint, houd je nauwelijks iets over. Reis- en verblijfskosten komen voor eigen rekening. Ik heb toernooien gemist, omdat ik geen geld had er naartoe te gaan.”

Als ze echt aan de grond zat, sprongen haar ouders en peettante bij. “Als ik nu de balans opmaak, weet ik dat ik erop heb toegelegd. Het klinkt mooi, professioneel squashspeelster, maar bij de vrouwen kunnen alleen de eerste drie van de wereldranglijst ervan leven.” Daarover klagen is het laatste wat ze wil. “Ik ben nooit gaan squashen om er rijk van te worden. Ik wilde het beste uit mezelf halen; dat was voor mij de uitdaging. Presteren, de top proberen te bereiken, kijken hoever ik kan komen, dat zit in me. Ik streef naar het hoogste, in alles.”

Vroeger wilde ze dan ook altijd alles winnen, niet alleen bij squash, maar ook bij spelletjes in de familiekring: “Stratego, mens-erger-je-niet, triviant, badminton op de camping, noem maar op. Ik kon absoluut niet tegen mijn verlies.” Ze denkt even na en zegt dan: “Maar dat heb ik, denk ik, inmiddels wel geleerd.”

Deel dit artikel