Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Umberto Eco: meester van bedrog en zwendel

Home

Ronald de Rooy

In ’De begraafplaats van Praag’ schildert Umberto Eco een fraai tableau van de negentiende eeuw. Maar de parallellen met het nu zijn evident. In Italië is het boek al een immens succes.

Umberto Eco is niet alleen een fervent verzamelaar van zeldzame boeken, ook als schrijver lijkt hij zijn verzamelwoede niet te kunnen of te willen onderdrukken. Met zijn nieuwe roman voegt hij weer een tijdperk toe aan de imposante collectie die hij met zijn historische romans al vergaarde. Hij verkende de Middeleeuwen in ’De naam van de roos’ en ’Baudolino’, de zeventiende eeuw in ’Het eiland van de vorige dag’, en de twintigste in ’De slinger van Foucault’ en ’De mysterieuze vlam van koningin Loana’. In ’De begraafplaats van Praag’ ontvouwt hij nu een verrassende visie op de negentiende eeuw.

Het boek bereikte in Italië al binnen enkele maanden de status van superbestseller. Net als Eco's eerste succesroman – ’De naam van de roos’ verscheen dertig jaar geleden – knipoogt ’De begraafplaats van Praag’ voortdurend naar concepten als waarheid en historische werkelijkheid én werpt het verontrustende schaduwen vooruit, naar onze tijd.

Eco-fans zullen in het boek een collage van personages en thema’s herkennen waarmee de Italiaanse meester hen al eerder heeft vermaakt. Hoofdpersoon Simone Simonini lijkt een verre, gemene achterneef van de onbetrouwbare Baudolino. Ook Eco’s obsessie met complottheorieën, vervalsingen en gevaarlijke teksten keert in volle glorie terug. Want Simonini is een meesterbedrieger die meewerkt aan beruchte vervalsingen en bovendien vaak getuige is van schimmig machtsspel.

De bliksemcarrière van Simonini brengt hem in contact met talloze historische figuren – van beroemde schrijvers, kunstenaars, psychologen en filosofen tot en met beruchte politici, intriganten en spionnen. Simonini ontpopt zich als een abject heerschap dat zijn diensten aanbiedt aan allen die hem rijkelijk willen betalen. Hij is ijskoud en kent geen liefde. „Haat is de oerpassie. Liefde, dat is een abnormale toestand. [] Haat verwarmt het mensenhart.”

Het enige waarvan hij houdt is eten. Hij onderbreekt zijn relaas dan ook regelmatig voor culinaire uitweidingen.

Om zijn geheugen terug te krijgen houdt hij een therapeutisch dagboek bij – een idee van de vreemde jonge Oostenrijkse arts Froïde, die getraumatiseerde patiënten laat vertellen over hun leven en dromen en experimenteert met cocaïne als geneesmiddel. Simonini koestert meteen negatieve gevoelens jegens deze Jood (voornaam Sigmund). Jodenhaat is hem in Turijn met de paplepel ingegoten door grootvader, die hem als kind vertelde over het universele Joodse gevaar en hem ’s avonds angst aanjaagde met een christenkindertjes etende Mordechai.

Door zijn eerste werkgever, een sluwe notaris, te slim af te zijn wordt Simonini eigenaar van een notariskantoor. In 1860 krijgt hij opdracht het Siciliaanse avontuur van Garibaldi en zijn roodhemden te bespioneren en te zorgen dat bepaalde politiek gevoelige informatie Noord-Italië niet bereikt. Om een kist documenten te vernietigen brengt Simonini met een bom zelfs een heel schip tot zinken. Nadat hij in Turijn nog wat vijanden heeft gemaakt met het verraden van een groep jonge opstandelingen, is het tijd om in Parijs een nieuw leven te beginnen.

Met alle winden meewaaiend werkt hij voor verschillende geheime diensten, machtige vrijmetselaars en jezuïeten. Zijn nooit aflatende Jodenhaat inspireert hem tot het fantaseren van een vlammend antisemitisch geschrift dat geschiedenis zal maken, maar tot zijn woede gaan anderen met zijn ideeën en teksten aan de haal. Zijn Jodenhaat zal ook op een heel andere manier zijn leven verzuren.

Op verschillende manieren bevat deze roman een boodschap die het historische kader overstijgt. Allereerst is er de prominente plaats voor de totstandkoming van de beruchte ’Protocollen van de Wijzen van Sion’. Hitler gebruikte deze tekst ter rechtvaardiging van de Holocaust, en Jodenhaters beschouwen hem nog steeds als historisch en waarheidsgetrouw. Als zodanig is hij ook veelvuldig op Arabische websites te vinden.

In Eco’s roman wordt de vervalste en verzonnen status van dit beruchte document overduidelijk gemaakt, maar er is toch ook discussie over ontstaan. Hoewel het absurd is om in de roman een antisemitische intentie te lezen – het lijkt er meer op dat Eco het opnieuw actuele zondebokmechanisme aan de kaak stelt – is er geen enkel tegengeluid of moreel positief personage ter compensatie van de pagina’s lange onverkwikkelijke anti-Joodse tirades.

De historische actualiteit betreft zeker ook de Italiaanse geschiedenis en politiek. Simonini’s rol als spion tijdens Garibaldi’s verovering van Sicilië, het begin van een zegetocht die uiteindelijk zouden leiden tot Italië’s Eenwording, heeft Eco goed getimed. Dit jaar viert Italië namelijk het 150-jarig bestaan, maar de feestelijkheden vinden plaats in een sfeer die maar al te zeer doet denken aan Simonini’s weinig flatteuze beschrijvingen van het laat negentiende-eeuwse politieke bedrijf: complottheorieën, corrupte machthebbers, fraude en vervalsingen tegen politieke tegenstanders zijn nog steeds aan de orde van de dag.

Wat de vervalsingen betreft, zegt Eco in een interview, is het enige verschil dat deze vroeger zorgvuldig in elkaar werden gezet terwijl het fabriceren van frauduleuze dossiers tegenwoordig een kwestie van dagen is. Ook had een vervalsing vroeger een veel langere nawerking; tegenwoordig is men haar na een paar dagen, hooguit weken weer vergeten.

Eco meldt in zijn nawoord dat zijn hoofdpersoon Simonini het enige verzonnen personage van de hele roman is, maar voegt er mysterieus aan toe dat hij tegelijkertijd ’eigenlijk nog steeds onder ons is’. Eugenio Scalfari heeft hierop naar eigen zeggen historisch onderzoek gedaan en ontdekt dat Eco’s egocentrische vervalser helemaal niet verzonnen is, dat hij echt heeft bestaan en dat een schatrijke, verre nazaat van hem nog steeds aan de meeste touwtjes trekt in Italië. „Se non è vero, è ben trovato”, zeggen de Italianen. Als het niet waar is, is het wel mooi bedacht.

Lees verder na de advertentie
Turijn in de negentiende eeuw, waar Simonini opgroeit en jodenhaat bijgebracht krijgt van zijn opa. (Trouw)

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie