Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Triestigheid om vreugde uit te plukken.

Home

door Hans Nauta

André Hazes, die gisteren op 53-jarige leeftijd overleed, was vooral bekend als vertolker van het levenslied en de popvariant daarop, de levenspop. Maar de zwarte jas, hoed en bril waarmee hij de laatste jaren optrad verwezen naar zijn grote liefde: ,,Als ik opnieuw geboren word, dan wordt het de blues.''

André Hazes werd geboren op 30 juni 1951 in de Gerard Doustraat 67-3 in Amsterdam. Hij was het vierde kind in een gezin dat 'met zijn achten in een hok' woonde. André zwierf vaak over straat en moest regelmatig zijn vader -een oud-militair zonder geld- uit het café halen. Toen hij op bevrijdingsdag 1959 stond te zingen op de Albert Cuypmarkt, om geld te verdienen voor een cadeau voor zijn moeder, werd hij ontdekt door Johnny Kraaykamp. ,,Ik hoorde meteen dat het ventje een dijk van een stem had. Na afloop kreeg hij een ovationeel applaus van het publiek op straat. Ik zeg: 'Zalle we hem op televisie laten zien?' 'Jáááá!', roepen ze allemaal'', zo vertelde Kraaykamp er later over.

Nadat hij onder de strenge blik van zijn vader in de voorkamer had gerepeteerd, zong Hazes twee weken later het lied 'Piove' in De Eerste Weekendshow van Johnny & Rijk. In nep-Italiaans -veel later nam hij het voor zijn Italiaanse album 'Innamorato' (1986) op met de echte woorden.

Na dat televisiedebuut mocht Hazes twee singles opnemen, 'Droomschip' en 'Juanita', maar een echte doorbraak bleef uit. In diezelfde tijd bezocht de achtjarige Hazes stiekem een concert van Muddy Waters in het Concertgebouw; verstopt onder de lange jas van zijn oudere buurjongen glipte hij naar binnen. De rillingen liepen hem over de rug, vanaf die avond was blues zijn grote liefde.

Op zijn veertiende begon Hazes met werken, om de armoede en problemen thuis te ontvluchten. Eerst stond hij in een fabriek, later werd hij lichtmatroos op de binnenvaart. In de jaren die volgden was hij werkzaam als bloemenbesteller, schoorsteenveger, slagersknecht, fietsenmaker, grondwerker, bouwvakker, sloper, marktkoopman en diskjockey. Daarna werd hij barkeeper in café De Krommert aan de Nassaukade in Amsterdam, en dat beviel best. Als het even niet zo druk was zong Hazes in de microfoon achter de bar, en hij verwierf lokale bekendheid als 'de zingende barman'.

In zijn caravan in Vinkeveen schreef hij op muziek van zijn neef de tekst 'Eenzame kerst'. Hij gooide het bij Willy Alberti in de brievenbus en mocht het zelf opnemen. Van de single werden in december 1976 binnen drie weken 70000 exemplaren verkocht. Ook 'Mamma' werd daarna een hit en verder verscheen zijn debuutalbum 'Zo is het leven'.

Toch keerde Hazes terug naar de horeca. Nadat hij in 1980 een contract had getekend bij platenmaatschappij EMI kreeg zijn carrière vastere vorm. Hij werd gekoppeld aan de jonge producer Tim Griek. Ze werden beste vrienden en werkten samen totdat Griek in 1988 verongelukte.

Griek stopte voor Hazes het levenslied in een popjasje: levenspop. Samen maakten ze in 1980 het album ''n Vriend' en de kerstplaat 'Eenzame kerst'. Een jaar later werd 'Een Beetje Verliefd' een enorme hit.

Van de elpee 'Gewoon André' werden 500000 exemplaren verkocht. Ook 'Zeg maar niets meer' en 'Zij gelooft in mij' stonden op die plaat, waarvoor Hazes van de stichting Conamus de Zilveren Harp kreeg. Er ontstond een Hazes-gekte. ,,Drie optredens per avond, tien in het weekend. Van Groningen tot Maastricht, overal was het feest. Van gewone man tot notaris, allemaal inhaken en meezingen'', zo omschreef hij die drukte.

Hazes groeide uit tot het gezicht van het Nederlandse levenslied. Hij speelde in de Vara-tv-serie 'Zoals u wenst mevrouw' (1984) en trad in de volgende jaren op in Carré en het Concertgebouw in Amsterdam en in de Rotterdamse Ahoy'. De volle agenda zorgde voor een ongezond leven. Hazes dronk te veel, sliep te weinig en belandde daardoor soms in het ziekenhuis. En ook leerde hij dat niet alle vrienden het beste met hem voor hadden.

Na enkele levenspopalbums en zijn EK-voetbalhit 'Wij houden van Oranje' nam Hazes in 1989 een bluesalbum op, 'Dit is wat ik wil', met zijn favoriete songs. Blues zat in zijn bloed. ,,Daar kan geen opera of operette tegenop. Toen ik de teksten van die gasten zat te vertalen, had ik zoiets van, téring, ik zing over dezelfde dingen als zij.'' Hij geloofde niet in reïncarnatie, maar: ,,Als ik opnieuw geboren word, dan wordt het de blues. Zeker weten.''

Rond 'Kleine jongen', de plaat die een jaar later volgde en waarvoor Hazes een gouden plaat en een Edison kreeg, zat hij midden in de scheiding van zijn tweede vrouw. Op de albumhoes stond hij hand in hand met zijn zoontje Melvin, die toen acht was, en die hij na de scheiding nauwelijks nog heeft gezien, net als Nathalie, zijn dochter uit het eerste huwelijk. ,,Zo'n scheiding gaat je niet in je kouwe kleren zitten, vooral niet als er kinderen bij betrokken zijn. Maar je moet toch verder, soms moet je keihard zijn. Ik bepaal mijn eigen leven en niemand anders.''

Hazes trouwde met Rachel van Galen, die publiek bekend werd door de documentaire 'André Hazes: Zij gelooft in mij' van John Appel uit 1999, en kreeg een dochter en zoon met haar. In de laatste jaren probeerde hij iets meer een gezinsleven te leiden, hij zei liever bij zijn kinderen dan in de kroeg te zitten. Ook omdat de cafés niet meer zo gezellig waren als vroeger. ,,Toen was het altijd mudjevol. Dan gingen om twaalf uur de liedjes van Johnny Jordaan, Tante Leen en Manke Nelis op. Gegarandeerd dat het feest werd.''

Nog steeds lustte Hazes graag een biertje. ,,Maar ik ben geen drankorgel. Wees nou eerlijk, als de helft van alle verhalen die daarover de ronde doen waar zou zijn, dan had ik hier toch echt niet meer gezeten.''

Appels documentaire bracht Hazes weer vol in de aandacht. 150000 bioscoopbezoekers zagen de film, waarin Hazes thuis en on the road gevolgd wordt. De volkszanger vol Amsterdamse humor zei in werkelijkheid 'minder zielig en wat vrolijker' te zijn dan uit de beelden bleek. Maar de wisselende stemmingen, de zenuwen voor een concert, waardoor hij de eerste nummers altijd te snel zong, de teleurstelling toen in een stadion in Benidorm geen 20000 maar 800 toeschouwers kwamen opdagen, dat alles maakte deel uit van zijn werkelijkheid.

Hazes omschreef zijn teksten als 'triestigheid waar andere mensen een stukje levensvreugde uit plukken'. Als hij in zijn huis in Vinkeveen zat te schrijven, met rijmwoordenboek, zocht hij bewust een treurige stemming. ,,Vooral in de herfst ben ik zo depressief dat ik niet kan stoppen met schrijven. Dan ben ik op mijn best.''

In 2001 vierde hij zijn verjaardag met een feestnacht in het Amsterdamse Paradiso, een ontmoeting met B.B.King en met de 21-delige serie 'André Hazes 50', een heruitgave van al zijn platen. Uit handen van burgemeester Job Cohen ontving hij het Ereteken van Verdienste van de Stad Amsterdam.

Met het verschijnen van het boek 'Al mijn woorden' en het album 'Nu' zei Hazes zich vooral op de toekomst te willen richten. Als gemeenteraadslid van de lokale partij Ronde Venen Belangen was hij een jaar later niet zo succesvol; hij stortte in na kritiek op zijn functioneren. Maar met een concert in het Olympisch Stadion in Amsterdam revancheerde hij zich.

36000 fans zagen hoe Hazes zichzelf een nieuwe look had aangemeten. Hij droeg een zwartleren jas en een zwarte hoed die hij van gitarist Jan Akkerman had gekregen. De fleurige bloesjes waren definitief de deur uit. In 2003 vierde hij zijn zilveren jubileum en gaf hij als eerste Nederlandse artiest een concert in de Amsterdam Arena. Dit jaar moest hij concerten afzeggen omdat hij problemen had met zijn gehoor.

Hazes zei in 1998 in Trouw niet bang te zijn voor de dood. ,,Wel voor de manier waarop ik dood zal gaan. Het liefst zou ik in een kroeg sterven. Volgens mij ga je veel makkelijker dood als je lazarus bent. Dat is toch altijd beter dan het met je volle verstand mee te moeten maken.''

Deel dit artikel