Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Uitersten in politiek landschap winnen terrein

Home

Lex Oomkes

Politieke partijen schuiven van het centrum steeds verder op naar de periferie. André Krouwel, politicoloog aan de VU Amsterdam en medeontwikkelaar van het Kieskompas, analyseerde opnieuw de verkiezingsprogramma's en legt uit hoe dat komt. De economische crisis speelt een belangrijke rol.

Het politieke midden wordt leger dan ooit. Politieke partijen blijken zich steeds verder van het centrum af te bewegen, zo blijkt uit een analyse van de verkiezingsprogramma's door André Krouwel, politicoloog van de Vrije Universiteit, en zijn team.

Deze beweging was al waarneembaar bij de verkiezingen van 2010, maar de trend zet versterkt door. Partijen bewegen zich zonder uitzondering naar de uitersten van twee assen. Krouwel en zijn team gebruikten deze assen om het politieke spectrum in beeld te brengen: een horizontale as met de polen links en rechts als het gaat om economische onderwerpen en een verticale as van progressief naar conservatief als het gaat om de meer immateriële onderwerpen. Rond het kruispunt van deze assen is het leeg geworden (zie illustratie).

De polarisatie in de Nederlandse politiek zet onder druk van de economische crisis verder door, is de conclusie van Krouwel na de analyse van de verkiezingsprogramma's. De crisis en Europa zijn de twee belangrijkste thema's in de partijprogramma's. Twee onderwerpen die partijen aanwijsbaar hebben gedwongen tot scherpere keuzes, zowel naar links als naar rechts.

De polarisatie van partijen lijkt een afspiegeling van de door opiniepeilingen gesuggereerde polarisatie onder de kiezers. Je zou kunnen constateren dat de partijen reageren op de stemming onder het electoraat, meent Krouwel.

Hij wijst erop dat voor het eerst in het bestaan van het Kieskompas een van de vier kwadranten in het politieke krachtenveld leeg is. In het rechts-progressieve kwadrant zit tenminste nog D66, zoals ook bij de twee voorgaande verkiezingen al het geval was. Maar het links-conservatieve kwadrant is inmiddels leeg. Daar bevond zich tot voor kort de ChristenUnie, maar de partij van lijsttrekker Arie Slob is op economisch terrein naar rechts opgeschoven. Zo wil de ChristenUnie nu bijvoorbeeld een eigen bijdrage invoeren voor het verblijf in het ziekenhuis, ook al mag die bijdrage lager zijn naarmate het inkomen lager is. Bovendien streeft de partij een kleinere rol van de overheid in de economie en een vrijere markt na. Dergelijke programmapunten zorgen voor een behoorlijke verschuiving op de 'economische' as van links naar rechts.

De twee uitersten op economisch terrein worden, niet verrassend, gevormd door de SP en de VVD. Dat de PVV niet tot de radicaalste partijen behoort, ligt vooral aan het op economisch terrein behoudende programma. De partij stond in 2006 nog ver in het rechts-conservatieve kwadrant, maar is door de sociaal-economische programmapunten veel meer naar het centrum opgeschoven. Voorbeelden daarvan zijn: de AOW-gerechtigde leeftijd blijft 65 jaar, en geen bezuinigingen of hervormingen van de WW.

De positie van de SP is ten opzichte van twee jaar geleden min of meer dezelfde, maar de VVD is verder naar rechts opgeschoven, door een zeer uitgesproken sociaal-economisch en financieel economisch programma. Er is geen onderwerp waar volgens de VVD niet op bezuinigd kan worden, het ontslagrecht moet verregaand worden geliberaliseerd en het eigen risico in de zorg gaat als het aan de liberalen ligt fors omhoog.

Zeer opvallend is de verschuiving in positie die CDA en PvdA ten opzichte van elkaar hebben gemaakt sinds 2006. Bij de verkiezingen, die uiteindelijk de mislukte coalitie van de twee partijen met de ChristenUnie opleverde, verkeerden de twee traditionele volkspartijen nog min of meer in elkaars buurt. In 2010 was het gat al veel groter en in deze campagne hebben ze elkaar uit het zicht verloren. Het CDA is duidelijk economisch rechtser en op immaterieel terrein conservatiever geworden, terwijl de PvdA op economisch terrein grofweg dezelfde positie behoudt, maar op immaterieel terrein opschoof in progressieve richting.

Verantwoordelijk voor die verschuiving zijn bijvoorbeeld de veel meer pro-Europese houding van de partij in het verkiezingsprogramma (verdere Europese integratie), een groener profiel en een pleidooi voor een vrijwillig voortijdig levenseinde.

Vooral de onderlinge verwijdering tussen CDA en PvdA doet Krouwel concluderen dat het stiller wordt in het politieke midden. De politicoloog is sceptisch over de strategie van de partijen. "De verbinding tussen CDA en PvdA dreigt te verdwijnen. Ze zitten nu allebei duidelijk in een verschillend kwadrant, de één links-progressief, de ander rechts-conservatief. Maar het valt niet in te zien wat die strategie ieder moet opleveren.

"In de politieke wetenschap kennen we de theorie van het directional voting. Als een kiezer eenmaal van mening is dat er bijvoorbeeld op sociaal-economisch terrein te veel rechten worden geschrapt, zal hij liever zijn stem uitbrengen op de partij die dit standpunt het helderst verwoordt. In dit geval dus op de SP en niet de PvdA. Als je bijvoorbeeld strengere anti-immigratiewetgeving wilt, kun je het beste je stem op de PVV uitbrengen en niet op een partij, die wellicht ook een beetje in die richting denkt.", aldus Krouwel.

Deel dit artikel