Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Trouw-onderzoek brengt werkelijke prestaties voortgezet onderwijs in beeld

Home

MARJAN AGERBEEK

AMSTERDAM - De Montessorischolen voor voortgezet onderwijs halen slechtere eindexamenresultaten dan scholen van andere richtingen. Er slagen minder leerlingen en het percentage uitvallers en zittenblijvers is hoog. Ook algemeen bijzondere scholen doen het slecht.

Dat is een van de resultaten van een onderzoek naar de prestaties van alle scholen voor voortgezet onderwijs. Dit zijn er ongeveer 700, onderverdeeld in zo'n 1800 afdelingen voor VBO, mavo, havo en VWO. Trouw deed het onderzoek met behulp van inspectiegegevens over schooljaar 1995/'96. Die moest het ministerie van onderwijs vorige maand vrijgeven van de rechter, nadat Trouw met succes een beroep deed op de Wet openbaarheid van bestuur. Staatssecretaris Netelenbos van onderwijs heeft na deze uitspraak besloten de schoolprestaties vanaf volgend jaar zelf te publiceren.

In het Trouw-onderzoek Schoolprestaties zijn de scholen geordend van beste naar slechtste, op basis van het percentage onvertraagd geslaagden. Dat is het slaagpercentage minus het zittenblijfpercentage in het voor-examenjaar. Zo wordt scholen die opzettelijk veel leerlingen laten zitten om de resultaten in het laatste jaar op te schroeven, hun voordeel ontnomen. Niet eerder is zo helder per school in beeld gebracht, wat hun werkelijke prestaties zijn.

De Montessorischolen vormen geen officiële richting. Ze zijn openbaar, protestants-christelijk of algemeen bijzonder. Maar omdat zij zich net als de officiële zuilen laten voorstaan op een bijzondere pedagogische aanpak, kunnen ze wel als aparte richting worden beschouwd. De helft van de Montessorischolen heeft behoorlijk lagere eindexamenresultaten dan gemiddeld, de rest blijft rond dat gemiddelde hangen. Ook de algemeen bijzondere scholen scoren slecht. Veertig procent behoort tot de slechter presterende scholen. Die uitkomst is opmerkelijk, omdat met name hoger opgeleide ouders vaak menen dat deze scholen, evenals de Montessorischolen, beter zijn dan scholen van andere richtingen.

De goed presterende scholen zijn te vinden in gereformeerde en reformatorische kring, niet te verwarren met de 'gewone' protestants-christelijk scholen. Meer dan de helft van deze gereformeerde scholen behoorde in 1996 tot de betere van Nederland. Voor de reformatorische is dat veertig procent. De protestants-christelijke, rooms-katholieke en samenwerkingsscholen scoren gemiddeld.

Het Trouw-onderzoek, in zijn geheel opgenomen in de bijlage ZENZ, wijst uit dat het gemiddelde percentage onvertraagd geslaagden in Nederland op 79 ligt. Er zijn echter grote verschillen tussen de schooltypen. Tot de goede scholen, met een percentage hoger dan 95 procent, behoort twaalf procent van de VBO-scholen, zes procent van de mavo's, een half procent van de havo-opleidingen en twee procent van het VWO. Tot de slechte scholen, met een percentage lager dan zestig procent, behoort één procent van het VBO, twee procent van de mavo, eenentwintig procent van de havo en 5 procent van het VWO. De relatief goede resultaten van VBO en mavo hebben te maken met de aanwezigheid van meerdere examenniveaus. Een leerling die voor het ene niveau zakt, kan voor een lager niveau wel geslaagd zijn.

Behalve op het percentage onvertraagd geslaagden zijn de scholen beoordeeld op het gemiddelde eindexamencijfer en het aantal zittenblijvers en uitvallers in elke klas. Daarnaast stelde prof. dr. J. Dronkers van de universiteit van Amsterdam een rapportcijfer samen voor elke school.

- Zie ook het commentaar

Deel dit artikel