Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Twijfel over brongebruik Ramesar leefde al langer

Home

Wendelmoet Boersema en Teun Lagas en Kristel van Teeffelen

Trouw kan voor ruim 10 procent van de artikelen van Perdiep Ramesar de hand niet langer in het vuur steken. Hoe kwam het zover en om welke verhalen gaat het?

1.
Hoe kwam de zaak aan het rollen?

Niet-pluisgevoelens. Die leefden bij sommige collega's al jaren over het brongebruik van Perdiep Ramesar. Dat constateert de onafhankelijke onderzoekscommissie na gesprekken en e-mailwisselingen met 35 redacteuren van Trouw. Ook is Ramesar sinds het begin van zijn loopbaan bij Trouw, waar hij in 2009 een vast contract kreeg, door opeenvolgende chefs gewezen op slordig brongebruik. Hij maakte verhalen die soms 'too good to be true' waren, om een redacteur uit het rapport te citeren.

Toch bleef het lange tijd bij die niet-pluisgevoelens. Er wordt geschaafd aan artikelen, over gepraat, maar zelden wordt er doorgepakt om de bronnen boven tafel te krijgen. Hier spelen volgens de commissie ook een rol: de cultuur op de redactie, een hoofdredactie die geen harmonieus geheel vormde en de werkdruk op de redactie. Niet bevorderlijk voor het toezicht is dat Ramesar een eenmanspost vormde als verslaggever in de regio Den Haag. Hij werkte vanaf 2007 onder vijf verschillende chefs. In slechts één enkel geval wordt een artikel van Ramesar regelrecht afgekeurd voor publicatie.

Ramesar (36) begon als algemeen verslaggever, maar ontwikkelde daarnaast in de loop der jaren een aantal specialismen. Hij schreef onder andere over mensenhandel, prostitutie, radicalisering en jihadisme. Als expert was hij dit jaar ook veelvuldig te horen op radio en tv. Ramesar haalde zijn nieuws veelal van de straat. De Haagse Schilderswijk was een van zijn werkterreinen.

Ondanks de zorgen over zijn hantering van anonieme bronnen, werd Ramesar verder gezien als prima collega. "Niemand", schrijft de commissie letterlijk, "had ooit gedacht dat een collega wellicht met naam gequote personen zou verzinnen."

Tot 2012. Hoewel al eerder signalen de hoofdredactie bereikten, vraagt pas in dat jaar een redacteur zich voor het eerst echt af of een bron die Ramesar opvoert wel echt bestaat. De redacteur vindt de manier waarop een afgestudeerde allochtone bedrijfseconoom sprekend wordt opgevoerd ongeloofwaardig (zie het vierde voorbeeld op de pagina hiernaast). Een zoektocht op internet levert geen link op met een bestaande naam of profiel. De redacteur besluit Ramesars berichten voortaan nauwlettend in de gaten te houden, maar durft geen melding te doen.

In het voorjaar van 2014 neemt dezelfde redacteur een andere collega in vertrouwen. Die collega start zelf ook een internetzoektocht naar de bronnen van Ramesar, maar komt tot de conclusie dat velen daarvan ontraceerbaar zijn. Zo komt een kettingreactie op gang en belandt de zaak bij de redactieraad van Trouw. Die start een onderzoek en licht begin november Ramesars chef in.

Dan is er haast geboden, want Ramesar is inmiddels gevraagd als rapporteur bij perscentrum Nieuwspoort. Op 26 november zou hij er na de jaarlijkse Kees Lunshoflezing een essay uitspreken. Dat essay, over twee mannen uit de Schilderswijk die elkaar sinds de basisschool kennen, maar uit elkaar zijn gedreven door radicalisering, wil hij ook in de krant publiceren. Het stuk legt hij daarom voor aan adjunct-hoofdredacteur Martijn Roessingh.

Op vragen die Ramesar van Roessingh krijgt en die te maken hebben met verifieerbaarheid, geeft hij echter geen inhoudelijk antwoord.

Twee dagen later vindt het eerste gesprek plaats tussen Ramesar, zijn chef Antal Crielaard en adjunct-hoofdredacteur Esther Lammers. Zij zijn een dag ervoor, op 6 november, ingelicht over het onderzoek van de redactieraad. Tijdens dit gesprek geeft Ramesar geen bevredigend antwoord waarom zijn bronnen, met naam en achternaam opgevoerd, ook uit gewone stukken over gewone onderwerpen, niet traceerbaar zijn of zelfs niet voorkomen in Nederland volgens de databank van het Meertens Instituut. Over het Nieuwspoortessay zegt hij dat hij de jongens niet zelf heeft gesproken, maar het verhaal van een derde heeft gehoord.

Op 10 november wordt hij ontslagen wegens ernstige twijfel aan de verifieerbaarheid van zijn bronnen.

Lees verder na de advertentie

2.
Om welke artikelen gaat het volgens de commissie?

De commissie heeft twaalf artikelen aan een uitgebreider onderzoek onderworpen. Die artikelen dateren uit de periode vanaf 2009, het jaar waarin Ramesar een vast contract kreeg. Daarbij heeft de commissie vooral gekeken of in de berichtgeving zelf feiten stonden die vraagtekens opwierpen bij het bestaan van een anonieme of niet traceerbare bron. Het was volgens de commissie niet mogelijk, ook niet qua tijd, om Ramesars gehele productie te onderzoeken. Tenslotte bestond slechts bij Ramesar wetenschap over volkomen anonieme bronnen of bronnen met alleen voornamen. En hij wilde niet meewerken aan het onderzoek.

In de productie van de onderzochte periode heeft de commissie het volgende onderscheid aangebracht.

 Ruwweg tweehonderd artikelen zijn nieuwsberichtjes, gebaseerd op het ANP. De onderzoekscommissie heeft geen enkele indicatie dat die artikelen niet conform de waarheid zijn opgesteld. Deze zijn daarom buiten beschouwing gelaten.

 Een aantal andere artikelen zijn geschreven met een mederedacteur of onder begeleiding van derden. Hier deed de commissie navraag bij betrokken redacteuren, en was er geen aanleiding te twijfelen aan de correctheid van de inhoud.

 Een groot aantal artikelen bevat uitsluitend citaten van met naam genoemde politici, wetenschappers en woordvoerders. Men mocht verwachten, stelt de commissie, dat deze personen bij verkeerd citeren dit hadden laten weten. De commissie twijfelt daarom niet aan de correctheid van deze artikelen.

 In een aantal artikelen komen wel citaten voor waarbij vraagtekens worden gezet. Het gaat hier om artikelen met volkomen anonieme bronnen, of bronnen met slechts een voornaam, of met namen die niet traceerbaar zijn of gefingeerd. Conform de interne regelgeving bij Trouw zouden die bronnen bij zijn chef bekend moeten zijn, maar dit was niet geval.

 De commissie merkt hierbij op dat het kan voorkomen dat personen via internet en sociale media niet te vinden zijn, of dat bronnen met opzet verkeerde namen hebben doorgegeven aan de verslaggever of dat deze verkeerd gespeld zijn. De commissie wijst er op dat gezien het grote aantal dit in redelijkheid niet voor alle gewraakte artikelen kan gelden. Dit is niet aan toeval te wijten, stelt ze. Ook wijst de commissie erop dat de hoofdredactie een steekproef heeft gedaan hoe vaak bij andere redacteuren een met naam genoemde bron op straat op internet was te traceren. Dit was (bijna) altijd het geval.

 Van de twaalf artikelen die de commissie uitgebreid onderzocht constateert ze dat in vijf daarvan zoveel twijfel is gerezen over de juistheid van de berichtgeving en de juistheid van de communicatie van Ramesar met collega's, dat "tenminste de conclusie kan worden getrokken: Ramesar neemt het niet altijd voldoende nauw met de door hem gepresenteerde waarheid".

Deel dit artikel