Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tussen Luther, paus en naakt

Home

Peter van der Lint

Lucas Cranach de Oude schilderde naast portretten van zijn vriend Luther ook vele naakten. Deze zinnelijke afbeeldingen worden wel vergezeld van vermanende woorden. In Brussel is nu een overzicht van zijn werk te zien.

Het meest bekende portret van Maarten Luther werd in 1527 geschilderd door Lucas Cranach de Oude (1472-1553). Tegen een blauwgroene achtergrond zien we de voormalige monnik in het zwart gekleed, een zwarte baret op het hoofd waaronder vandaan de roodbruine haren in plukjes te zien zijn. De ogen kijken ons indringend en zijwaarts aan, de lippen zijn haast wulps gekruld, met onvermoede lachkuiltjes aan de uiteinden. Cranach, genoemd naar zijn geboorteplaats Kronach, maakte meerdere versies van dit portret, maar het beroemdste hangt in het Uffizi in Florence.

De verspreiding van Luthers woord ging in die eerste decennia van de 16de eeuw gelijk op met de verspreiding van de vele portretten, kopergravures en houtsneden, bijna allemaal gemaakt door, of in het atelier van de Wittenbergse schilder Cranach. Het woord kreeg een gezicht. Cranach was Luthers mannetjesmaker, zijn reclameman, en bovendien zijn vriend. Cranach was getuige bij het huwelijk van Luther, en deze was peetvader van één van Cranachs zonen.

De beeltenis van Luther, en daarmee de man zelf, werd door Cranach in de markt gezet. Dat waar het de lutheranen om ging, evenals hun haat tegen alles wat paaps was, werd in nieuw gedrukte bijbels (in Cranachs werkplaats stond een drukpers) expressief en heftig verluchtigd met houtsneden, waarin de paus als de duivel zelf werd voorgesteld. Het resultaat was verbluffend met verstrekkende gevolgen, zoals we weten.

Op de welkome overzichtstentoonstelling die het Brusselse Bozar (Paleis voor Schone Kunsten) van het werk van Lucas Cranach de Oude samenstelde – de eerste hier in de buurt sinds lange tijd – zoek je vergeefs naar het hierboven aangehaalde portret. Het doek is zo kostbaar, dat het waarschijnlijk het Uffizi niet mocht verlaten. Maar andere belangwekkende lutheraanse schilderijen zijn evenmin in Brussel te zien. Het mooie dubbelportret van Luther en zijn bruid Katharina Bora, een weggelopen non, bijvoorbeeld. Of de schitterende schilderijen van Luthers vader Hans en moeder Margarethe. Of het doek waarop de Saksische keurvorst Frederik de Wijze, bij wie Cranach meer dan veertig jaar in dienst was, geflankeerd wordt door Luther en zijn belangrijkste medestander Philipp Melanchton.

Na Cranachs dood schilderde zijn zoon Lucas de Jonge een altaarstuk voor de Stadtkirche van Weimar. Onder de gekruisigde Verlosser staat, naast Luther, de biddende Cranach. Bloed uit de flank van Christus’ lichaam valt op de hoofd van de oude schilder – een belangrijk symbool van de reformatorische leer: de mens heeft geen bemiddeling via dure aflaten nodig om de goddelijke genade te kunnen ontvangen.

Maar van al deze propaganda voor Luther en zijn leer is in Brussel dus eigenlijk maar relatief weinig te zien. Men heeft voor een andere opzet gekozen waarin ’Het tijdperk van de Reformatie’ het laatste van vijf thematische ruimtes is, voorafgegaan door ’De kunstenaar’, ’De vroege jaren’, ’Het hof, de Nederlanden en Italië’ en ’De voorstelling van het naakt’. Cranach wordt er in verband gebracht met tijdgenoten als Lucas van Leyden, Quiten Metsys, Albrecht Dürer en Titiaan.

Het was mooi geweest als in de lage landen de nadruk wat meer had gelegen op de Reformatie en hoe die door Cranach en tijdgenoten verbeeld is. Juist vanwege de historie hier, in een tijd die gedomineerd werd door Karel de Vijfde, Margaretha van Oostenrijk (een mooi portret van haar door Cranach is in Brussel te zien) en Leo de Tiende, de geld verspillende Medici-paus die Luther in de ban deed.

In Brussel is een wat minder Luther-schilderij uit 1525 te zien, maar wel hangt er een schitterende kopergravure uit 1520 waarin Luther als augustijner monnik is afgebeeld. Het is het eerste beeld dat Cranach van de hervormer maakte. De trekken van Luther zijn hier veel scherper en strenger dan in de latere afbeeldingen. Nog in hetzelfde jaar maakte Cranach een nieuwe kopergravure (ook in Brussel, zie afbeelding) waarop Luther al wat milder overkomt – het is deze gravure die werd gekozen als officieel Lutherportret en al snel veelvuldig gekopieerd werd.

Wat in elk geval duidelijk wordt in Brussel is dat Cranach er geen enkele moeite mee had om opdrachten aan te nemen van één van Luthers grootste tegenstanders: kardinaal Albrecht van Brandenburg. Voor hem en andere uitgesproken katholieken schilderden Cranach en zijn leerlingen dozijnen klassieke Madonna’s, terwijl Luther en de zijnen tekeer gingen tegen de Maria-cultus.

Van Albrecht krijgt Cranach zelfs een antireformatorische mega-opdracht: voor de Stiftskirche in Halle mag hij op vele panelen een passiecyclus schilderen, én hemelse heerscharen van heiligen – heiligen tegen wier verering Luther zich heftig afzet. Luther noemt de kardinaal vervolgens ’de afgod van Halle’, maar een verwijt aan zijn vriend Cranach komt er niet. Kunstenaars gelden in die tijd als betere handwerklieden en kunnen zich een ideologievrij pragmatisme permitteren. Zoals Cranachs tijdgenoot, de Engelse componist Thomas Tallis (1505-1585). Die weerstond in zijn lange leven de steeds van geloof wisselende Tudors en componeerde in opdracht van iedereen die hem vroeg; voor de katholieke Maria de Bloedige tot de anglicaanse Elizabeth I.

Net als Tallis was Cranach in deze zaken in hoge mate pragmatisch. Er moest geld verdiend worden. Zijn atelier in Wittenberg groeide uit tot een groot cultureel centrum. Cranach mocht zich apotheker noemen en stelde zo voor zichzelf de lucratieve markt voor pigment en kleurstoffen veilig. De schilder was meerdere malen burgemeester van Wittenberg.

Het pragmatisme uitte zich ook in de series ’naakten’ en ’listige vrouwen’, waarvan schitterende voorbeelden in Brussel te zien zijn. De zinnelijke voorstellingen, door Picasso hogelijk bewonderd, vormen het hoogtepunt van de expositie en maakten Cranach in heel Europa beroemd.

Omdat de vraag naar madonna’s en portretten van heiligen ernstig terugliep, wierp het atelier van Cranach zich op de vrouw en dan vooral, de naakte vrouw. Het zijn lange, slanke vrouwenfiguren, geïdealiseerde gestalten die je op straat niet tegenkwam. Om het naakt te ’verantwoorden’ – bij voorstellingen van Adam en Eva of andere bijbelse figuren hoefde dat niet – werd de prikkeling die van het naakt uitging voorzien van een waarschuwende tekst om niet aan die prikkeling toe te geven. Boven de ranke voorstelling van ’Venus met Cupido als honingdief’ staat te lezen: ’Terwijl de knaap Cupido honing roofde uit een holte, stak de bij de dief met haar angel in de vinger. Zo verwondt ook ons de korte en vergankelijke wellust, die wij begeren: zij is vermengd met smart.’ Zo is er altijd wel een moraliserende of vermanende boodschap op de naakten van Cranach te vinden, een boodschap die de voorstelling moet legitimeren.

De naakten zijn in Brussel met gevoel opgehangen. Mooi ook de opeenvolging van ’listige vrouwen’ zoals Omphale, Salome, Judith en Dalila. Allemaal vrouwen die via list hun tegenstanders (mannen) overwonnen. Cranach kreeg pas na 1530 interesse in dit thema. Sommige kunsthistorici leggen een verband met de verharding van het confessionele front, dat een jaar later uitmondde in het Schmalkaldisch Verbond. Deze protestantse alliantie was een reactie op de dreiging die van de verzamelde katholieke vorsten rondom Karel V uitging. Judith, die Holofernus onthoofdde, gold voor hen als het zinnebeeld van kracht tegenover een schijnbaar oppermachtige tegenstander.

Het Bozar zorgt met deze expositie voor gerechtigheid. Cranach verdient dit overzicht. Dat de tentoonstelling als beeldmerk Cranachs schitterende, met niets verhullende sluiers omhangen ’Justitia’ (Gerechtikaeit) heeft, spreekt boekdelen.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)

Deel dit artikel