Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van dat sneue imago komt Job Cohen niet af

Home

Elma Drayer

Column

Medelijden mag een menslievende deugd zijn, een politiek leider kan er beter verre van blijven. Alles mag hij oproepen - behalve dat.

Zeker sinds de Algemene Beschouwingen hangt rond de aanvoerder van de Partij van de Arbeid de geur van mislukking. Kwaliteiten die hem als burgemeester van Amsterdam glans en faam bezorgden (boel bij elkaar houden, bedachtzaam, stoïcijns, vaderlijk) werken in de Tweede Kamer tegen hem. En wat hij ook probeert, van dat sneue imago komt hij niet af. Het is zelfs voor een buitenstaander nauwelijks om aan te zien.

Deze week ontvouwde zich een nieuw hoofdstuk in het drama. Scheidend voorzitter Lilianne Ploumen vond het nodig om in een interview met de Volkskrant haar opvattingen omtrent Job Cohens leiderschap met het volk te delen. "Er zit veel meer in de partij dan hij er nu uithaalt", zei ze. "Hij moet daarin veel zichtbaarder aanwezig zijn en er een veel prominentere rol in spelen."
Naar haar beweegredenen kunnen we slechts gissen. Ze zal vast niet hebben gedacht dat ze met zo'n uithaal de PvdA uit het moeras zou kunnen trekken. Of dat de partij nu in de peilingen plotseling omhoog zal schieten. Maar wat dan wel? 

Medebestuursleden waren in elk geval onaangenaam verrast door zoveel openhartigheid. Weliswaar delen ze in grote lijnen haar visie op de leider, ze had die volgens hen nooit langs deze weg naar buiten mogen brengen. De partijmastodonten daarentegen kropen handenwrijvend uit hun holen. De ene na de andere gepensioneerde sociaal-democraat liet via de pers gretig weten wat hij van de kwestie dacht. Van Bram Peper tot Ed van Thijn, ze vinden in koor dat de partijleider jammerlijk heeft gefaald. Dat er iets moet gebeuren - en wel nu.

Job Cohen zelf slaat zich vooralsnog dapper door de commotie heen. Hoor hem beweren dat je bij kritiek 'altijd moet kijken wat er van deugt en wat er niet van deugt'. Dat hij met zijn fractie de betreffende punten 'grondig' heeft doorgenomen ('Je praat erover, je kijkt hoe het zit en beslist wat je eraan kunt doen'). Hoor hem zeggen dat hij de bezorgdheid van de aftredende voorzitter over de progressieve samenwerking deelt. Dat hij daar óók meer van had verwacht. En dat de partij er grondig werk van zal maken. Maar zijn positie, zei hij dinsdag na afloop van de fractievergadering, staat niet ter discussie.
Het tragische is natuurlijk dat zo'n zinnetje uitspreken al min of meer het tegendeel bevestigt. Een partijleider die werkelijk de touwtjes stevig in handen heeft, hoeft nimmer te zeggen dat hij de touwtjes stevig in handen heeft.

Gisteren las ik in deze krant dat in 'kringen rond het partijbestuur' de 'onzichtbaarheid' van de PvdA niet zozeer Job Cohen zelf, als wel diens 'entourage' wordt aangerekend: zijn voorlichters, zijn fractiebestuur, zijn politiek assistent. Deze lieden zijn namelijk 'echt slecht'. Zij kunnen beter alvast 'naar een nieuwe baan uitkijken'.
Dat lijkt me, met alle respect, een merkwaardige oplossing. Hoezo zou politiek leiderschap staan of vallen met de kwaliteit van de adviseurs? Een leider die weet wat hij wil, luistert überhaupt niet naar slechte raadgevers. Of had ze allang de deur gewezen. Een leider die weet wat hij wil, trekt zijn eigen plan.

Precies dat is, vrees ik, de crux.

Deel dit artikel