Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vakantie inleveren kan werkdruk verlagen maar is niet vanzelfsprekend

Home

De commissie-Cornielje heeft een stevig advies gegeven over het aantal uren dat middelbare scholieren les moeten krijgen. Niettemin zijn de reacties vrij rustig. De coalitiepartijen in de Tweede Kamer zijn positief, de onderwijsbonden kritisch, maar niet meer dan anders. Dat is gelet ook op de voorgeschiedenis een prestatie. Nog geen jaar geleden immers waren er harde confrontaties tussen leerlingen, ouders, scholen en de staatssecretaris: leerlingen en ouders eisten meer en zinniger lessen, scholen verzetten zich omdat ze de norm van 1040 uur niet kónden halen, de staatssecretaris beboette scholen die ver onder de 1040 uren zaten.

Verrassend genoeg constateert de commissie nu dat de scholen het afgelopen jaar aanzienlijk meer lessen zijn gaan geven. Het verscherpte toezicht van de inspectie, gekoppeld aan de (dreiging van) boetes, heeft kennelijk geholpen. Dat leidt helaas ook tot de conclusie dat het voortgezet onderwijs voor die tijd te nonchalant is geweest met het niet programmeren of schrappen van uren.

De commissie stelt voor de huidige urennorm vrijwel te handhaven: die wordt gesteld op 1000. Een duidelijke relatie tussen het aantal lessen en de schoolprestaties heeft Cornielje niet gevonden. Zijn stelling dat dit aantal lesuren nodig is om in de top van Europa te kunnen meedraaien is evenmin onderbouwd. In het rapport beroept hij zich op het gezond verstand, dat zegt dat meer onderwijs beter is dan weinig. Maar bij afwezigheid van feiten, is alleen de stelling houdbaar dat de grens arbitrair is en door de gewoonte bepaald. Die ligt hier op omstreeks de 1000.

Om die norm te halen, wil de commissie dat docenten van zeven naar zes weken zomervakantie gaan. Ze vindt dat gerechtvaardigd omdat een basisschoolleraar ook zes weken heeft. Er zit, zeker voor de buitenwereld, wat in om die vakanties gelijk te trekken. Maar basisscholen en middelbare scholen hebben een andere CAO en het kenmerk van CAO’s is dat die onderling kunnen verschillen. Zorgvuldige omgang met werknemersrechten is geboden.

Een ander argument is overtuigender. Docenten klagen dat hun werkbelasting te veel is geconcentreerd in een korte periode. Een week eraf leidt tot iets meer spreiding. Bovendien stelt Cornielje vijf roostervrije dagen in het vooruitzicht. Daarin kunnen docenten vergaderen, zich bij laten scholen, etcetera. Dat is niet genoeg om de werkdruk blijvend te verminderen, maar het is wel een aanzet. Daar moeten docenten toch gevoelig voor zijn.

Deel dit artikel