Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Trouw-biograaf Bootsma zag de krant tot volle wasdom komen

Home

Lidwien Dobber

© Mark Kohn
75 jaar Trouw

Verre van vanzelfsprekend is het dat Trouw de 75 heeft gehaald, vindt Peter Bootsma. In ‘Trouw, 75 jaar tegen de stroom in’ beschrijft hij hoe de krant veranderde en laat hij zien wie Trouw is. ‘Je kunt haar identiteit lezen én zien.’

Dat hij een onwaarschijnlijke keuze was om biograaf van Trouw te zijn, werd Peter Bootsma al direct ingepeperd. “Ik meldde me bij Jan Kuijk, jarenlang chef nieuwsdienst, later adjunct-hoofdredacteur. Een man die zijn leven aan Trouw heeft gewijd. Die had zo zijn twijfels over het boek én over de schrijver. Hij e-mailde me dat het beter door een cultuurhistoricus kon worden geschreven dan door een politicoloog, zoals ik. En beter door iemand die de gereformeerde achtergrond kent - ik ben van huis uit geen christelijke jongen. En oral history, je verlaten op wat mensen uit hun herinnering opdiepen? Dat deugt niet als onderzoeksmethode. Ik heb teruggemaild dat ik het alledrie met hem eens ben. Maar ik ging het nou eenmaal doen. Dus zouden we toch maar afspreken en kijken wat ervan te maken viel? Hij zei ja en ik heb vijf uur met hem zitten praten in een pannenkoekenhuisje ergens in de duinen.”

Lees verder na de advertentie

Tientallen mensen heeft Bootsma sindsdien gesproken, honderden oude kranten opgezocht en stapels archiefmappen doorgewerkt, van de verschillende hoofdredacties van Trouw en van de Stichting ter Bevordering van de Christelijke Pers, tot 1975 eigenaar van de krant, nu klein-aandeelhouder. Om te zien hoe Trouw zich ontwikkelde tot de krant van religie & filosofie en duurzaamheid, die met de Panama Papers en Paradise Papers wereldnieuws maakte, met het relaas van Jelle Brandt Cortius de #MeToo-discussie een zwiep gaf en - opmerkelijk in 2018 - wier oplage licht stijgt.

Niet in de genen

Want nieuwsmaken, dat zat lange tijd niet in de genen van de krant, merkte Bootsma. “Nog in 1995 schreef adjunct-hoofdredacteur Jaap Timmers dat primeurs bij Trouw worden gezien als ‘een grappig randverschijnsel van de journalistiek’. Jarenlang was het idee: we zijn een klein christelijk krantje dat geen geld heeft om achter grote scoops aan te jagen, laten we ons daar maar bij neerleggen.”

Timmers zag dat heel anders, maar eind jaren tachtig, begin jaren negentig waren niet de beste jaren voor de krant geweest, zegt Bootsma. “De oplage van Trouw bleef maar dalen, terwijl die van de Volkskrant en NRC Handelsblad stijl opliep. Trouw had een minderwaardigheidscomplex en andere kranten praatten haar dat ook graag aan. In die dagen waren er wel Trouw-journalisten die het liefst een soort Volkskrant zouden maken.”

Tekenend is dat Sieuwert Bruins Slot het woord cursief nooit heeft geleerd; hij had het over ‘zo’n schuin lettertje'

De eerste 25 jaar van haar bestaan had de krant van dat soort existentiële crises geen last. Haar identiteit ontleende ze aan haar ontstaan als verzetskrant in de Tweede Wereldoorlog en aan haar protestants-christelijke wortels. Trouw, schrijft Bootsma, was een gereformeerd clubblad. Hij licht toe: “Hoofdredacteur Sieuwert Bruins Slot was geen journalist. Tekenend is dat hij het woord cursief nooit heeft geleerd; hij had het over ‘zo’n schuin lettertje’. Hij was een christen die bekeek waar hij het meeste kon bereiken. Voor de Anti-Revolutionaire Partij in de Tweede Kamer of als hoofdredacteur bij Trouw. En lange tijd was hij allebei.”

Kant-en-klare journalistieke formule

Maar dat ‘christelijk’ noch ‘gereformeerd’ een kant-en-klare journalistieke formule oplevert, bleek begin jaren zeventig toen Trouw werd samengevoegd met De Rotterdammer, het Dordts Dagblad, De Nieuwe Haagsche en de Nieuwe Leidsche Courant, samen De Kwartetbladen. Beide kranten bedienden protestants-christelijke lezers, beide waren eigendom van de Stichting ter Bevordering van de Christelijke Pers en beide verloren in die jaren van ontzuiling abonnees én miljoenen guldens. Om in ieder geval één christelijke titel over te houden, besloot de stichting tot een fusie.

‘Een wanstaltiger combinatie was moeilijk denkbaar’, citeert Bootsma in zijn boek een wanhopige chef van De Rotterdammer. Trouw was landelijk, links-georiënteerd en richtte zich ‘op het denkend deel van de natie’, aldus die chef, terwijl de Kwartetbladen regionaal en rechts van het midden waren en meer op de massa gericht, met aandacht voor ‘het amuserende, pakkende, waaraan de Trouw-redactie voorbij wenst te gaan’. Bootsma: “Iemand typeerde het als de discussie tussen Uilenstede - het studentencomplex van de Vrije Universiteit - en de Alblasserwaard. Beiden zijn christelijk, Anti-Revolutionair, maar ze waren het niet per se eens over morele of ethische vraagstukken. De Kwartetbladen hebben die fusie als een annexatie ervaren. En terecht, denk ik.”

Vier jaar later, nog altijd achtervolgd door financiële problemen, sluit Trouw zich aan bij de Perscombinatie van de Volkskrant en Het Parool. Bootsma: “Trouw mocht geen openlijke concurrent van de Volkskrant zijn, dat was het belang van de Perscombinatie. De Volkskrant was er voor iedereen die ook maar een beetje progressief en PvdA was, Het Parool voor wie wilde weten wat er in Amsterdam gebeurt en Trouw bediende de christelijke tak.”

Bezweringsformule 

De Stichting Christelijke Pers en de Perscombinatie legden de identiteit van Trouw vast in wat Bootsma ‘een bezweringsformule’ noemt: ‘Het dienen van God en Zijn wereld in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus’. “Met de krant van alledag had dat niets te maken. Als eenvoudig redacteur kun je er niets mee. Hoe dien je God in een artikel?” De redactie wist dat de stichting erg aan die identiteit hing en liet het passeren, zegt Bootsma, omdat ze in de praktijk toch haar eigen gang ging.

De kerkpagina was jarenlang de kracht en zwakte van Trouw

Maar als de identiteit van de krant zich niet liet vangen in die bezweringsformule, waarin dan wel? Jarenlang hield Trouw zijn kerkpagina. Maar, schrijft Bootsma, de analyse van de redactie was halverwege de jaren tachtig dat die zowel de kracht als de zwakte van de krant was. De traditionele abonnees van protestants-christelijke komaf hechtten eraan, maar het stond de komst van nieuwe abonnees in de weg. In 1989 kreeg Trouw een ‘levensbeschouwelijk katern’: Letter & Geest. Een kleine tien jaar later werd de kerkpagina verruild voor religie & filosofie.

Maatschappelijk geëngageerd

Onder Jan Greven, hoofdredacteur van 1985 tot 1997, zette die verschuiving in, aldus Bootsma. Greven definieerde de Trouw-lezer niet langer als ‘christelijk’ maar als ‘maatschappelijk geëngageerd’, al bleef hij van het zware soort. Dat Trouw-lezers alles willen weten over bewapening, het milieu, de derde wereld of discriminatie is ‘eerder uit een gevoel van verantwoordelijkheid dan uit ideologisch besef’, meende Greven.

De echte omslag kwam in 1998, toen Frits van Exter Greven opvolgde, vindt Bootsma. “Van Exter bepaalde dat Trouw zich richt op mensen die nadenken over hoe ze in de wereld staan, die zich drukmaken om meer dan alleen waar ze hun vijfde vakantie dit jaar zullen doorbrengen. Daarbij passen stukken over ontwikkelingssamenwerking, zorg, onderwijs, duurzaamheid en natuur, religie en filosofie; typische Trouwonderwerpen, maar je hoeft niet per se christelijk te zijn om je ervoor te interesseren.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© Mark Kohn

Je ziet haar ook

Je leest de identiteit in Trouw, maar je ziet haar ook, vindt Bootsma. Zaterdagbijlage Tijd is geen glossy en in Letter&Geest staan geen reclames voor dure horloges. “Kijk naar de luxe bijlage van NRC, daar staan advertenties in voor rolexen en auto’s. Voor Trouw is dat te poenerig. Die soberheid: dat is voor mij ook de identiteit van de krant.”

Onder Frits van Exter werd Trouw echt een kwa­li­teits­krant

Van Exter, zegt Bootsma, was de eerste journalist die hoofdredacteur werd bij Trouw. Net als zijn opvolgers Willem Schoonen en Cees van der Laan had hij zijn sporen op de redactie verdiend. Zij maakten dat alle journalisten voor het geheel gingen werken, en niet langer dagelijks naar eigen inzicht hun eigen stukkie voor hun eigen pagina tikten. Die cultuur van toegepaste anarchie, zoals Bootsma het noemt, hoorde net zo bij Trouw als de christelijke signatuur, maar kwam de krant niet ten goede. “Smoezen als ‘Oh, moest ík daarover schrijven?’ golden niet meer. Afspraak werd afspraak.

“Met de slag die Van Exter heeft gemaakt, is Trouw echt een kwaliteitskrant geworden. Ik hoor het mezelf zeggen en denk: zeg ik dan dat Trouw voor 1998 geen kwaliteitskrant was? Nee, dat is te stellig. Maar het christelijke erf heeft nog heel lang van de krant afgedampt. Die tijd is voorbij.”

De Verdieping, is dat een zolder ofzo?

Waarop concurreerden Nederlandse kranten eind jaren tachtig? Op dagelijkse bijlages kunst, media of onderwijs en een zaterdagkrant die zo dik was dat ze niet in de brievenbus paste. Daar moeten we niet te ver in mee gaan, vond de Trouw-redactie. Adjunct-hoofdredacteur Jaap de Berg en vormgever Erik Terlouw presenteerden op 11 juni 1991 hun plan voor een dagkrant in twee segmenten: een met nieuws en een met achtergronden. Het idee voor de Verdieping was geboren.

De Verdieping zelf nog niet. Zoveel als er is gesteggeld over de naam - ‘Trouw Twee’, ‘Onderstroom’, De Andere Krant’, ‘Daglicht’, ‘Goedereede’ of toch ‘Water en Vuur’ - zoveel werd er ook gediscussieerd over hoe dat dan moest, zo’n dagelijks katern waaraan alle redacties hun bijdrage moesten leveren. Die redacties - of het nu economie, politiek, samenleving, buitenland of verslaggeverij was - waren tot dan toe vrij autonoom. Ze vulden hun eigen pagina’s en bekommerden zich minder om het grote geheel. De Verdieping maakte van het eilandenrijk Trouw meer een eenheid, analyseert Peter Bootsma.

Op 5 januari 1999 kreeg staatssecretaris Rick van der Ploeg het eerste exemplaar uitgereikt. De komst van de Verdieping ging gepaard met een reclamecampagne met de beroemdste slogan uit de historie van de krant: ‘misschien wel de beste krant van Nederland’.

De naam ‘de Verdieping’ is nu helemaal ingeburgerd, zegt oud-hoofdredacteur Frits van Exter in Bootsma’s boek. “Maar toen dachten we: een verdieping? Is dat een zolder of een kelder ofzo?”

De hoeder van de identiteit

Trouw werd niet genoemd in de statuten, toen de Stichting ter Bevordering van de Christelijke Pers in 1966 werd opgericht. Toch, zegt Bootsma, ziet zij het als haar belangrijkste taak om de identiteit van de krant te bewaken. In haar bestuur verzamelde de eigenaar van Trouw vertegenwoordigers uit het protestants-christelijke middenveld, zoals van de vakbond (CNV) en politici (uit ARP, CHU en later CDA) en ook dominees.

Maar het is een lastige klus, de identiteit bewaken van een krant die door onafhankelijke journalisten wordt gemaakt, zo blijkt uit Bootsma’s boek. De stichting had drie wegen: ze praatte mee over wie er hoofdredacteur wordt, ze bepaalde dat Trouw-journalisten God en het evangelie moeten dienen - een bepaling die tot 2009 in het redactiestatuut stond - en ze meldde zich bij de hoofdredacteur als ze vond dat de krant uit de bocht vloog. En dat vond ze bij tijd en wijle. Zo diepte Bootsma meerdere conflicten op met CDA’ers in de stichting die vonden dat de krant tot taak had de partij te steunen. De redactie zag dat anders. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1981 kopte de krant ‘Coalitie [van CDA en VVD] meerderheid kwijt’. Zij vond dat het belangrijkste nieuws, maar de CDA’ers waren boos. Die meenden dat de kop had moeten zijn: ‘CDA is nu de grootste’.

Door Trouw in 1975 onder te brengen bij de Perscombinatie verloor de stichting het eigenaarschap van de titel en werd aandeelhouder. Ze heeft Trouw ermee gered van de financiële ondergang, denkt Bootsma. In de Persgroep Nederland, de huidige eigenaar, heeft de stichting een belang van 0,7 procent. Uit haar middelen financiert ze projecten, waaronder Bootsma’s jubileumboek.

Trouw bestaat 75 jaar. Om dat te vieren, maakten we een speciale bijlage. We blikken terug op de afgelopen jaren en we kijken vooruit.Lees hier meer artikelen uit de bijlage. 

Deel dit artikel

Tekenend is dat Sieuwert Bruins Slot het woord cursief nooit heeft geleerd; hij had het over ‘zo’n schuin lettertje'

De kerkpagina was jarenlang de kracht en zwakte van Trouw

Onder Frits van Exter werd Trouw echt een kwa­li­teits­krant