Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Turen in braaksel en poep

Home

MONICA WESSELING

Sommige natuurliefhebbers ontwikkelen een passie voor één bepaald dier of plantje. Vandaag deel 2 van een zomerserie over enthousiaste specialisten: Jan Veen, die gehoorsteentjes van vissen verzamelt.

Ze worden schielijk uitgespuugd bij het eten van visjes of razendsnel uitgepoept omdat ze nutteloze ballast zijn. Maar niet voor Jan Veen. Voor hem zijn otolieten één grote en nuttige ontdekkingstocht. Dagen achtereen wast en spoelt hij poep en braaksel en tuurt hij langdurig door de microscoop. "Het is echt onvoorstelbaar. Wist je dat die steentjes informatie geven over de omstandigheden waaronder de vis is opgegroeid? Zo'n steentje van soms nog geen millimeter groot!"

Veens fascinatie voor otolieten, de onverteerbare gehoorsteentjes waarvan een vis er drie paar heeft, is eigenlijk een 'afgeleide' fascinatie. Sinds zijn studie biologie is hij met grote sterns en andere stern-achtigen bezig, tegenwoordig vooral in West-Afrika. Ook in West-Afrika neemt de commerciële visserij toe en Veen wil het effect daarvan op stern-achtigen en, in breder verband, nu ook op andere vogels monitoren. Mocht het aandeel commercieel interessante vis in het vogelmenu dalen en tegelijkertijd het broedsucces in de kolonie afnemen, dan kan dat wijzen op een negatief effect van de visserij.

"Je kunt voor zulk onderzoek dagen achtereen in een schuiltentje in de tropische hitte gaan zitten en turven welke vis de vogel vangt, of iets met braaksel en poep gaan doen. Het laatste is het dus geworden. En eerlijk is eerlijk; als je eenmaal naar die 'uitwerpselen' begint te kijken, gaat elke braakbal boekdelen spreken."

Nou heeft staren naar gehoorsteentjes bijzonder weinig zin als je geen idee hebt wat je ziet, dus moest Veen eerst een referentiecollectie aanleggen. "Ik heb wekenlang vissen verzameld en geprepareerd; hoe meer otolieten je herkent, des te meer informatie levert zo'n klodder braaksel of poep op", zegt de stenenman terwijl hij een fikse ladendoos opent en honderden opgeplakte otolieten laat zien. "Zie je die enorme variatie? Niet alleen in grootte, maar ook in vorm en structuur. Schitterend hè?" Hoewel de beleefdheid gebiedt tot beamen, zien al die steentje er voor een gewoon mens toch echt hetzelfde uit. Tuurlijk, je hebt grote en kleine, maar die tientallen (volgens Veen verschillende!) van een centimeter groot lijken allemaal van één soort afkomstig. Het zijn net stukken of brokken afgebroken kies, de oude verkleurde exemplaren lijken op pinda's en amandelen. Maar nee, benadrukt de bioloog. En dan heb je ook nog linkse en rechtse gehoorsteentjes; je zou er hoorndol van worden.

Dan loopt Veen naar de tafel met microscoop waarop honderden otolieten, van 0,5 mm tot vijf centimeter groot, liggen te wachten op determinatie, keurig gerangschikt in petrischaaltjes. De onderzoeker heeft onlangs weer handenvol braaksel en poep uit West-Afrika ontvangen. De afgelopen dagen zijn opgegaan aan spoelen en wassen in de wasmachine - 'een oude, want je kleren gaan anders zo stinken' - en nu begint voor Veen het grote speurwerk. Tijdrovend speuren, want elke handvol poep en braaksel bevat 500 tot 600 otolieten. "Zo'n 70 tot 80 procent daarvan herken ik meteen, de rest vereist nader onderzoek. Deze bijvoorbeeld", zegt Veen terwijl hij wijst op een dingetje van een centimeter, "blijft een raadsel." Volgende week gaat Veen maar even naar Brussel, naar de grote otolietkenner Dirk Nolf. "Misschien komt hij eruit."

Ondertussen vist hij met een pincet uit een ander bakje een brokje en vertelt met glanzende ogen: "Ik vond deze in de braakbal van een koningsstern. Nou vissen die binnen honderd meter uit de kust en tot op één meter diepte. En dit gehoorsteentje is afkomstig van een vis die op honderden meters diepte leeft! Ik stond voor een raadsel. Tot ik opeens begreep dat de stern achter een vissersboot moet hebben gehangen terwijl net visafval en bijvangst overboord werden gezet. Leuk he?"

Veen schuift een otoliet onder de microscoop en wijst op de 'schitterende lijnenstructuur' en op slijtagelijnen. Hij determineert de vissoort als Physiculus huloti.

Deel dit artikel