Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Uitgehuwelijkt om een vete te beslechten

Home

door Suzanna Koster

Het verhaal van vijf tienermeisjes maakt veel duidelijk over vrouwenrechten in Pakistan. De vijf dreigen te worden uitgehuwelijkt, om een moord van 14 jaar geleden goed te maken.

'We zijn niet bereid om te trouwen. We zouden als honden worden behandeld', zegt Abda Khan.

Zij is een van drie zusjes die, samen met twee nichtjes, uitgehuwelijkt moeten worden als straf voor de moord die in 1991 door een oom van hen zou zijn gepleegd. Abda's vader, Jehan Khan Niazi, aanvaardde in 1995 dat zogeheten vani-vonnis, omdat hij geen keus had zegt hij nu.

Het vonnis werd uitgesproken door de jirga, een raad van ouderen, religieuze leiders, politici en landeigenaren. De meisjes waren toen tussen de 5 en 11 jaar oud. Hij ging akkoord onder protest, legt vader Jehan uit: “Ik zei: Jullie nemen een verkeerde beslissing. Ze stonden klaar om me te vermoorden als ik niet toestemde. Dus ik zei Oké, maar ik ben er faliekant tegen.“

Inmiddels heeft Jehan spijt. “Ik ben onschuldig, mijn dochters zijn onschuldig. Waarom zouden zij moeten betalen voor de daad van een ander“, zegt hij. Die ander is zijn broer Mohammad Iqbal, die de moord zou hebben gepleegd.

Zia-Ullah Khan - geen familie - beaamt dat de angst van de jonge Abda terecht is: “De meisjes worden gewoon naar het huis van hun echtgenoten gestuurd, met alleen de kleding die ze aanhebben. Hoon en vervloekingen zijn het lot van de vani-meisjes. In de meeste gevallen worden ze behandeld als slaven en mogen ze hun ouders nooit meer zien“, vertelt hij. Hij voert al jaren actie tegen gedwongen huwelijken in Mianwali, het district waar de meisjes vandaan komen.

Vani is een eeuwenoud stamgebruik, waarbij familievetes worden opgelost met gedwongen huwelijken. Niemand weet hoeveel het voorkomt in Pakistan. Maar sinds de Khan-nichtjes eind vorig jaar de publiciteit zochten en zich richtten tot de Pakistaanse president Pervez Musharraf en het hoogste gerechtshof, heeft de politie in Mianwali vijftien meisjes bevrijd. In dit gebied wonen in totaal 30.000 mensen.

De Khan-zaak loopt nog steeds, maar rechters hebben politiechefs in alle Pakistaanse provincies opgedragen de traditie uit te roeien. Vani werd in januari 2005 wettelijk verboden. “We steunen de slachtoffers volledig. Vani is tegen de wet en het is ook on-islamitisch“, verklaarde Nilofar Bakhtiar, adviseur van de premier voor vrouwenzaken.

Maar volgens mensenrechtenactivisten is de wet niet goed genoeg. “Er is geen regeling voor de vani-zaken van voor 2005. En alleen de gevers en nemers van vani-bruiden worden gestraft, niet de jirga-leden die het vonnis opleggen. De meisjes moeten dus hun eigen ouders aangeven. Dat zullen ze niet doen“, legt Zia-Ullah uit.

Jehan Khan Niazi is met zijn dochters Abda, Amna en Sajda inmiddels voor de veiligheid verhuisd naar een dorp 85 kilometer verderop. Bijkomend voordeel is dat zijn dochters daar beter opgeleid konden worden.

“Om tegen deze traditie te strijden heb ik mijn dochters onderwijs geboden. En ze strijden. Zij zijn met mij en ik ben met hen“, vertelt hij. Amna, 21, doet een master in Engelse literatuur, Abda, 19, doet examen in een voorbereidende medicijnenstudie en Sajda, 16, zit op de middelbare school.

Maar minder goed gaat het met de twee nichtjes van de drie zussen. Deze nichtjes, kinderen van broer Mohammad Iqbal en eveneens sinds het vani-vonnis met uithuwelijken bedreigd, zijn nooit verhuisd. Zij wonen nog steeds op geen 400 meter afstand van de rivaliserende clan.

Daar houdt Mohammad Aslam, een oom van de vermoorde man, vol dat vani de enige manier is om tot verzoening te komen. “Je kent de cultuur: de moorden zullen doorgaan als Jehan Khan zijn afspraak niet nakomt“, zegt hij, zittend op een gevlochten bed in een stoffige kamer. Eind vorig jaar raakten twee neven van Jehan Khan ernstig gewond toen er op hen geschoten werd terwijl ze op het land werkten.

Samar Minallah, een antropologe die van de rechtbank meer te weten moet komen over vani, vertelt dat de vani-bruiden een doel op zich worden. “Als de gegriefde partij de bruiden niet krijgt, worden ze overal uitgelachen“, zegt ze.

Mohammed Aslam bevestigt het: “Als we ergens heen gaan, schamen we ons. Mensen kletsen over ons.“ Hij wil een compromis sluiten: “Als ze een paar meisjes geven, is het op te lossen. Maar een einde aan de vete is onmogelijk als we er geen een krijgen. Het is nu aan hen.“

De vijf meisjes en hun vaders staan daarom doodsangsten uit. Bovendien worden de vaders nu door de politie in Mianwali vervolgd omdat ze ooit met de vani-regeling hebben ingestemd. Broer Mohammad Iqbal en een derde broer zitten inmiddels vast. Ook Jehan Khan is een verdachte.

De politie in zijn huidige woonplaats steunt hem echter, vertelt Jehan Khan, en geeft bescherming als hij daarom vraagt. Bovendien heeft hij zelf ook bewakers ingehuurd om bij zijn kantoor te posten. De meisjes krijgen bescherming van hun drie broers, maar dragen zelf ook wapens bij zich, wat ongewoon is voor vrouwen in dit gebied. “We hebben pistolen en geweren en we zijn klaar om onze levens te verdedigen“, zegt Abda.

Amna kampt met schuldgevoelens. “Het hele dorp is tegen mijn vader“, zegt ze. “Maar voor ons is er geen weg terug“, zegt Abda. “Dit is een gevecht voor alle vani-slachtoffers in Pakistan.“

Deel dit artikel