Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Trots op Oranje zoals trots zijn op je kroost

Home

Marc van Dijk

Oranjegekte in de Amsterdamse Orionstraat. © anp

Aan de vooravond van het EK voetbal vragen de filosofen zich af: waarom zijn Nederlanders trots als Oranje scoort?

Tijdens elk Europees kampioenschap of wereldkampioenschap voetbal gebeurt er iets vreemds: we leven mee met onze eigen nationale ploeg. Al is trots voor velen misschien een te groot woord, als 'we' scoren, een finale bereiken of zelfs de beker pakken, laat ons dat niet onberoerd. Hoe kan dat? Kunnen we trots zijn op een prestatie waar we goed beschouwd part noch deel aan hebben?

Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen: "Ik ben regelmatig trots op anderen, vooral op mijn kinderen. Bijna alle ouders hebben dat. Dat is eigenlijk even onlogisch als trots zijn op een nationaal elftal. Want dat ik het bestaan van mijn kinderen in biologische zin heb veroorzaakt, heeft niets te maken met dat waar ik redelijkerwijs trots of beschaamd over kan zijn.

"Bijna niemand zal dit verschijnsel ontkennen ten aanzien van zijn eigen kinderen. Terwijl we wel gauw geneigd zijn het te ontkennen ten aanzien van 'ons' elftal. Dat is eigenlijk onterecht."

Onvoorwaardelijke trots
Alicja Gescinska, Pools-Vlaamse filosoof en schrijfster, verbonden aan de Universiteit Gent, debutant in het Filosofisch Elftal: "Ik vind dit een vreemde vergelijking. Je kiest zelf voor je kinderen, die relatie is veel minder toevallig dan de band die je hebt met het land waarin je bent geboren. Mensen kunnen niks om voetbal geven, of vrij zijn van vaderlandsliefde. Maar geheel vrij van liefde voor je kind - dat is toch tamelijk zeldzaam.

"Bovendien is de trots die je voelt ten aanzien van je kinderen nagenoeg onvoorwaardelijk. Ouderlijke trots staat eigenlijk los van wat de kinderen presteren. Ik ben als moeder al trots als mijn zoontje kruipt of een tand krijgt, terwijl ik best weet dat hij daarmee in feite niets bijzonders presteert. Ook al doen kinderen het dansje op het eerste schoolfeest heel slecht, toch zullen hun ouders trots zijn op hun gestuntel.

"Voor Oranje geldt dat niet. Als een nationale voetbalploeg staat te knoeien, is de trots snel verdwenen. We zijn selectief in ons erbarmen, zei de Britse schrijver Ian McEwan. Hetzelfde geldt voor onze trots. Als onze sporters winnen, hebben wij gewonnen. Als ze verliezen, hebben zij verloren."

Van Tongeren: "Dat klopt, de liefde van het volk is veranderlijk als het weer. Maar ik beweer ook niet dat mensen te allen tijde trots blijven op hun nationale elftallen. Sterker nog: tijdens de laatste WK-finale, waarin Oranjespelers hun tegenstanders met gestrekt been te lijf gingen, ervoer ik eerder het tegendeel: schaamte over het gebrek aan zelfbeheersing.

"Natuurlijk staan de Oranjespelers veel verder van mij af dan mijn eigen kinderen. Maar kiezen doe ik ze geen van allen. Je kunt voor kinderen kiezen, maar niet voor deze kinderen - de mensen die ze worden en de dingen die ze doen.

Bloedband
"Waar het mij om gaat, is niet de intensiteit, maar de aard van de band. Die is gelijkaardig. Het gaat in beide gevallen deels om een fysieke nabijheid en deels om een biologische band. Een bloedband, een grondband, een Blut und Boden-band. Factoren die we niet als redelijke rechtvaardiging zouden nemen, maar wel als een soort verklaring kunnen zien voor de trots of schaamte. Het vreemde is dat die verklaring het sentiment, of het gevoel van binding, niet kan wegnemen. Je kunt wel zeggen: 'Ik geef er niks om, want ik heb er zelf niks aan gedaan', maar dan nog blijft het aan je plakken."

Gescinska: "Hoewel talenten aangeboren zijn, moeten ze ontwikkeld worden. Ik heb er geen verdienste aan dat deze of gene voetballer het goed doet. En ik heb er ook in eerdere stadia geen invloed op gehad. Wel heb ik inbreng in de wijze waarop mijn kind zijn talenten ontwikkelt. Mozart was een wonderkind, maar zijn vader was wel voortdurend met hem en de piano bezig. Denk je dat Mozart even virtuoos was geworden, als hij voor zijn twaalfde jaar nooit een piano had gezien?"

Van Tongeren: "Natuurlijk, ik heb mijn kinderen ook opgevoed. Maar die opvoeding heeft ongetwijfeld zowel positieve als negatieve effecten gehad, en heeft uiteindelijk niet zoveel te maken met wat er toevallig op het pad van mijn kinderen komt. Laat staan met hun aangeboren talenten. In elk geval niet zo veel dat ik op redelijke gronden zou kunnen zeggen dat ze hun prestaties aan mij te danken hebben. En toch zal ik trots voelen als ze iets presteren.

"Als jij ouderlijke trots omschrijft als onvoorwaardelijk, raak je in mijn ogen de essentie. Onvoorwaardelijk betekent dat je er niks aan kunt doen. Zo is het ook met de voetballers: omdat ze voor Nederland spelen ben ik nu eenmaal met ze verbonden. Overigens is niet mijn positieve steun, maar mijn betrokkenheid onvoorwaardelijk. Als ze verliezen, is onze collectieve afkeer net zo goed een uiting van die betrokkenheid."

Gescinska: "Maar waarom zou die betrokkenheid irrationeel zijn? De successen en prestaties van je kinderen en je landgenoten stralen ook op jezelf af. Ik begrijp het heel goed dat mensen er belang aan hechten dat 'hun' team zich goed gedraagt, en dat ze blij zijn als het wint.

Identiteitsvorming
"De Oranjegekte is bovendien een uiting van de nood aan verbondenheid, de nood om de isolatie en het individualisme van onze tijd te overstijgen. Die nood is diepmenselijk, essentieel, maar niet irrationeel. Die nood is juist heel goed rationeel te verklaren. Verbondenheid draagt bij aan identiteitsvorming en veiligheid.

"Verder is de voetbalkoorts denk ik een vorm van escapisme, maar ook dat is een drang die rationeel te verklaren is. We hebben behoefte aan sprookjes om in de wereld te kunnen blijven geloven. Je waant je even deel van een groter geheel."

Van Tongeren: "Nee, het is geen waan, je bent deel van een groter geheel. Dat is het eigenaardige: soms zou je het willen afdoen als een waan, maar dat zal je nooit helemaal lukken. De rationele verklaringen die we voor dit soort gevoelens verzinnen, helpen daar niks bij. Ook al vind ik het rationeel gezien volstrekte onzin dat ik me schaam voor dat gestrekte been, ik blijf de schaamte voelen. Wij zijn nu eenmaal geen zuiver rationele wezens. De nabijheid van degenen met wie wij in meer of mindere mate verbonden zijn, werkt in ons door, of we willen of niet."

Deel dit artikel