Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Universiteiten en hogescholen moeten niet meer beloond worden op basis studentenaantallen

Home

Janne Chaudron

Ingrid van Engelshoven, minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen (links midden), tijdens de presentatie van het rapport van de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek onder leiding van Martin van Rijn (midden). © ANP

Universiteiten en hogescholen zetten te veel in op aantallen studenten en dat is niet houdbaar. De commissie-Van Rijn, die in opdracht van het kabinet de bekostiging van het hoger onderwijs onderzocht, adviseert dat het geld dat beschikbaar is voor universiteiten en hogescholen anders ingezet moet worden.

De commissie schetst een somber beeld van het hoger onderwijs in Nederland in het rapport ‘Wissels om’. De focus ligt te veel op groei. Want voor iedere student krijgt een universiteit of hogeschool geld. “Die perverse prikkel moet uit het systeem”, stelt voorzitter van de commissie Martin van Rijn. “Want het werkt concurrentie en een hoge werkdruk in de hand.” Bovendien zorgt het ervoor dat het universitair personeel te weinig tijd overhoudt voor onderzoek en te veel bezig is met het geven van onderwijs.

Lees verder na de advertentie

Daarom stelt Van Rijn voor om de financiële middelen in het hoger onderwijs anders te verdelen. Er moet meer geld naar de zogenoemde vaste voet (een soort basisbeurs van universiteiten), en minder naar het variabele studentgebonden deel. De commissie rekent voor: tussen 2006 en 2018 nam het totale aantal studenten in het hoger onderwijs toe met 30 procent. Die groei is voor 69 procent afkomstig van Nederlandse studenten, en voor 31 procent van buitenlandse.

Omdat technische universiteiten en hogescholen de vraag niet aankunnen moet er geld overgeheveld worden naar de bètastudies

Vóór 2011 kozen veel van die studenten een opleiding in de richting van economie of gedrag en maatschappij. Maar sinds 2013, toen er tal van campagnes begonnen vanwege de goede arbeidsmarktperspectieven in technische sectoren, werd steeds vaker gekozen voor een bètastudie. Dat brengt inmiddels grote capaciteitsproblemen met zich mee, stelt Van Rijn nu. Technische universiteiten en hogescholen kunnen de vraag niet aan, waardoor bij sommige studies zelfs numeri fixi zijn ingesteld.  Dat is volgens de commissie zonde. Er moet om die reden geld worden overgeheveld naar de bètastudies. 

Meer geld

Welke opleidingen daarvan de dupe worden, weet Van Rijn niet. Dat is aan het kabinet. Juist daar zit een knelpunt, want Van Rijn kreeg expliciet de opdracht mee om met de huidige acht miljard euro die nu beschikbaar is voor het hoger onderwijs een nieuwe kostenraming te maken. Dat stuitte veel partijen tegen de borst. De Vereniging Hogescholen reageert dan ook niet erg positief op het advies van de commissie.  “Wij vinden het een slecht idee om problemen van de een op te lossen door geld weg te halen bij de ander”, aldus de koepelorganisatie. 

D66 wil het advies alleen uitvoeren als er deze kabinetsperiode ook extra geld bijkomt en de ChristenUnie zegt in een reactie zich zorgen te maken ‘over de negatieve effecten op de korte termijn voor de geesteswetenschappen en de levensbeschouwelijke universiteiten’.   

Onderwijsminister Van Engelshoven  laat doorschemeren dat er mogelijk geld bijkomt. “Ik heb hele goede hoop op een zachte landing”, zegt de minister. Eind vorige maand lekte via de NOS uit dat het kabinet in de Voorjaarsnota 100 miljoen euro extra uittrekt voor onderwijs. Van Engelshoven benadrukt dat ze zich hard blijft maken voor de wetenschap ‘in den brede’. 

Van Rijn wijst er op dat het niet alleen een kwestie is van meer geld. “Het is vaak niet transparant waar universiteiten en hogescholen hun geld aan uitgeven.” De commissievoorzitter ziet daarin een relatie met de onderzoeken die vorige week naar buiten kwamen. Toen concludeerden vakbonden FNV en Vawo dat door slecht leiderschap een onveilige werkcultuur ontstaat op universiteiten. “Wij hebben daar geen onderzoek naar gedaan, maar onder modern leiderschap versta ik onder andere dat iemand zich kan verantwoorden waar het geld aan wordt besteed.”  

Lees ook:  

‘De promovendus die tegen het zere been van de hoogleraar schopt, vliegt eruit’

Twee onderzoeken schetsen een verontrustend beeld over de werksfeer op universiteiten. Vooral de verhouding tussen hoogleraar en promovendi schuurt.

Deel dit artikel

Omdat technische universiteiten en hogescholen de vraag niet aankunnen moet er geld overgeheveld worden naar de bètastudies