Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toveren en onttoveren met taal

Home

JOOST VAN VELZEN

interview | De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) dwingt de lezer na te denken over de taal die we gebruiken. Als een overbewuste brokkenpiloot raast hij over de poëtische snelweg.

Wie met een dichter spreekt komt al snel op eigentijdse taal. "Ken je het woord uitrollen?", vraagt Paul Bogaert, als we van station Antwerpen naar een café lopen. Nou en of we dat kennen. Typisch zo'n term die uit het niets kwam en hopelijk ook weer in het niets verdwijnt. Maar het woord is gearriveerd en precies op de halte in het taalregister waar Bogaert graag even uitstapt.

De Vlaamse poëet is een van de internationale gasten op Poetry International, het festival dat de komende dagen (10-14 juni) in Rotterdam plaatsvindt.

Is dat iets voor u, optreden?

"Ik doe dat wel graag, ik kan er nieuwe of andere lezers mee bereiken. Soms werkt het niet, voel ik dat ik moet pompen. De kunst is om het zo te brengen dat het lijkt alsof ik het ter plekke verzin. Zelf vind ik het ontzettend moeilijk om naar poëzie te luisteren. Ik zie liever wat ik hoor, daarom projecteer ik mijn gedichten ook als het kan. Toehoorders die dat willen, kunnen dan ook meelezen. Anderzijds zijn er ook lezers die zeggen dat mijn gedichten anders worden als ze mij horen voorlezen."

Moet een dichter zich laten zien?

"Nee, dat moet niet. Het bijzondere aan Poetry International is dat je er dingen kunt zien en horen die ver van je af staan, waarvan de enige overeenkomst is dat het allemaal poëzie genoemd wordt. En ja, optreden is ook promotie: hier ben ik, ik schrijf, misschien ook voor jou."

Hoe gaat dat bij u, dat schrijven?

"Zelden weet ik op voorhand waar het over zal gaan. Meestal gaat het over verschillende dingen tegelijkertijd. Een goed gedicht is veelkantig. Al ben ik mij tijdens het schrijven heel bewust van wat ik doe en probeer. Het resultaat had ik op voorhand niet kunnen bedenken, het gaat me regelmatig net mijn eigen verstand te boven. Het gedicht ontsnapt soms."

Maar je brood kun je er niet mee verdienen.

"Van dichtkunst alleen kan bijna niemand leven. Ik wil dat ook niet. Zo heb ik ook geen last van productiedwang. Ik heb eigenlijk twee levens. Ik werk ook als redacteur bij de Vlaamse overheid. Dat is goed voor mij, ambtenaar zijn op kantoor, in het gewone leven. Je hebt schrijvers die willen en kunnen bestaan van de pen. Ik bewonder dat maar het is niets voor mij. Ik schrijf niet veel én traag, ik laat graag iets drie maanden liggen om er dan weer mee verder te kunnen. Kan jij mij volgende week om die en die tijd een gedicht leveren? Nee, ik kan dat gewoon niet.

Mijn laatste bundel heb ik gemaakt met steun van een beurs. Daardoor kon ik in deeltijd gaan werken om de rest van de tijd aan het dichten te wijden. Dat was een soort luxe waar ik van genoten heb. Met vier kinderen en een baan was dat zonder beurs moeilijker geweest, al zou ik anders ook geschreven hebben."

Die twee levens staan toch niet volledig los van elkaar?

"Al toen ik twaalf was, wist ik: wat ik ook zal doen later, het zal met tekst te maken hebben. Ik maakte toen al een familiekrantje. In die zin zijn er overeenkomsten, ja. En de werelden van werk en poëzie zijn natuurlijk niet gescheiden. Ik sleep stukjes taal van de ene naar de andere wereld. In een politiehandboek kwam ik eens een zin tegen die ik letterlijk in een gedicht heb overgenomen: 'Een kogel is gemaakt van materialen waaraan het lichaam geen behoefte heeft', stond er. Ha! Dat vind ik zó boeiend."

Dus als u leest: 'Belgacom gaat 4G-netwerk in Brussel uitrollen' is uw dag weer goed?

"Op zich is dat 'uitrollen' wel een mooi woord. Vroeger was 'implementeren' zo'n term waarmee men gewichtig kon doen. Ik vind het vooral interessant hoe en waarom en wanneer iedereen die woorden overneemt. Tot in het gezin aan toe: 'Even kortsluiten met mijn dochter'. Begrijp me goed, ik kijk er niet op neer, op de wereld waarin mensen zulke taal gebruiken, ik maak er zelf deel van uit.

Met onze vertrouwde, vanzelfsprekende taal spelen, dat vind ik leuk. Door bijvoorbeeld die bekende stukjes taal in mijn gedichten zo te gebruiken of te combineren dat er verschuivingen en botsingen ontstaan. In mijn laatste bundel 'Ons verlangen' komt er dus een heks zeggen dat haar ex 'zijn hele leven aan de uitrol van de status-quo heeft gewijd'. De status-quo uitrollen, dat vond ik wel een geslaagde combinatie."

Uw taal is niet typisch Vlaams. Dat bloemrijke, dat barokke, hebt u niet.

(Denkt na) "Er zitten toch wel Vlaamse uitdrukkingen en wendingen in hoor, soms bewust, soms onbewust. Ik denk dat ik switch tussen barok en karig. Dat Vlamingen barok schrijven en Nederlanders niet, lijkt mij een cliché. Of toch een regel met véél uitzonderingen."

Beoogt u een boodschap te hebben met uw gedichten?

"Het gaat nooit alléén over taal omdat taal altijd inhoud met zich brengt. Een van de rode draden in mijn werk is verstikking door gewoonten.

De bundel 'Ons verlangen' is meer een staalkaart van wat mensen elkaar allemaal kunnen aandoen met taal. Mijn gedichten bieden natuurlijk geen pasklare antwoorden of zijn geen compleet afgeronde dingen. En elke lezer vult die gedichten dan zelf nog in en aan."

Heeft u een zwart mensbeeld?

"Mijn laatste bundels zijn nogal hard en zwart, ja. Maar je kunt het ook nuchter noemen. Ik denk dat ik graag ontnuchter. Wel de betovering, maar ook de onttovering. Die twee polen hebben elkaar nodig om te kunnen bestaan. Misschien is schrijven wel zoeken naar die magie, die verschijnt én verdwijnt. Zoals de lezer ook zoekt naar betekenis, die oplicht en uitgaat, die flikkert als een tl-buis."

Lees verder na de advertentie

Poetry International

Het thema van Poetry International 2014 is Paul Bogaert op het lijf geschreven. De festivalopening staat op 10 juni in het teken van 'Het Protocol'. "In rumoerige en onzekere tijden groeit de neiging om menselijke activiteiten te reguleren", aldus de organisatie, die dichters uit de hele wereld strikte voor het evenement in de Rotterdamse Stadsschouwburg.

Verder spreekt Jules Deelder aan de hand van beelden over zijn poëzie, leven en inspiratiebronnen en ontvangt aanstormend dichttalent de C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut van 2013.

Wie is Paul Bogaert?

Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968) studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij publiceerde vijf gedichtenbundels en werd in 2010 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Bogaert de Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel 'de Slalom soft', waarmee hij in 2010 ook de Herman de Coninckprijs won. Recensenten beschouwen Bogaert als een van de interessantste dichters binnen het Vlaams-Nederlandse taalgebied.

Paul Bogaert: 'Ik sleep stukjes taal van de ene naar de andere wereld'.

Deel dit artikel