Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Egeraat best scorende architect

Home

HENNY DE LANGE

Architect Erick van Egeraat prijkt op de cover van het 25ste Jaarboek Architectuur. Zijn projecten haalden het Jaarboek 22 keer.

En de winnaar is... Alsof het om een uitreiking van de Oscars ging, zo werd dit jaar de spanning opgevoerd bij de presentatie van het 25ste Jaarboek Architectuur. Welke architect zou er gloriëren op de cover van deze dikke jubileumeditie? En al even belangrijk: welke architect werd in de afgelopen 25 jaar het vaakst vermeld in het Jaarboek, dat elk jaar een selectie maakt van de dertig beste architectuurprojecten in Nederland.

Al voor de bekendmaking gonsde de naam rond van de best scorende architect. Als je alle jaarboeken hebt bewaard en die nog eens zorgvuldig doorploetert, stuit je vanzelf telkens op projecten van Erick van Egeraat. En inderdaad, Van Egeraat bleek gistermiddag de spraakmakendste architect van Nederland in de afgelopen kwart eeuw.

Bouwprojecten van zijn hand haalden 22 keer het Jaarboek Architectuur. Een nipte overwinning op het architectenduo Felix Claus en Kees Kaan dat op de tweede plaats staat met 21 vermeldingen, gevolgd door Jo Coenen (16) en Francine Houben (15). Als klap op de vuurpijl was er voor Van Egeraat ook nog de felbegeerde plek op de cover van het jubileumboek: met de verbouwing en grotendeels ondergrondse uitbreiding van het Drents Museum in Assen. Op ingenieuze wijze heeft Van Egeraat de nieuwe museumvleugel ingepast in de historische binnenstad van Assen, die er ook nog eens een fraaie museum(dak)tuin bij kreeg.

Zoals elk jaar riep ook deze keuze meteen discussies op. Want hoe fraai en doordacht het ontwerp van Van Egeraat ook is, er zijn het afgelopen jaar meer opmerkelijke staaltjes bouwkunst opgeleverd. Om er een paar uit het Jaarboek te noemen: de woningen in de Eridanusstraat in Groningen van Moriko Kira, die ook nog een vermelding kreeg voor een woonblok in IJburg; de renovatie van het hoofdkantoor van het advies- en ingenieursbureau DHV in Amersfoort; het door Dok architecten verbouwde Scheepvaartmuseum in Amsterdam; het woonhuis op het Amsterdamse Rieteiland dat architect Hans van Heeswijk voor zichzelf ontwierp.

Over de keuzes valt inderdaad te twisten. De redacteuren van het Jaarboek (architectuurhistorici en -critici) die als jury optreden, geven dat ruiterlijk toe. In een terugblik op de keuzes die de afgelopen 25 jaar werden gemaakt, zaten de (wisselende) jury's er ook wel eens naast. Sommige projecten die het Jaarboek haalden, bleken bij nader inzien toch niet zo geslaagd, waren te modieus, slecht gebouwd of zijn al gesloopt. En een gebouw als de Stopera, dat 25 jaar geleden te controversieel werd gevonden voor een vermelding, wordt nu in het culturele leven van Amsterdam bijzonder gewaardeerd.

Dat juist Van Egeraat zich zo vaak in de kijker wist te spelen, ligt enerzijds voor de hand. Hij maakt bijna altijd gebouwen die tot de verbeelding spreken van een groot publiek. Hij houdt niet van koude en strakke dozen. Toch ging zijn carrière niet altijd over rozen. In 1984 richtte hij met vier medestudenten uit Delft, onder wie zijn latere echtgenote Francine Houben, het succesvolle bureau Mecanoo op. Na het stranden van zijn huwelijk stapte Van Egeraat uit Mecanoo en begon zijn eigen architectenpraktijk met uiteindelijk vijf vestigingen, waarvan vier in het buitenland. Het ging hem voor de wind (wat ook geldt voor Francine Houben).

Maar een paar jaar geleden ging zijn bedrijf als gevolg van de economische crisis onderuit. Het sloeg in de architectenwereld in als een bom dat een gerenommeerd bureau als dat van Van Egeraat failliet kon gaan. Maar de architect krabbelde overeind en maakte een herstart. Daardoor kon de verbouwing van het Drents Museum, die al in gang was gezet, doorgaan en op tijd worden afgerond.

In de grillige loopbaan van Van Egeraat weerspiegelen zich enigszins de ontwikkelingen in de Nederlandse architectuur van de laatste 25 jaar. Van topjaren waarin de bomen tot de hemel groeiden en architecten als Rem Koolhaas, Ben van Berkel en Erick van Egeraat haast de status van filmsterren kregen, tot de diepe malaise waarin de branche nu verkeert. Door de crisis is de omzet nagenoeg gehalveerd. Van Egeraat ondervond het allemaal aan den lijve, maar hij staat er weer. Misschien heeft dat hem ook wel die felbegeerde plek op de cover van het jubileumjaarboek opgeleverd: Van Egeraat als exponent van de Nederlandse architectenbranche die door een diep dal gaat, maar niet kapot is te krijgen en gewoon doorgaat met het ontwerpen van mooie en functionele gebouwen.

Architectuur in Nederland. Jaarboek 2011/2012. Ned/Engelse editie, ISBN 978-90-5662-849-9, NAi Uitgevers, 39,50 euro.

Deel dit artikel