Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tuinstra improviseert overtuigend in klavierwerken Böhm

Home

CHRISTO LELIE

CD KLASSIEK

Stef Tuinstra

Georg Böhm

Keyboard Works

DOC

Georg Böhm (1661-1733) liet maar een klein oeuvre na: naast een aantal vocale werken gaat het om twee bundels klavierwerken, waarvan ongeveer de helft specifiek voor orgel. Hoewel die composities de monumentaliteit van Bach en Buxtehude missen, is het wel zeer aantrekkelijk klinkend repertoire. Bovendien speelt het een belangrijke rol in de muziekgeschiedenis, wetende dat Böhm enige tijd de coach en 'pleegvader' is geweest van de jonge, verweesde Johann Sebastian Bach.

Böhm, werkzaam in Hamburg en Lüneburg, was één van de grote, Noord-Duitse organisten. Vooral zijn koraalvariaties worden regelmatig gespeeld. Toch was het wachten op een representatieve, integrale opname van Böhms orgel-oeuvre op het soort instrumenten dat de componist zelf bespeelde. Daarin voorzag de Groningse organist Stef Tuinstra. Hij nam alle orgelwerken van Böhm op, aangevuld met enkele klavecimbelwerken die hij deels op een historisch klavecimbel van Zell uit 1728 en deels op orgel vertolkte.

Twee van de drie cd's werden opgenomen op het grote Schnitger-orgel uit 1693 in de Jacobikerk te Hamburg. Een fraaier én geschikter instrument voor deze Noord-Duitse orgelmuziek is moeilijk voorstelbaar. Het vierklaviers orgel, gebaseerd op een 32-voets pedaal, heeft een perfecte combinatie van graviteit, monumentaliteit en zilverachtige, soms metallisch snijdende helderheid. De enorme dispositie, met vele karakteristieke tongwerken, inspireerde Stef Tuinstra tot het realiseren van vaak zeer bijzonder klinkende registraties. En wat werd dit alles prachtig opgenomen!

Op de derde cd laat Tuinstra horen dat deze muziek behalve op een gigantisch stadorgel ook goed, maar totaal anders, vertolkt kan worden op een dorpsorgel met aangehangen pedaal. Hiervoor koos hij het bescheiden Hinsz-orgel uit 1731 in de Mariakerk te Zandeweer. Aardig is dat Tuinstra de luisteraar de mogelijkheid biedt de interpretatieve consequenties van de orgelkeus te laten waarnemen, doordat hij de koraalpartita 'Ach wie nichting, ach wie flüchtig' zowel in Hamburg als in Zandeweer heeft opgenomen. Op een vergelijkbare manier toont hij aan dat een op het oog idiomatisch typisch klavecimbelwerk als het Praeludium in G ook heel goed op orgel gespeeld kan worden.

Die vrijheid, gebaseerd op historische bronnen, is de kern van Tuinstra's filosofie bij het opnemen van deze Böhm-integrale. In het dikke tekstboek legt hij uit dat volgens de nieuwste inzichten de partituren van Böhm (en veel van zijn tijdgenoten) veel aan de uitvoerders overlieten en soms meer op schetsen ten behoeve van improvisaties lijken. Tuinstra vergelijkt het met het basso-continuospel, waarbij de organist of klavecinist op basis van de bas de rechterhand erbij dient te improviseren. Op die wijze benadert hij Böhms klavierwerken: in de koraalvoorspelen neemt hij de vrijheid akkoorden op te vullen en bassen al of niet met pedaal te spelen.

De cd opent met een heel sterk voorbeeld daarvan: Het Praeludium in F. Gespeeld op het machtige Jacobi-orgel klinkt het als een grootse, Franse ouverture. Zoekend naar dit indrukwekkende stuk in Band I van Böhms 'Sämtliche Werke' kon ik het aanvankelijk niet eens vinden, totdat ik zag dat het om een heel dun geschreven, driestemmig werkje ging, zonder pedaal. Met de partituur erbij werd duidelijk dat Tuinstra hier de Franse uitvoeringspraktijk loslaat op dit Duitse werk, dat eerder uit Versailles dan uit een Duitse Hanzestad lijkt te komen.

In alle 31 opgenomen werken blijkt dat de orgelklank in combinatie met de hervonden uitvoeringspraktijk tot zeldzaam levendige en vernieuwende interpretaties leidt.

De drie cd's zijn gevat in en geïntegreerd met een stevig gebonden boekje met viertalige teksten over de componist, zijn werken, de interpretatie en de instrumenten, teksten van koralen en alle registraties.

Uitgave Okke Dijkhuizen DOC1102 www.documuziekproductie.nl

Deel dit artikel