Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Trijntje Huistra (1938-2018): een leven in dienst van de Papoea’s

Home

Carl Mureau

Trijntje Huistra tijdens een van de bezoeken die zij na haar pensionering aan Papua bracht. © foto's familie
naschrift

Als Trijntje Huistra wordt begraven in het Friese Menaldum, bewijst een groep Papoea-vrienden haar zingend rond het graf de laatste eer. 

Ruim 13.000 kilometer verderop, in de Indonesische provincie Papua, worden op drie verschillende plaatsen kerkdiensten gehouden om stil te staan bij het overlijden van 'zuster' Trijntje. Ruim vijftien jaar geleden ging zij met pensioen en keerde ze terug naar Nederland, maar nog altijd leeft ze in de harten van het volk waar zij zelf zo van hield, de Papoea's.

Lees verder na de advertentie
Voor urenlange wandelingen, vol klimmen en dalen, deinst Trijntje niet terug

Te goed

Had ze nog geleefd, dan zou ze die aandacht 'wel wonderlijk en toch bijzonder' hebben genoemd. Maar ieder die haar heeft gekend, vindt dat overzeese eerbetoon niet meer dan vanzelfsprekend. Deze vrouw heeft zich heel haar werkzame leven ingezet voor de Papoea's. Niets was haar te veel. Toch vroeg ze zich op haar sterfbed af: heb ik wel genoeg gedaan? Maar zij was misschien wel de laatste om daaraan te hoeven twijfelen. Trijntje Huistra was volgens haar naasten eigenlijk 'te goed voor deze wereld'.

Deze bijzondere vrouw wordt geboren in Zelhem, als dochter van de hervormde dominee Oene Huistra en diens vrouw Aaltje Gezina Brouwer. Trijntje is de middelste van vijf kinderen. Jan en Ineke zijn de oudsten, Pieter en Corrie worden na haar geboren. Ondanks de oorlog hebben ze samen een fijne jeugd in een harmonieus gezin, dat in 1947 naar Menaldum verhuist. Trijntje ontwikkelt zich als een vrolijk kind, vol humor. Ze houdt van ravotten, maar is niet lastig, al ziet haar vader zich ooit tijdens een preek genoodzaakt om zijn dochter vanaf de kansel tot stilte te manen.

Trijntje Huistra gaat naar de mulo in Leeuwarden, waar ze vooral een grote belangstelling heeft voor geschiedenis. Heerlijk vindt ze de historische verhalen en met gemak stampt ze de bekende rijtjes in het hoofd. 754, Bonifatius bij Dokkum vermoord. 1600, Slag bij Nieuwpoort... Trijntje zal de jaartallen nooit meer vergeten. Ze volgt de kweekschool en gaat daarna naar de Zendingshogeschool in Oegstgeest. Trijntje kent geen twijfel, ze wil naar verre oorden om mensen te helpen, met Gods woord als leidraad.

Trijntje vertrekt, met pijn in het hart

Jungle Pimpernel

Waar die zendingsdrang vandaan komt? Het is niet zo dat het thema thuis dominant aanwezig is, maar bij de geboorte van Trijntje, ontvangt haar moeder een felicitatiekaart met daarop de afbeelding van een zwart en wit kind. Daarmee zou de kiem voor het avontuur zijn gelegd. De belangstelling voor Nieuw-Guinea wordt bij haar gewekt door het boek 'Jungle Pimpernel' van Anthony van Kampen en op de kweekschool heeft ze bijzondere belangstelling voor een prauw van het Sentanimeer die daar staat tentoongesteld. Dit alles maakt dat ze in 1960 naar Nieuw-Guinea vertrekt, het laatste restant van onze kolonie Nederlands-Indië.

Als onderwijzeres op een lagere school in Serui, op het eiland Japen, raakt ze meteen verliefd op het land en zijn volk, de Papoea's. Wanneer de Verenigde Naties onder Amerikaanse druk Nieuw-Guinea in 1963 overdragen aan het Indonesië van president Soekarno, moeten alle Nederlanders vertrekken. Trijntje gaat met pijn in het hart. Ze vindt het vreselijk voor zichzelf, maar voelt vooral dat 'haar' volk in de steek gelaten wordt. Liefst gaat ze zo snel mogelijk terug. Omdat onderwijzers uit Belanda (Nederland) niet meer welkom zijn, volgt ze in Amsterdam een opleiding tot verpleegkundige en vroedvrouw.

In 1969 is het zo ver. Trijntje wordt uitgezonden naar het centrale bergland van Irian Jaya, zoals het dan heet, waar ze gaat werken in het Effatha-ziekenhuis in Angguruk. Die plaats ligt in het hoogland, 200 kilometer van de kust, en is alleen per Cessna-vliegtuig te bereiken. Ze verricht er al het verpleegkundige werk dat denkbaar is, niet alleen in het ziekenhuis zelf, maar ook in de omliggende dorpen. Voor urenlange wandelingen, vol klimmen en dalen, deinst Trijntje niet terug. Ze slaapt in eenvoudige hutten, komt daar onder de vlooienbeten te zitten, maar ook dat neemt ze voor lief. Wat nodig is om deze Papoea's in de Yalimo-vallei te helpen, dat doet ze. Vooral de moeder- en kindzorg is bij haar in uitstekende handen. De lokale mensen lopen weg met zuster Trijntje.

Trijntje Huistra © foto's familie

Als ze na veertien jaar wordt teruggeroepen naar Nederland, doet haar dit opnieuw verdriet. In Amsterdam, waar ze een opleiding tot wijkverpleegkundige wil volgen, slaat de heimwee toe. In de stad vol stenen, drukte en uitlaatgassen, verlangt ze terug naar die stille avonden in de bergen, waar ze onder de sterrenhemel uitkeek over de vreedzame vallei. Wanneer de Vereinte Evangelische Mission uit Duitsland haar vraagt om in de Baliemvallei Papoea-vrouwen te helpen wegwijs te worden in de moderne tijd, aarzelt ze geen moment. In 1983 keert ze terug, naar het plaatsje Polimo, waar ze het Vrouwencentrum Tuangken zal opzetten. Elke plank voor de nieuwbouw gaat door Trijntjes handen.

Stoer werk

In dat vrouwencentrum annex meisjesinternaat werkt Trijntje met enorme toewijding en met de Bijbel als richtsnoer. Ze leert vrouwen lezen en schrijven, geeft naailes, brengt ze hygiëne bij en geeft voorlichting over voeding. Het is opnieuw stoer werk dat Trijntje verricht, maar ze doet het zonder klagen. Door vrouwen sterker te maken, help je een heel volk, is haar stellige overtuiging.

In de Achterhoek van Nederland ben ik geboren, nu werk ik in de achterhoek van de wereld

Trijntje staat 24 uur per dag, zeven dagen per week voor de mensen klaar. Waar ze komt, brengt ze gezelligheid. Ze is vrijgevig. Vele jonge Papoea's stopt ze geld toe om te kunnen studeren. Er zijn erbij die om hulp blijven vragen, zelfs als hun studie al lang is afgerond, en dan heeft Trijntje toch nog moeite om die opgehouden hand te weigeren. Ze heeft een ruim hart, staat voor iedereen klaar, maakt geen onderscheid. Als tijdens een opgelaaide stammenstrijd de vijand bij haar aanklopt om te schuilen, biedt ze onderdak.

Humor

Bij alles wat ze doet, weet ze mensen echt te raken, met oprechte interesse en haar altijd aanwezige humor. Tegen vriendin Marijke Bakker geeft ze eens hoog op over haar leerling-verpleegkundigen. "Die meisjes zijn ook zo goed in taal. Als ik 'welterusten' zeg, gaan ze meteen afwassen." Als ze op latere leeftijd een nieuwe hartklep krijgt, vraagt ze de cardioloog om een exemplaar van een rund in te planten. "Want als het van een varken is, kom ik Indonesië niet meer in." Op de vraag waarom ze eigenlijk zo ver van huis haar werk heeft gezocht, luidt het antwoord: "In de Achterhoek van Nederland ben ik geboren, nu werk ik in de achterhoek van de wereld".

Trijntje Huistra op 12-jarige leeftijd met haar zusje op de fiets. © foto's familie

De Papoea's in het binnenland, met name in de Yalimo-vallei, leven eigenlijk nog in het Stenen Tijdperk als Trijntje bij hen komt werken. In relatief korte tijd maakt de bevolking een razendsnelle ontwikkeling door. Op veel vlakken wordt vooruitgang geboekt, zoals onderwijs en medische zorg. Maar die progressie heeft ook zijn schaduwzijde, die materialisme heet.

Daar komt bij dat Indonesië, als nieuwe machthebber, de Papoea's als tweederangsburgers behandelt. Hun leefomstandigheden zijn anno 2018 zeker niet rooskleurig te noemen. Dat maakt dat Trijntje zich soms hardop afvraagt: heb ik wel genoeg gedaan?

Er zijn honderden mensen die deze twijfel in het hoofd van Trijntje Huistra zo zouden willen wegnemen. Maar hét levende bewijs van haar goede werk heet Enny Kenangalem. Als laatstgeborene van een Papoea-tweeling is zij gedoemd om in de rivier te worden verdronken. Haar familie heeft dit voornemen, omdat ze die extra mond niet kan voeden. Zuster Trijntje weet van die gewoonte en besluit zich over het meisje te ontfermen. Enny wordt haar pleegdochter, die ze zal opvoeden alsof het haar eigen kind is.

Door dit meisje van de dood te redden, spaart Trijntje vele levens, zal later blijken. Enny wordt de eerste Papoea-vrouw die afstudeert als arts. Intussen doet ze ook promotieonderzoek naar de bestrijding van malaria. Net als haar (pleeg)moeder heeft gedaan, wil zij dorpen in de binnenlanden bezoeken om medische zorg te verlenen. Want waar de steden op Papua snel moderniseren, blijven de afgelegen gebieden achter, zeker als het om gezondheidszorg gaat. Daar is goed werk te doen, weet Enny uit eigen ervaring.

Met pensioen

Trijntje Huistra keert in 2002 definitief terug naar Nederland, waar ze aanvankelijk moeite heeft om zich aan te passen. De maatschappij is verhard, vindt ze. Waar is het goede oude naoberschap gebleven? Grote moeite heeft ze met het moderne consumptiegedrag, waar Moeder Aarde onder lijdt. Maar Trijntje weet haar draai te vinden. Vanuit haar ouderlijk huis in Leeuwarden zet ze zich actief in voor de Grote Kerk in de Friese hoofdstad. Ook wanneer ze geen ouderling meer is, blijft ze mensen trouw huisbezoeken brengen. "Daar rekenen die oude mensen op", zegt ze, als ze zelf al tegen de tachtig loopt.

Hét levende bewijs van haar goede werk heet Enny Kenangalem (L), Trijntjes pleegdochter, die ze zal opvoeden alsof het haar eigen kind is. © foto's familie

Ze blijft gul voor haar medemens. Een van haar vaste 'klanten' kan elke vrijdag rekenen op een portie zalm. Voor de krantenbezorger hangt ze zakjes Engelse drop aan de voordeur. Geen zus, broer, vriend of kennis bezoekt ze zonder wat lekkers mee te brengen, bij voorkeur een portie Friese 'dúmkes'. Ze stuurt kaarten naar ieder die aandacht behoeft en knoopt met jan en alleman een vriendelijk praatje aan. Met de trein reist ze heel het land af, want Trijntje heeft veel vrienden, van wie de meesten banden of affiniteit hebben met de Papoea's.

Om de paar jaar brengt ze zelf nog een bezoek aan Papua, zoals de Indonesische provincie nu heet. Ze is weliswaar alleenstaand, maar Trijntje heeft wel een soort grote 'schoonfamilie': de Papoea's. Ze schrijft veel en belt ook wekelijks met vriendin Marijke, die nog altijd op Papua woont. Zo blijft Trijntje goed op de hoogte van het leven daar. Hier wordt ze actief voor de Werkgroep Papoea Solidariteitsdagen en geeft ze vele lezingen. Als ze Papoea's op bezoek krijgt in Nederland, laat ze hen de Afsluitdijk zien, als bewijs dat wij het hier ook niet voor niets hebben gekregen, maar dat we hard voor onze welvaart hebben moeten werken.

Onvermoeibaar lijkt ze, tot ze ernstige hartproblemen krijgt. Op haar sterfbed lijkt ze te wachten tot pleegdochter Enny met Marijke uit Papua overkomt. Die snellen rechtstreeks van Schiphol naar het ziekenhuis in Leeuwarden. Als Trijntje is overleden, zal Enny haar voor de laatste keer wassen, zoals zij door haar pleegmoeder werd verzorgd toen ze in dat ziekenhuis van Angguruk ter wereld kwam. Een mooier blijk van dank namens het Papoea-volk had Trijntje niet kunnen krijgen.

Trijntje Huistra werd op 23 februari 1938 geboren in Zelhem. Zij overleed op 1 september 2018 in Leeuwarden. Ze werkte bijna veertig jaar als onderwijzeres, verpleegkundige en sociaal werker met, voor en tussen de Papoea's.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende en minder bekende mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Deel dit artikel

Voor urenlange wandelingen, vol klimmen en dalen, deinst Trijntje niet terug

Trijntje vertrekt, met pijn in het hart

In de Achterhoek van Nederland ben ik geboren, nu werk ik in de achterhoek van de wereld