Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

U-Niq rapt recht op zijn punt af, en smijt de realiteit zo van de straat op de plaat

Home

door Hans Nauta

Soms loopt rapper U-Niq (Anthony Pengel, 1976) door de stad en hoort hij in een voorbijrijdende auto zijn muziek hard opstaan. Of komt hij een tent binnen en stuitert net zijn single ’Rotterdam’ uit de boxen. „Ik ben een straatjongen, dus voor mij is dat gruwelijk!” Oftewel geweldig. „Mijn muziek leeft, betekent iets, heeft ergens een plek.” Oh, is hij dat, van dat nummer, zeggen mensen dan.

Lange tijd rapte hij in het Engels, maar onlangs verscheen zijn eerste Nederlandstalige hiphopalbum, getiteld ’Rotterdam’. Hij is trots op zijn stad en de stad is trots op de cd, merkt hij aan de reacties. „Het succes motiveert andere muzikanten om hun eigen zaken op poten te zetten. Gelukkig maar, want er zit hier veel talent waar de buitenwereld nog te weinig van af weet.” Veel van die jonge rappers, onder wie zijn broertje Eddy Ra, verzorgen gastoptredens op het album, net als Sticks van Opgezwolle en U-Niqs neef Brace, bekend van zijn werk met Ali B.

U-Niq oogt onverzettelijk op de foto voorop de cd, hij zit op zijn bed als een koning op zijn troon. Op het nachtkastje ligt een schrijfblok. Een andere foto toont het uitzicht vanaf zijn flat. „Beelden uit mijn eigen leven, niets is in scène gezet. Misschien fantaseer ik mezelf ooit wel weer in een Mercedes, maar nu vertel ik de waarheid, de realiteit.”

En dat betekent raps over bolletjesslikkers, falende politici en vaders die gaan stelen omdat hun baby’s zonder pap zitten. En ook over luie of talentloze vakgenoten, en twee liefdes: de muziek en zijn moeder, die het nooit makkelijk had.

U-Niq noemt zichzelf ’de minister-president van de verenigde straten’. Hij is en blijft een straatjongen. „Dat verandert niet. Ik word natuurlijk wijzer, je gaat dingen nalaten of juist wel doen. Maar als persoon hoef ik niet te veranderen. Hoe je opgroeit, je herinneringen en ervaringen, dat maakt wie je bent. Ik blijf de jongen die ik was en maak de muziek die ik maakte.”

Authentiek zijn, echt blijven - dat is belangrijk in een tijd waarin Lange Frans en Baas B. de Top 40 beheersen en zelfs minister Donner gaat rappen. Hiphop moet ’van de straat op de plaat’, volgens U-Niq.

Maar die romantiek rond het straatleven, is die wel terecht? „Als je met drugs en roof in aanraking komt, en dat alles weerstaat, dan ben je een overlever. De doorsnee mens krijgt niet zoveel verleidingen als veel jongens in de stad, ook door sociale druk van leeftijdsgenoten. Zo’n beproeving is zwaarder dan menigeen denkt. Als je goed terecht komt, is dat heel positief en die ervaringen mag je dus best vertellen.”

In het fraaie nummer ’Klein klein jongetje’ kijkt hij terug op die tijd door adviezen te geven aan een jongen die nu rondstruint en raps schrijft, en continu moet kiezen welk pad hij bewandelt: Kies je voor de straat, of word je advocaat?

U-Niq begon zelf op zijn dertiende te rappen, onder invloed van Amerikaanse voorbeelden als Rakim en Big Daddy Kane. Hij werd steeds beter en verkoos de muziek boven het jeugdvoetbal van Feyenoord. In 1999 verscheen bij platenmaatschappij Sony zijn Engelstalige debuut-cd ’Married to Music’. Hij werkte samen met onder meer Postmen en E-life als het collectief Committee Gunmen, en ook met Amerikanen als Nas en Guru.

Uiteindelijk schreef hij in het huis van bewaring zijn eerste volledige Nederlandstalige tracks. Op de dag waarop hij vrijkwam, zomer vorig jaar, belde hij platenlabel Top Notch op, bekend van Extince, Opgezwolle en De Jeugd van Tegenwoordig, en kondigde hij aan een Nederlandstalig album te willen maken.

Vijftien jaar geleden was het voor U-Niq ’niet mogelijk’ in het Nederlands te schrijven. „Het gevoel was anders. Een beetje naïef, dat idee dat het niet kon. In New York vroegen ze me vaak: ’Waarom rap je niet gewoon in het Nederlands. Fransen doen het toch ook in het Frans?’ Ik zei: ja maar, het klinkt een beetje raar. ’Je kan er toch geld mee verdienen’, zeiden ze dan. ’Doe dat nou!’” Inmiddels voelt hij ook wel dat Nederlandstalige hiphop werkt. Er verschijnen albums van niveau met waanzinnige beats en arrangementen. „Als je je taal goed beheerst, kun je mensen beïnvloeden, dat heb ik wel geleerd. Niet voor niets zijn fraudeurs en politici zo welbespraakt. Met het juiste woord raak je iemand, en dat wil je toch met een tekst. In je eigen taal komt de boodschap dubbel zo hard aan.”

De markt voor Nederlandstalige hiphop telt nu zo’n 250.000 kopers, schat U-Niq. „Binnen enkele jaren kan dat oplopen tot 1 of 2 miljoen. En dan kan je er echt van leven.”

Hij is een ’artiest met een beetje naam en ervaring’, en dat maakt het hem makkelijker om in samenwerking met een producer zijn eigen stijl en geluid te handhaven. Hij zou meer kunnen flowen, zinnen in elkaar over laten lopen en met woorden spelen. „Ik breng mijn teksten liever simpel, duidelijk en direct. Dat is mijn stijl: geen kunstjes of rookgordijnen maar recht op mijn punt af. Dat past bij mijn karakter.”

In U-Niq’s raps treden gewone vrouwen op, en geen bitches of hoeren. Hij is geen player, en wil juist zelf niet het slachtoffer van spelletjes zijn, zo blijkt in ’Nie goed genoeg’. „Ik spreek nooit respectloos over vrouwen, en waarom ook, het zijn ook mensen. Ze hebben hun standaardstreken, maar geen vrouw is gelijk. Je moet niet generaliseren.” Rappers die dat wel doen zijn in het echt vaak softer dan ze zich voordoen: „Lopen ze te janken bij hun vriendin dat ze spijt hebben.”

Veel videoclips bevestigen het beeld dat hiphop vrouwonvriendelijk is. „En vaak kiest het volk juist voor die clichénummers, dat is wel frappant.” Nog zo’n vooroordeel: „Dat rappers niet de slimste zijn. Maar er zitten ook gewoon jongens met universiteit tussen.”

U-Niq vertelt niet waarom hij precies in de gevangenis belandde. „Ik was ergens bij betrokken, en ben vrijgesproken. Dat is alles.”

In ’Bajes’ verwoordt hij hoe het leven daarbinnen is. Een rap over isolement, privileges, telefoonkaarten, briefpapier en balpennen. En over tijdverspilling, je zit zo negentig dagen op vrijspraak te wachten. „Velen vinden ’Bajes’ het tofste nummer. Het is me dus gelukt van iets negatiefs iets positiefs te maken.”

Die periode was een flink dal, nu beklimt hij weer een berg, zo voelt het. „Ik heb een sterke persoonlijkheid en ben niet snel te kraken. Maar ik had het wel een tijdje moeilijk. Nu gaat het de goede kant op, ook doordat er niks mooiers is dan dat mensen je muziek voelen.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie