Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Trumps handelsoorlog: stuiptrekking van een grootmacht in verval?

Home

Seije Slager

In de negentiende eeuw ontwikkelden de VS zich achter een muur van hoge invoerheffingen op van landbouwkolonie tot ’s werelds rijkste en meest innovatieve economie. © Getty Images

Amerika werd ooit economisch sterk dankzij hoge invoerheffingen op allerlei producten. Maar het paniekerige protectionisme waar Trump nu op terugvalt, doet sommige Amerikanen vrezen dat hun economische hoogtijdagen langzaamaan geteld zijn.

In het jaar dat de Verenigde Staten hun onafhankelijkheid uitriepen, 1776, kreeg de jonge natie een welgemeend economisch advies vanuit Europa. “Als de Amerikanen stoppen met het importeren van Europese producten (...) dan zouden ze de ontwikkeling van hun economische groei eerder afremmen dan versnellen”.

Lees verder na de advertentie

Afzender: niemand minder dan de aartsvader van de moderne economie, Adam Smith, in zijn klassieker 'The Wealth of Nations', die toevallig in datzelfde jaar verscheen. Hij was bang dat de Amerikanen hun markt zouden afsluiten, en zelf een hoogwaardige industrie zouden proberen op te bouwen. Blijf toch liever graan en katoen verbouwen, drukte hij ze op het hart. Daar wordt uiteindelijk iedereen rijker van.

Protectionisme is kennelijk zo’n economisch scheldwoord, dat een nadere toelichting overbodig is

George Washington, de eerste president van de VS, zag dat net even anders. De bewoners van een vrij land, verklaarde hij, moeten 'zulke bedrijfstakken stimuleren die ervoor zorgen dat ze onafhankelijk zijn van anderen voor essentiële, vooral militaire, voorraden'. Ook privé leefde Washington naar die overtuiging: hij dronk uit principe alleen in eigen land gebrouwen bier.

Scheldwoord

Zo beschouwd is er in een kwart millennium weinig veranderd. Nog steeds pleiten veel economen voor vrijhandel, maar zien politici vaak toch goede redenen om van dat advies af te wijken. Het debat brak vorige week weer in alle hevigheid los, nadat Donald Trump heffingen op Europees en Canadees staal invoerde. “Je reinste protectionisme”, reageerde de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker kortaf. Protectionisme is kennelijk zo’n economisch scheldwoord, dat een nadere toelichting overbodig is.

Toch leert zelfs een vluchtige blik op de geschiedenis dat protectionisme Amerika veel gebracht heeft. Zo gek is het dus ook weer niet dat Trump er instinctief op terugvalt.

Er is wel een belangrijk verschil tussen 1776 en nu. Toen George Washington zich tegen ongecontroleerde vrijhandel keerde, was zijn land nog lang geen economische grootmacht. En, zo redeneerde Washingtons minister van financiën Alexander Hamilton, dat word je ook niet door braaf katoen te blijven exporteren. Dan moet je hoogwaardige industrieën op poten zetten, en die moet je in het begin beschermen tegen de onbarmhartige concurrentie van de wereldmarkt.

De naam van Alexander Hamilton is in de economische handboeken wat minder goed bewaard gebleven dan die van Adam Smith. Maar zijn beleid werkte wel: in de negentiende eeuw ontwikkelden de VS zich achter een muur van hoge invoerheffingen op van landbouwkolonie tot ’s werelds rijkste en meest innovatieve economie.

Engels voorbeeld

Hamilton had die strategie niet helemaal zelf bedacht. Hij had goed gekeken naar de Engelsen. Die bevonden zich rond 1600 in dezelfde afhankelijke positie als de VS twee eeuwen later. Ze mochten schapen scheren, en de ruwe wol exporteren naar Vlaanderen en Holland, waar de bewerkingen plaatsvonden die te ingewikkeld waren voor de Britten, zoals verven en weven. Door de export van ruwe producten te verbieden en de eigen wolindustrie te beschermen, probeerden de Britten zich hoger in de economische pikorde te manoeuvreren.

Tot vrijhandel bekeren de meeste landen zich vaak pas nadat ze de top van de economische piramide hebben bereikt

Voor de goede orde: er bestaat debat onder economen over de vraag of zulke beschermingsmaatregelen ook werken. Protectionisme is in ieder geval geen garantie voor succes: lang niet alle landen die een industrie probeerden op te bouwen achter hoge tariefmuren, slaagden daarin. Maar het omgekeerde geldt wel. Verreweg de meeste landen die ooit een economische reuzensprong maakten, deden dat terwijl ze een protectionistisch beleid voerden: de Britten in de zeventiende en achttiende eeuw, de Amerikanen in de negentiende eeuw, de Oost-Aziatische ‘tijgers’ in de twintigste eeuw, en tegenwoordig de Chinezen.

'De ladder wegtrappen'

Tot vrijhandel bekeren zulke landen zich vaak pas nadat ze de top van de economische piramide hebben bereikt. Al in 1841 ontwaarde de Duitse econoom Friedrich List die neiging in de geschiedenis, en hij diende Adam Smith dus van repliek over de ware voordelen van de vrijhandel. “Een natie die door beschermingsmaatregelen en scheepvaartbeperkingen haar industriële productie en haar scheepvaart zo ver ontwikkeld heeft, dat geen ander land de concurrentie met haar aankan, kan niets slimmers doen, dan deze ladder van haar groei weg te trappen, en andere landen de voordelen van de handelsvrijheid te prediken.”

List dacht bijvoorbeeld aan de Nederlandse republiek, die de doctrine van de ‘vrije zee’ uitgerekend ging prediken toen ze begin zeventiende eeuw technologisch superieur was in de scheepsbouw. Het zou nog een paar jaar duren voor de Britten het inzicht van List nogmaals zouden bevestigen: in 1846 schaften ze de hoge invoerheffingen op graan af, en vanaf dat moment zette het Verenigd Koninkrijk zich in voor de wereldwijde vrijhandel. 

List zou ook niet echt verbaasd zijn geweest dat het land dat in zijn eigen tijd gold als het bastion van intellectueel verzet tegen de doctrine van de vrijhandel, de Verenigde Staten, een eeuw later juist de drijvende kracht achter de vrijhandel zou worden. Na de Tweede Wereldoorlog waren de VS de onbetwiste economische grootmacht in de wereld, en vanaf dat moment maakten ze zich sterk voor wereldwijde handelsverdragen. De invoerheffingen op fabrieksproducten, die in de VS tot dan toe tegen de 50 procent hadden gelegen, daalden sindsdien tot ver onder de 10 procent.

Gemiddelde invoerheffingen op belastbare goederen in de geschiedenis van de VS. © Trouw / Brechtje Rood

Verval

Wat moeten we ervan maken dat het land zich nu weer afkeert van de vrijhandel, en zich opnieuw terug lijkt te trekken achter tariefmuren? Is dat een stuiptrekking van een grootmacht in verval, die zijn economische hoogtijdagen achter zich heeft liggen?

Dat is misschien wat al te kort door de bocht, reageert Jan Luiten van Zanden, hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. “Het klopt dat het Verenigd Koninkrijk na zijn hoogtijdagen weer invoerheffingen instelde. Maar dat was in de jaren dertig, toen iedereen dat deed.” Ook nu is er weer een wereldwijde trend, waar niemand zich echt aan kan onttrekken. “Je ziet het ook met de brexit, of net weer met de Italiaanse verkiezingen. Als je nu een economisch scenario voor de komende twintig jaar moet maken, dan is het niet verstandig om in te zetten op veel vrijhandel.”

Trump lijkt geobsedeerd door het verleden, toen Amerikaanse kolen, auto’s en staal de wereld domineerden

Greg Ip

Dat wordt bevestigd door een blik op de voornaamste concurrent van de Verenigde Staten: China. Dat land voert zo ongeveer dezelfde agressieve beschermingspolitiek die de Verenigde Staten in de negentiende eeuw tegenover de Britten toepasten. Al jarenlang figureert het in beschouwingen over het ‘verval van Amerika’. Wie de ontwikkeling van de Chinese economie naast die van de Amerikaanse legt, ziet in de nabije toekomst het moment opdoemen dat China de VS inhaalt. Als je corrigeert voor het lagere prijsniveau in China, dan is dat zelfs al gebeurd.

Geconfronteerd met zo’n tegenstrever - die profiteert van het vrijhandelssysteem, maar zich er naar believen ook aan onttrekt - is het een beetje naïef om in je eentje te blijven vrijhandelen, daar zijn de meeste economen het wel over eens. Zelfs Greg Ip, de economisch commentator van de rechts-liberale zakenkrant Wall Street Journal. Maar, zo zegt Ip, je hebt slim protectionisme en je hebt stom protectionisme. “Dat van China is gericht op de toekomst, met als doel om wereldwijd concurrerend te worden in sectoren als luchtvaart, hernieuwbare energie en robotica. Trump lijkt daarentegen geobsedeerd door het verleden, toen Amerikaanse kolen, auto’s en staal de wereld domineerden.”

Dat is misschien niet handig, maar het wil ook weer niet zeggen dat de economische afgrond nu acuut in zicht komt, relativeert Jan Luiten van Zanden. Amerika heeft ook echt nog wel wat economische troeven in handen. “Als je kijkt welke sectoren de komende jaren dominant worden, kunstmatige intelligentie en data bijvoorbeeld, dan zitten die toch weer allemaal in de VS. Alleen China kan daar misschien een beetje aan tippen.”

Trump toont zich een heel slechte leerling van de economische geschiedenis van zijn eigen land

Maar op de lange termijn helpen de acties van Trump - die door economen van links tot rechts als gekluns worden bestempeld - de politieke en economische positie van de Verenigde Staten op het wereldtoneel niet echt. “De polarisatie in de Verenigde Staten is nu zo extreem, het land wordt steeds moeilijker bestuurbaar”, zegt Van Zanden. “Die ontwikkeling kun je ook niet los zien van Trump”.

Knullig

Een echte strategie ontwaart Van Zanden dan ook niet in de handelsoorlog die Trump nu lijkt te ontketenen met zijn invoerheffingen op staal. “Het is deels een verkiezingsbelofte die hij nog moest inlossen, deels ook een manier om Merkel en China te pesten. Het komt allemaal erg knullig over.”

Het knulligste is nog wel, dat Trump met de invoerheffingen op staal vooral de Amerikaanse fabrikanten zal schaden, stelt columnist Catherine Rampell in The Washington Post. Trump kijkt als een politicus uit de achttiende eeuw naar de handelsbalans, en denkt: exporteren is goed, importeren is slecht. Maar zelfs in de achttiende eeuw 'wisten ze dat als je met invoerheffingen je handelsoverschot wil vergroten, dat je dan het importeren van eindfabrikaten moet belasten, niet het importeren van de grondstoffen die je eigen industrie nodig heeft om die eindfabrikaten te maken'.

Oftewel: Trump toont zich een slechte leerling van de economische geschiedenis van zijn eigen land. Hij reorganiseert de Amerikaanse economie zo, dat Amerika weer terugvalt op het produceren van grondstoffen als aluminium en staal. Maar een Amerikaanse fabrikant die staal nodig heeft voor een hoogwaardiger product, betaalt straks een hogere prijs, en wordt dus minder concurrerend. Zo lijkt Trump misschien terug te vallen op de rijke erfenis van protectionist Alexander Hamilton, maar voert hij eigenlijk alsnog het advies van vrijhandelaar Adam Smith uit.

Lees ook: Canada en Mexico slaan terug naar de VS

Wat werd verwacht, gebeurde: de buurlanden van de VS nemen tegenmaatregelen na heffingen op hun staal.

Deel dit artikel

Protectionisme is kennelijk zo’n economisch scheldwoord, dat een nadere toelichting overbodig is

Tot vrijhandel bekeren de meeste landen zich vaak pas nadat ze de top van de economische piramide hebben bereikt

Trump lijkt geobsedeerd door het verleden, toen Amerikaanse kolen, auto’s en staal de wereld domineerden

Greg Ip

Trump toont zich een heel slechte leerling van de economische geschiedenis van zijn eigen land