Uilen en hun ballen

home

HENK VAN HALM

Er lagen vijf grijze haarballen onder aan het paaltje naast de tent. Braakballen van de velduil, zonder twijfel. Ik had de grote uil met de felle gele ogen al een paar keer tegen het vallen van de avond over de lage duintjes zien zwerven. Schijnbaar doelloos, maar absoluut heel bewust op jacht naar de Noordse woelmuizen, waar het op Texel van wemelt.

Vroeger nam ik die braakballen mee naar huis om uit te zoeken wat de uil gegeten had. Braakballen pluizen is leuk werk. Je legt de ballen op een vel pakpapier en onder het genot van een kop koffie of een biertje trek je ze met twee pincetten uit elkaar.

Behalve grijs muizenhaar bevatten de uitgebraakte proppen allerlei andere onverteerbare prooiresten. Schedels en beenderen van muizen en zangvogels het meest. Soms ook de hoornachtige snavelscheden en complete vogelpootjes. En in de kleine proppen van de steenuil vond ik soms dekschilden van grote en kleine kevers.

Om de botjes en schedeltjes te determineren gebruikte ik een uitgave van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie uit 1962: Het determineren van schedelresten van zoogdieren in braakballen van uilen van A.M. Husson. Een inmiddels zeldzaam werkje, dat ook antiquarisch onvindbaar is.

Pluishandleiding

Dit jaar is een nieuwe handleiding verschenen, met dezelfde soort afbeeldingen van schedels, maar eenvoudiger en overzichtelijker opgezet. Iedereen kan daarmee aan de hand van gemakkelijk zichtbare kenmerken zoogdierschedeltjes uit uilenballen op naam brengen. Daarvoor staat in de handleiding een determineertabel met duidelijke detailtekeningen. Het formaat is onhandig in het veld, bijna A4, maar daarvoor is de handleiding ook niet bedoeld. Braakballen verzamel je in de natuur, je schrijft datum en vindplaats op het zakje en gaat ze thuis ontleden. Behalve twee pincetten heb je een goede loep nodig, een schuifmaat om schedels en onderkaken te meten en potlood en papier.

Ook vogelschedeltjes zijn afgebeeld. Maar voor de herkenning daarvan moet je je gezonde verstand gebruiken, want de doodskopjes lijken erg op elkaar. Het fijne snaveltje van de insectenetende koolmees verschilt hemelsbreed van de dikke snavel van een zaadeter als de mus. Maar de snavel van een vink en van een mus lijken als druppels water op elkaar.

Handschoenen aan

Iedereen kan braakballen pluizen. Natuurgidsen doen het vaak als educatieve bezigheid met kinderen. Tegenwoordig wordt aangeraden daarbij rubber handschoenen te dragen. Dat lijkt me vooral nodig ter geruststelling van de ouders. Die zullen allicht de wenkbrauwen fronsen bij het fotobijschrift: 'Niet alle ballen zijn even fraai gevormd'. Ik heb een uilenbal nooit fraaier gevonden dan een drol.

In het begin hebben de proppen een stevige consistentie. De onverteerbare voedselresten zijn door de spiermaag van de uil tot een bal gekneed en van een slijmlaagje voorzien, voordat ze werden uitgespuugd. Na een poosje vallen ze uit elkaar. Dat gebeurt door de regen, maar ook door insecten die leven van dierlijk afval. De rupsen van kleer- en pelsmotten en de larven van tapijtkevers en spektorren, die grote schade kunnen aanrichten aan onze bezittingen, zijn oorspronkelijk opruimers van afvalstoffen in de natuur.

Niet alleen uilen

Niet alleen uilen, ook reigers, meeuwen, kraaien en roofvogels spugen uit wat door het maagsap niet wordt verteerd. In braakballen van reigers, bijna zo groot als een vuist, vond ik behalve grijs muizen- en mollenbont visgraten, de glinsterende chitinedelen van mestkevers en een dekschild van de geelgerande waterroofkever. In de duinen liggen overal braakhoopjes van meeuwen in de vorm van stukjes mosselschelp. In oude zilvermeeuwkolonies bestaat de grond voornamelijk uit die uitgekotste schelpbrokjes. Roofvogels slikken hun prooi niet in zijn geheel in, zoals uilen en reigers wel doen. Ze plukken de buit en trekken het vlees van de beenderen. Daarom heb je er weinig aan om hun braakballen uit te pluizen.

Wetenschappelijk nut

Lang niet alles is bekend over de verspreiding van kleine zoogdieren in ons land. Ze zijn voornamelijk 's nachts actief en onttrekken zich daardoor aan de waarneming. Een manier om met zekerheid vast te stellen of ze ergens voorkomen, is lifetraps te zetten, waarin ze levend gevangen worden. Na determinatie worden ze losgelaten.

Veel gemakkelijker is de aanwezigheid van kleine zoogdieren vast te stellen uit het onderzoek van prooiresten. Uilenballen lenen zich uitstekend voor het zoogdieronderzoek, omdat uilen hun prooi met huid en haar inslikken. Braakballen pluizen kan zelfs wetenschappelijk nut hebben, als je dat doet in samenhang met bestaand onderzoek. Adressen daarvoor staan in de handleiding.

Dank zij Kees Kapteyn, de auteur van de pluishandleiding, kennen we naast het wildplassen nu ook het wildpluizen. Het liefst wil hij dat anderen dan de onderzoekers met hun tengels van de buiten aangetroffen uilenballen afblijven. ,,Door wildpluizen kunnen gaten ontstaan in lopend onderzoek, wat rampzalig is voor de gegevens.''

Dat mag waar zijn - al denk ik dat het wat overdreven is - maar zo stevenen we wel af op een natuur waarvan je mag genieten, als je je handen maar thuis laat. Beschermde soorten niet verstoren spreekt vanzelf. Afblijven van paddestoelen is al discutabel, nu ook van de uilenballen gaat te ver. Ik heb weinig behoefte aan systematisch pluizen, maar als ik in het veld braakproppen vind die mijn nieuwsgierigheid wekken, ga ik niet eerst uitzoeken of de roestplaats bij een onderzoek betrokken is. Dan pluis ik wild.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie