Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Uitbundig gebruik van het vragenrecht

Home

Het worden er steeds meer. In de jaren vijftig beantwoordde de regering gemiddeld 200 schriftelijke kamervragen per jaar. Het afgelopen parlementaire seizoen bestookten de parlementariërs het kabinet met bijna 2000 vragen. 'Bestookten' is een groot woord, want de inflatie van 'De Schriftelijke Kamervraag' is allang een feit. Het is een bot instrument geworden. Sidderen ministers en staatssecretarissen wanneer ze via dit parlementaire instrument gedwongen worden tot uitleg over hun beleid? Zelden. Piet de Jong, premier aan het eind van de jaren zestig, stelde al eens vast: 'In mijn tijd stond de hele tent nog op z'n kop als er een schriftelijke vraag werd gesteld. Nu worden vragen van kamerleden afhandeld door de jongste klerk, omdat er eenvoudig geen beginnen meer aan is.'

Denk niet dat al die 2000 vragen van vorig jaar bedoeld waren om informatie te vergaren. Een Tweede-Kamerlid dat wil weten hoe de vork in de steel zit kan gewoon het departement benaderen dat zijn nieuwsgierigheid heeft opgewekt. De formele schriftelijke vraag, ingediend via een procedure via de kamervoorzitter en diens griffiers, komt meestal voort uit profileringsdrift. ,,Als een kamerlid iets wil weten, dan belt ie het departement. Als een kamerlid in de krant wil komen, stelt ie een kamervraag”, luidde een van de lessen van Hans Wiegel aan nieuwe collega's in de VVD-fractie.

Nog een reden om uitbundig gebruik te maken van het vragenrecht: de parlementariër die op bezoek in het land klachten krijgt van de achterban over groeiende files, dure medicijnen of de nieuwste landingsbaan kan daadkrachtig beloven dat hij de misstand zal bestrijden. ,,Daar zal ik eens vragen over stellen”, belooft hij dan strijdvaardig en terug aan het Binnenhof is het formuliertje zo ingevuld. Het antwoord van de minister, weken later, doet er niet eens zoveel toe.

Uit een peiling van een Haags public relations bureau blijkt dat de kleine linkse oppositiepartijen SP en GroenLinks kampioen vragensteller zijn. Ook niet verrassend is dat de PvdA stevig meedoet. De oppositie kan nu eenmaal makkelijker vrij schieten op het kabinet dan de CDA-fractie, die diep onderaan deze lijst staat. Opmerkelijker is dat kamerleden tegenwoordig tijdens recessen steeds actiever hun ei proberen te leggen. In het afgelopen zomerreces werden 337 schriftelijke vragen gesteld. Vanaf terrassen in de gekste uithoeken ter wereld seinden de parlementariërs hun kritische nieuwsgierigheid naar de departementen.

Niet altijd over de zwaarste misstanden. Het PvdA-kamerlid Peter van Heemst scoorde deze zomer in de media met zijn vra-Uitbundig gen over de Rotterdamse tenenlikkker, die in stadsparken aan de voeten van zonnende vrouwen opdook. Vond de minister van justitie ook niet dat dit strafbaar moest worden? Het prangende probleem van Van Heemst is weken later niet opgelost. ,,Ik streef ernaar u mijn antwoorden op de vragen zo spoedig mogelijk te doen toekomen”, schreef minister Donner hem begin september, toen de eerste vervaldatum voor de verplichte beantwoording verliep.

Het PvdA-kamerlid Arie de Graaf wist vijfentwintig jaar geleden zo vaak schriftelijke vragen te stellen over de vermaledijde sociaal-economische maatregelen van het kabinet-Van Agt dat hij spottend Arie de Vraag werd genoemd. Zo'n bijnaam heeft Agnes Kant van de SP nu niet, hoewel zij haar imago koestert als snelle massaproducent. Verrassend is Kant het afgelopen jaar verslagen door Marijke Vos van GroenLinks, die als minder hijgerig bekendstaat, maar toch de meeste schriftelijke vragen wist in te dienen.

De vijf drukste vragenstellers tussen augustus 2003 en augustus 2004:

1 Marijke Vos (GroenLinks) 96 2 Agnes Kant (SP) 84 3 Jan de Wit (SP) 83 4 Geert Wilders (destijds VVD) 5 Krista van Velzen (SP) 73 79

Deel dit artikel