Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Uitleveren komt neer op veroordelen

Home

Malika el Ayadi

Samen met Spanje en Engeland is Nederland koploper in het uitleveren van onderdanen aan de Verenigde Staten, vooral in drugszaken. Maar noch in Nederland, noch in de VS, gaat iemand na of het dossier van zo'n verdachte eigenlijk wel klopt.

De lange arm van Amerika reikt tot in het hart van ons land, zegt advocaat M. Teurlings. Hij staat niet alleen. Teurlings krijgt sinds kort bijval, zowel uit de wetenschap als uit de rechterlijke macht. De strafdossiers van Nederlanders die worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten worden nauwelijks inhoudelijk getoetst door een rechter. Niet in Nederland, maar ook niet in Amerika, zegt ook oud-president van de Amsterdamse rechtbank R. Blekxtoon.

,,Zo'n toetsing zou wenselijk zijn, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht'', zegt Blekxtoon, sinds mei met pensioen maar als rechter meermalen betrokken bij uitleveringszaken aan de VS: ,,Het enige dat wij als uitleveringsrechters mogen, is oordelen of het dossier voldoet aan de eisen van het uitleveringsverdrag en de uitleveringswet. Des te onbevredigender is dat als in de dossiers verklaringen zitten van anonieme, misschien wel criminele getuigen.''

Samen met Spanje en Engeland is Nederland koploper in het uitleveren van onderdanen aan de Verenigde Staten. Weinigen lukt het hun uitlevering tegen te houden. Een van hen is Kenneth M., een cliënt van Teurlings, die al meer dan honderd uitleveringszaken deed.

De rechtbank in Amsterdam veroordeelde M. in 2001 tot een jaar cel voor een xtc'transport naar de VS. De Amerikanen vroegen om zijn uitlevering, omdat Kenneth M. meer delicten zou hebben gepleegd. Hij zou een pakje met pillen hebben opgestuurd naar de VS. De zaak leidde tot veel commotie omdat M. nooit een voet heeft gezet in de VS. Ook ontkent hij zijn schuld.

Sinds 2000 hebben de Amerikanen aan de regering 23 keer gevraagd om de uitlevering van een Nederlandse onderdaan, zegt woordvoerder W. Kok van het ministerie van justitie. Van hen weigert Nederland vier uit te leveren. Dertien verdachten zijn wel overgebracht. Vijf zijn weer terug, acht zitten nog vast. Bijna allemaal voor xtc.

Maar volgens Teurlings zijn de cijfers anders. ,,Twee jaar geleden nog deden de Amerikanen 134 uitleveringsverzoeken aan ons land. Omdat deze verdachten niet de Nederlandse nationaliteit hebben maar hier wel wonen, worden ze blijkbaar niet meegenomen in de cijfers.''

Kenneth M. is een van de verdachten die minister Donner van justitie weigert uit te leveren. Op verzoek van zijn advocaat Teurlings werd M. onderzocht op zijn psychische gesteldheid. Psychiater Van Marle zei dat de verdachte de uitlevering aan de VS niet aankan vanwege de 'bijzondere hardheid' daarvan.

In Nederland hebben rechters nauwelijks enige vrijheid in Amerikaanse uitleveringsverzoeken'', zegt Teurlings in zijn kantoor in Amsterdam-Zuid. Uitleveren aan de VS is veroordelen, vindt hij. Niet alleen de rechter in Nederland toetst niet of het bewijs tegen de verdachte klopt, maar ook de Amerikaanse rechter niet, omdat Nederlanders massaal kiezen voor het plea bargaining-systeem. Een verdachte onderhandelt dan buiten de rechter om met de aanklager over de straf.

Hoe meer verdachten de verdachte verlinkt, hoe meer celjaren de aanklager er afhaalt. Zo zijn de Amerikaanse spelregels. Wijst de verdachte de onderhandse deal af, dan volgt een harde juridische strijd voor de rechtbank waar het lot van de verdachte dan in handen ligt van een jury. Het voordeel is dat de rechter dan wel toetst of de opsporingsmethoden deugden.

De gok op een eerlijk, maar langdurig proces durft geen Nederlander te nemen. Dat is jammer, vindt ook Bart Stapert, strafjurist aan het Willem Pompe Instituut in Utrecht. Stapert heeft jarenlang in de Verenigde Staten gewerkt, onder meer voor verdachten die de doodstraf konden krijgen.

Stapert: ,,Misschien doen de Amerikanen helemaal niets wat tegen de wet ingaat, maar op dit moment is er niemand die dat weet. De enige die er wel naar kan kijken is minister Donner, maar hij is politicus; geen rechter.''

Door het ontbreken van een controlepunt blijft er iets onbevredigends hangen rondom de uitleveringsverzoeken, zegt ook rechter Blekxtoon. ,,Het kan goed zijn dat ik spoken zie en de Amerikaanse justitie naar de letter van de wet handelt, maar ik kom daar moeilijk achter.''

Blekxtoon spreekt uit ervaring. Hij vroeg de Amerikanen eens om nadere inlichtingen bij een uitleveringsverzoek. ,,We lazen in het dossier over allerlei anonieme getuigen. We vroegen ons af de Amerikaanse getuigen criminele informanten zijn en zo ja, onder wiens leiding zij werkten en of zij geïnfiltreerd waren op Nederlands grondgebied. Een woedende brief kregen wij terug.''

Volgens de Amerikaanse justitie mochten de Nederlandse rechters die vraag helemaal niet stellen. Daarop ontplofte een bommetje in het gerechtsgebouw aan de Parnassusweg in Amsterdam. Blekxtoon; ,,Oké, schreven wij terug, maar zonder antwoord leveren wij niet uit.''

Na bemiddeling mocht 'Amsterdam' opnieuw de vraag stellen. Blekxtoon: ,,We maakten ervan: Kunt u ons garanderen dat door of onder Amerikaanse verantwoordelijkheid geen opsporingshandelingen zijn verricht op Nederlands grondgebied? Het antwoord was 'ja'. Toen leverden wij uit.''

De Amsterdamse rechtbank bedacht dat als er iets niet in de haak is in het dossier, de Amerikaanse rechter daarachter zou komen. Een Nederlandse vraag om verduidelijking, die in het dossier komt, zou de Amerikaanse collega's op het spoor zetten ernaar te vragen, dacht Blekxtoon.

Maar zo zat het niet. ,,Naar nu blijkt kiezen de Nederlanders eenmaal in Amerika eieren voor hun geld en kiezen zij allemaal voor plea bargaining. Theoretisch klopt het Amerikaanse systeem, maar in de praktijk wordt er niet of nauwelijks getoetst in de Nederlandse strafzaken.''

De oud-president ging met de gegevens verder spitten en ontdekte dat ook in een later stadium de Nederlandse onderdanen nergens hun gelijk nog kunnen halen. ,,Anders dan hier kan een verdachte in de VS na veroordeling niet in beroep bij het Europese hof voor de Rechten van de Mens.''

De VS zijn ook aangesloten bij zo'n verdrag, ontdekte Blekxtoon, namelijk het Internationale Verdrag Burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). ,,Alleen ondertekenden zij het deel over het individuele klachtrecht nooit.''

Minister Donner vindt de bezwaren van de juristen tegen de uitleveringen aan Amerika 'provinciaals', zo zei de minister eens in een radio-interview, zegt Stapert. ,,Wij vertrouwen Amerika'', zei Donner.

Bevredigend is die houding niet, vindt Stapert. ,,Voor de Amerikanen is de War on Drugs zo belangrijk dat zij soms bij het toekennen van handelssubsidies of -contracten kijken naar de mate waarin landen meedoen aan de mondiale drugsbestrijding. Een regering heeft er dus belang bij de relaties goed te houden.''

Nederland heeft wat dat betreft nog veel goed te maken. Sinds de late jaren negentig staat voert ons land, na Colombia (cocaïne) en Afghanistan (heroïne) de lijst aan met xtc. Meer dan negentig procent van alle xtc-pillen komt hiervandaan, zegt de Drugs Enforcement Administration (DEA).

Stapert: ,,Vanuit de wetenschap bestaat veel kritiek op de cijfers. De overheidsdienst werkt met schattingen, waarvan je je kunt afvragen of die niet bewust hoog worden gehouden om het jaarlijkse budget uit Washington veilig te stellen.''

Toch blijven de Amerikanen erbij dat van Nederland een bijdrage wordt verwacht in de wereldwijde bestrijding. In 1998 maande oud-resident Clinton Wim Kok daar al toe in Washington. Sindsdien is de Unit Synthetische Drugs (USD) opgericht, om de pillenproductie te verstoren. Ook worden xtc-verdachten nu uitgeleverd aan de VS voor delicten die hier gepleegd zijn. Stapert: ,,Over het algemeen gaan de dossiers over lichte smokkelzaken. De verdachten hadden voor die delicten net zo goed in eigen land kunnen worden gestraft, omdat het bezit ook hier strafbaar is. De boodschap lijkt daarom: jongens, pas op! We halen jullie met lange armen over de oceaan hiernaartoe.''

Als dát het achterliggende beleid van de Amerikanen is, dan vindt Stapert de uitleveringen aan Amerika een kwalijke zaak. ,,Het bezwaar dat ik er tegen heb, is dat Nederland een deel van zijn soevereiniteit lijkt op te geven.''

Maar ook het liberale Nederlandse drugsbeleid wordt dan op een harde wijze onderuitgehaald, stelt Stapert. Terwijl de geschiedenis aantoont dat de Amerikaanse mondiale war on drugs als mislukt beschouwd kan worden. De harde aanpak heeft op de productie van verdovende middelen geen effect. Het tegendeel is zelfs bewezen.

Wat hierachter ligt is een fundamenteel verschil tussen de VS en Nederland in de effecten van bestrijding, zegt Stapert. ,,Wij denken, scherp gesteld, dat je de mens niet kunt verbieden te gebruiken. De staat kan wel de schade beperken. De VS hangen een conservatieve houding aan: drugs zijn slecht en die moet je bestrijden.''

Bij het Amerikaanse standpunt past dan ook een repressieve aanpak, zegt hij. ,,Dat verschil van inzicht drijft de spanningen tussen Amerika en Nederland op.'' De spanningen blijven bestaan, zegt Stapert. Ook doordat het hof in Den Haag in 2002 de rechtbank terugfloot die vragen stelde aan de Amerikanen over hun werkwijze in het dossier van Paul D., die eveneens xtc zou hebben gesmokkeld. Het hof oordeelde dat de vragen niet gesteld mochten worden, omdat de beide staten werken vanuit het 'vertrouwensbeginsel', dat ten grondslag ligt aan de Nederlandse uitleverpraktijk. Stapert: ,,Met die uitspraak is de deur hard dichtgegooid. Als de Nederlandse regering de Amerikanen vertrouwt, dan moeten de burgers dat ook maar.''


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel