Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Urk briest opnieuw

Home

Quirijn Visscher

Al drie jaar protesteert Urk tegen de komst van tientallen torenhoge windmolens bij de dijken van buurgemeente Noordoostpolder. Tot nu toe tevergeefs. Maar Urk geeft niet op en protesteert door: ludiek met een ernstige ondertoon. „Wat wij willen, is erkenning.”

Overrompeld voelde burgemeester Jaap Kroon (CDA) van Urk zich donderdag 6 januari. Het kabinet-Rutte besloot die dag tot de bouw van 86 windmolens van 190 meter hoog, aan weerszijden van het vissersdorp, die samen het Windpark Noordoostpolder gaan vormen. „Ik verwachtte eerst nog een Kamerdebat”, vertelt hij. „Een motie van CDA-Kamerlid Koopmans om dat te houden lag klaar. Maar die is toch ingetrokken. Waarom is me niet uitgelegd.”

Urk bereidt zich nu niet voor op een parlementair debat, maar op alweer een periode van protest en politieke pressie. De gemeente Urk en het actiecomité ’Urk Briest’ strijden elk op eigen wijze tegen het nieuwe windpark – dat belooft Europa’s allergrootste te worden. De belangrijkste Urker bezwaren zijn de aantasting van het veel gefotografeerde dorpsgezicht en van de natuurlijke openheid van het IJsselmeer. Wat doet het dorpsprotest met de Urker gemeenschap die amper gehoor ervaart in Den Haag?

Voorzitter Leen van Loosen heeft sinds de oprichting van ’Urk Briest’ in 2008 al veel acties gevoerd. De manager van uitvaartvereniging ’Draagt Elkanders Lasten’ somt ze moeiteloos op. Hij is niet het prototype van de verontwaardigde activist. Gevraagd naar zijn mening over het kabinetsbesluit zegt hij met zachte, rustige stem ’woedend’ te zijn, ook op VVD en PVV, die faliekant tegen windmolensubsidies waren. Hij herinnert fijntjes aan Mark Rutte (VVD) die in verkiezingstijd nog riep dat windmolens alleen op subsidies draaien. En nu geeft zijn kabinet er ruim 1 miljard euro aan uit.

Urkers zijn geen straatactivisten met spandoeken. Als er al actie moet worden gevoerd, dan is de toon ludiek. Bij een werkbezoek aan Urk ontving toenmalig minister van economische zaken, Maria van der Hoeven (CDA), twee oogkleppen voor een molenvrij uitzicht op het mooie IJsselmeer. Nu wil de SGP op Urk een gelegenheidskoor op de been brengen die in Den Haag een strijdlied gaat zingen. Het slotrefrein van Flevolands volkslied kan Urk daarbij inspireren: ’en die wijde vergezichten, stemmen ons zo vreugdevol’.

Het kan verkeren. Ooit juichte Urk windmolens toe. In 1986 maakte het elektriciteitsbedrijf IJsselmij uit Zwolle de bouw bekend van een lange rij windmolens op de Westermeerdijk ten noorden van Urk. Daar verrees tussen 1987 en 1991 Europa’s grootste windpark van dat moment, met in totaal vijftig molens. Het lokte zelfs strijd uit over de naam: Windpark Espel of toch Urk? Van Europa en het Rijk kreeg de visafslag twee windmolens cadeau à 1,4 miljoen gulden. Wel was windenergie nog iets voor alternatievelingen en wereldverbeteraars. Niet een minister, maar tv-kruidenvrouw ’Klazien uit Zalk’ opende in 1991 dit windmolenparadijs.

Nu ogen deze 73 meter hoge molens aan de IJsselmeerdijk roestig. Hoewel borden nog altijd uitnodigend de weg wijzen naar dit park dat nu Windpark Essent Westermeerdijk heet, is het informatiecentrum dicht. Een bord meldt dat de molens een gezamenlijk vermogen hebben van 50 megawatt, genoeg om 8.000 huishoudens van groene stroom te voorzien. De cijfers van het toekomstige windpark tonen dat er in twintig jaar veel is veranderd: de 86 geplande molens beloven met een vermogen van 429 megawatt genoeg elektriciteit op te wekken voor 400.000 huishoudens.

Pas in 2008 drong het pas goed tot de Urkers door welke technische ontwikkeling de windmolen had doorgemaakt en hoe buurgemeente Noordoostpolder daarop inspeelde. In 1991 maakte het Rijk met ’de windprovincies’ de eerste afspraken over projecten. Bij de opening van het park van IJsselmij waarschuwde toenmalig polderburgemeester Knip al voor landschapsvervuiling met turbines. Liever geen windmolens landinwaarts, zei hij. Die visie werd in 1998 beleid in de polder. Molens moesten voortaan worden gegroepeerd aan enkele polderdijken.

De windtechnische innovaties, de groeiende milieuambities van opeenvolgende kabinetten en het voortvarende windbeleid van Flevoland en de gemeente Noordoostpolder brachten de windparkplannen na 1998 in een stroomversnelling. Dat gemeentebestuur bracht boeren met molenplannen bijeen. Die groep groeide uit tot Koepel Windenergie Noordoostpolder, met daarin alle initiatiefnemers van het huidige plan. Het Rijk liet de locatiekeuze in ruimtelijke plannen over aan de lagere overheden en ’windboeren’. Maar niet aan Urk.

In 2004 stuurde Urk de eerste bezorgde brieven over de molenparken naar de buurgemeente. Burgemeester en wethouders vreesden voor de teloorgang van de karakteristieke aanblik van het dorp en vroegen zich af wat de gevolgen van een windpark voor de natuur zouden zijn. Van meepraten kwam het niet. Toen Kroon in 2006 als burgemeester aantrad, merkte hij niets van onrust over windparken. „Men dacht dat het zou meevallen”, zegt hij. „Niemand had enig idee dat de molens tweehonderd meter hoog zouden worden.”

Pas in 2008 kwamen Urkers als Van Loosen in actie, nadat ze een column van Jan Mulder in de Volkskrant lazen over de grote molens die Urk zouden ’wurgen’. Het bestaande windpark bij Espel, ook in de Noordoostpolder, stond hen tot die tijd op het netvlies. „Waren de nieuwe windmolens net zo klein, dan zou het niet zo’n probleem zijn”, blikt hij terug. Toen meepraten met de initiatiefnemers van het nieuwe windpark niet mogelijk bleek, kwam een oud sentiment naar boven, vertelt Van Loosen. Het gevoel van de oude eilanders in de voormalige Zuiderzee versus de pionierende poldermensen die al sinds de drooglegging in 1942 weinig van Urk moesten hebben.

Het gevoel van miskenning werd aangewakkerd in 2009 door een interview in nieuwsblad Het Urkerland met de vorige burgemeester van de Noordoostpolder, Ridder van Rappard. Die stelde: „De aanleg van de Noordoostpolder was de redding van Urk. Het heeft welvaart gebracht. Zonder inpoldering was Urk nog steeds een kleine bult in het IJsselmeer. Dan zou het niet mogelijk zijn om er een goede economie op na te houden. En jongeren zouden gedwongen worden om weg te trekken voor studie en werk.”

Het leidde ertoe dat actiecomité ’Urk Briest’ in de stemming kwam om bezwaar aan te tekenen bij Unesco tegen de aanvraag van de Noordoostpolder om op de lijst met Werelderfgoederen te komen. Op die lijst staat het voormalige eiland Schokland in de polder al. Geen windmolen te zien daar, schampert men op Urk, maar wel bij ons. „Van Unesco hebben we nog niets vernomen”, zegt Van Loosen. Kroon vindt de molens op de polderdijken naast Urk ’een egoïstische keuze van de Noordoostpolder’. Maar in het debat over nut en noodzaak van windenergie mengt de gemeente Urk zich wijselijk niet.

Met het aantreden van het kabinet Balkenende IV kreeg windenergie topprioriteit. Nederland streeft nu naar 14 procent duurzame energie in 2020. Het windpark in de Noordoostpolder kan daarbij niet worden gemist, meende het kabinet. In 2007 bracht het Rijk lagere overheden, ondernemers met windenergieplannen en grote milieuclubs bijeen voor een ’Nationaal plan van aanpak windenergie’.

De initiatieven in de Noordoostpolder en de kabinetswensen pasten als puzzelstukjes ineen. In 2008 verscheen het plan van aanpak met de teneur dat er versneld naar locaties wordt gezocht en dat allereerst windprovincies, windgemeenten en windconsortia verantwoordelijk zijn voor de windparken. Urk zag het met lede ogen aan. „Wij mochten niet meepraten”, zegt Kroon, „het ging niet om ons grondgebied en we waren ’dus’ niet belanghebbend.”

Urk besteedt nu zijn geld aan lobbyisten in Den Haag en aan juridische ondersteuning om te zorgen dat het vissersdorp niet wordt ingekapseld met hoge molens. Wat extra steekt is dat aan de zuidkant van Urk ook reusachtige windmolens mogen komen. Vanaf de Ketelbrug zie je Urk straks tussen de kolossen liggen.

Dat het kabinet-Rutte nu, zoals het demissionaire kabinet Balkenende IV al had toegezegd, zeven molens van de aanvankelijk 93 molens schrapt, is Urk niet genoeg. Juist op de dag van de bekendmaking van het kabinetsbesluit stuurde de gemeente Urk, ook namens overburen Lelystad en Dronten, een brief aan minister Maxime Verhagen (CDA) van economische zaken, landbouw en innovatie om voor die molens plek in Oostelijk Flevoland te vinden. Daar praat men met Nuon over een plek voor een nieuw windpark.

In de ginkies (smalle steegjes) van het oude Urk zie je intussen amper protestposters. Kroon had het al gezegd: de Urker protesteert liever niet groots en publiekelijk. Zo tekeergaan tegen de overheid, door God over de mens gesteld, dat gaat menig gelovig Urker veel te ver. Gelatenheid is een veelvoorkomende houding, constateren zowel Kroon als Van Loosen. Maar zou je een referendum houden, dan is iedereen tegen deze windmolens, verzekert Kroon. Lachend: „Alle 18.000 Urkers, zelfs de zuigelingen.”

Urk maakt zich op voor nieuwe publieksacties en een gang naar de Raad van State. De Crisis- en herstelwet maakt het lagere overheden niet gemakkelijk om daar aan te kloppen, zegt Kroon. Hij verwacht veel van een gesprek op 2 februari met minister Verhagen. Urkers reizen de burgemeester per bus na naar Den Haag. Ook zingen ze strijdliederen.

Waar het Urk in één woord om gaat is erkenning, zegt Kroon: „Gewoon om de tafel gaan zitten. Erkenning dat je bestaat voor je buren, voor de provincie Flevoland en voor het Rijk.” Niet voor niets stelde Kroon tijdens zijn nieuwjaarsrede voor Urk weer bij de provincie Noord-Holland te voegen. Het kabinet-Rutte wil immers de Randstedelijke provinciebesturen gaan reorganiseren, waaronder Flevoland. Eens was Urk eigendom van Amsterdam. Tot aan de inpoldering hoorde het eiland bij Noord-Holland, daarna bij Overijssel, nu bij Flevoland. „Eens kijken hoe serieus die plannen van het kabinet zijn”, zegt Kroon.

Urk Briest bereidt de Manifestatie Tegenwind voor op 5 februari. Met twee actiegroepen in de Noordoostpolder probeert het comité bezwaarmakers op te mobiliseren om brieven te sturen naar de bewindslieden. Tot en met 18 februari loopt de beroepstermijn tegen het kabinetsbesluit bij de Raad van State. Van Loosen: „Het windmolenplan is zo absurd, dat we desnoods doorgaan met actievoeren tot in Europa.”

Lees verder na de advertentie
Straatbeeld in Urk. Inwoners protesteren liever niet groots en publiekelijk. Zo tekeergaan tegen de overheid, door God over de mens gesteld, gaat menigeen te ver. ( FOTO'S WERRY CRONE)



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie