Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Totale transparantie is het einde van de politiek

Home

We willen alles weten van onze politici en bestuurders. Maar openheid is geen wondermiddel tegen het achterliggende euvel: wantrouwen. En volledige transparantie ondergraaft onherroepelijk ons aller privacy.

Ivan Krastev is een Bulgaar. En Bulgaren, waarschuwt hij maar vast, komen in vergelijkende internationale onderzoeken uit de bus als een van de meest pessimistische volken ter wereld. Krastev kan bij die constatering vrolijk lachen, maar hij doet de nationale reputatie eer aan met zijn sombere analyse van de hedendaagse democratie.

Die is geïnfecteerd door wantrouwen, constateert hij, een virus dat bij uitstek kenmerk was van de communistische samenleving waarin hij zelf opgroeide (hij was 24 toen de Muur viel). Zeker, mensen gaan nog wel stemmen. Maar ze hebben steeds minder het idee dat het ertoe doet, dat het wat uitmaakt. Want ach, die politici? Die kunnen wel veel beloven, maar zitten er uiteindelijk toch vooral voor hun eigen gewin.

Hij heeft geen hoge pet op van het tovermiddel dat in zwang is om dat vertrouwen te herstellen: transparantie. Geholpen door nieuwe technologieën - de smartphone, internet, twitter, facebook - kan de burger macht terugvorderen. Het geeft ons toegang tot een grenzeloze hoeveelheid informatie waarmee we alles wat onze politici doen, wat onze overheid doet, kunnen controleren. Maar betekent meer controle ook meer vertrouwen? De kans is groot dat we alleen maar achterdochtiger worden, meent Krastev. Bovendien: als we verwachten dat anderen alles op tafel leggen, kunnen we zelf niet buiten schot blijven. Transparantie en privacy gaan moeilijk samen. Iedereen uiteindelijk Big Brother: is dat democratie?

'In Mistrust We Trust' is de titel van uw nieuwe boek. Wat bedoelt u daarmee?
"Er is niks mis met wantrouwen. Dat hoort bij een democratisch systeem. Het is altijd nodig dat mensen de macht wantrouwen. De vraag is: wanneer houdt wantrouwen op een nuttige factor te zijn? Het wordt een probleem als wantrouwen tegenover instellingen, wantrouwen tegenover de elite, de belangrijkste basis is waarop een samenleving wordt georganiseerd."

Maar zo erg is het toch niet?
"Onderzoek wijst uit dat in het Westen het vertrouwen in democratische instellingen vanaf de jaren zeventig systematisch is afgenomen. In de VS is daar een heel concrete gebeurtenis voor aan te wijzen: Watergate. In die tijd zie je bovendien een veel bredere beweging op gang komen waarbij steeds meer vraagtekens worden gezet bij de vanzelfsprekendheid van autoriteit en gezag in het algemeen. Niet alleen die van de overheid, maar ook van ouders, leraren, artsen. Bovendien stijgt sinds die tijd het opleidingsniveau, wat mensen toe-gang geeft tot andere bronnen van informatie, waardoor ze minder geneigd zijn wat van overheidswege komt voor zoete koek te slikken."

Mooi toch?
"Wantrouwen is heel nuttig als je mensen de straat op wilt krijgen om te protesteren. Maar je hebt er weinig aan als je ze wilt organiseren om iets op te bouwen.

In deze democratie van wantrouwen zie je vooral de negatieve macht van de burger. Burgers hebben meer dan ooit de macht om iets te voorkómen. Maar ik denk dat we daardoor een groot probleem hebben met collectieve actie. Dat is een verschil tussen de democratie zoals we die eerder kenden en zoals die zich nu ontwikkelt."

Hebben mensen dan geen reden om teleurgesteld te zijn en de politieke elite te wantrouwen?
"Een van de redenen waarom mensen hun leiders zo wantrouwen is dat ze niet het gevoel hebben dat ze in hetzelfde schuitje zitten. Ze hebben niet het idee dat politieke leiders zich echt om hen bekommeren. De politieke elites zijn vandaag de dag veel mobieler dan voorheen. Het gevoel is dat ze in tijden van crisis ons er niet doorheen helpen, maar er vandoor gaan. Kijk naar Griekenland. Politiek leiders wisten niet hoe snel ze hun geld naar het buitenland moesten krijgen."

Gelukkig is er hoop om dat tij te keren, betogen burgeractivisten en in toenemende mate ook politici zelf. Transparantie en openheid kunnen het vertrouwen herstellen. Geholpen door nieuwe technologieën hebben we een wereld aan informatie binnen handbereik, die we met behulp van smartphone en sociale media met de hele wereld kunnen delen. Dat zal 'ze' dwingen eerlijker te worden.

Krastev: "Er is geen twijfel mogelijk dat internet het ons mogelijk maakt meer kennis te verwerven dan ooit tevoren. Denk aan de Republikeinse kandidaat voor het vice-presidentschap, Paul Ryan.

Die claimde dat hij een marathon onder de drie uur had gelopen. In no-time was duidelijk dat hij er meer dan een uur naast zat. Politici kunnen nog wel mensen voor de gek houden, maar ze lopen daarbij meer dan vroeger het risico dat ze zichzelf voor gek zetten.

Bovendien maken nieuwe technologieën het een stuk makkelijker om grote groepen mensen te organiseren. Internet geeft ons burgers meer macht. Je hebt geen geld nodig om advertenties te zetten of pamfletten te verspreiden, je gebruikt facebook of twitter. De smartphone is een wapen, niet in de zin dat hij kan doden of verwonden, maar hij kan er wel voor zorgen dat regimes daarmee zelf minder makkelijk wegkomen.

Maar let wel: toegang tot informatie is niet genoeg. Het idee dat transparantie het vertrouwen in de democratie kan herstellen berust op de veronderstelling dat als mensen maar genoeg zouden weten alles beter zou zijn. Maar meer weten betekent niet automatisch meer begrijpen. En het betekent ook lang niet altijd iets anders doen. De Italianen hebben Silvio Berlusconi meer dan een decennium aan de macht gehouden, hoewel ze door zijn tegenstanders inmiddels bijna waren doodgegooid met alles wat hij had misdaan."

Zeer van nabij heeft Krastev bovendien ervaren dat transparantie en manipulatie elkaar, paradoxaal genoeg, niet uitsluiten. In zijn boek beschrijft hij hoe in 2009 een nieuwe regering aantreedt in Bulgarije, die besluit alle discussies in de ministerraad binnen 48 uur op internet te plaatsen. "Maatschappelijke organisaties waren euforisch. Maar de gevolgen waren heel onverwacht." Ministers gaan met meel in de mond praten. "Al snel werd de openheid een soort p.r.-instrument. De premier gebruikte de bijeenkomsten om tegenstanders aan te vallen of lange redevoeringen te houden. Over de meeste beslissingen was nauwelijks discussie. De perverse consequentie van deze transparantie was dat de 'echte' beslissingen buiten de ministerraad werden genomen."

Toch: in Nederland kunnen we sinds kort de declaraties van onze ministers inzien. Goed om te weten wat ze met mijn belastinggeld doen, en of ze niet in te luxe hotels zitten.
"Het lijkt me vermoeiend; ik moet me steeds afvragen, wil ik dit eigenlijk wel weten. En of ik me daar nou over moet opwinden of niet. Maar het maakt me vooral ongemakkelijk. Het is een poging politieke vraagstukken op te lossen op een technocratische manier. Het idee is dat je kunt zorgen dat politici eerlijk blijven als je maar de juiste software hebt."

Krastev haalt in zijn boek een oude vriend aan die eens half grappend zegt dat er ooit een computerprogramma zal komen dat alle standpunten opslaat die een politicus ooit heeft ingenomen. Zodra hij van mening verandert, wordt dat geregistreerd en kan de kiezer hem of haar afstraffen.

"Het laat zien dat we niet begrijpen wat democratie is. Natuurlijk kan het voor mensen heel frustrerend zijn als politici de ene dag het ene zeggen en de andere dag iets heel anders. Maar als we ons indenken dat politici er alleen maar op uit zouden zijn zo consistent mogelijk te zijn, zijn we nog veel verder van huis. Nieuwe omstandigheden, nieuwe informatie vragen juist de bereidheid om je mening te veranderen. Hoe zou de wereld er uitzien als de Amerikaanse presidenten Woodrow Wilson en Franklin Delano Roosevelt niet waren teruggekomen op hun oorspronkelijk belofte zich niet met de oorlog in Europa te bemoeien?

"Als we politici als criminelen benaderen en behandelen moeten we niet verbaasd zijn als ze dat ook worden. Als we denken dat geldelijk gewin de enige reden is waarom iemand in de politiek gaat, als we niet geloven in positieve motieven, eindigen we met een negatieve selectie. De meest normale en meest idealistische mensen doen niet meer mee, als we politiek alleen nog maar zien als een smerige zaak. Dan mogen we wel de prijs weten van het hotel waar een politicus heeft verbleven, maar al blijkt die redelijk te zijn, we vertrouwen hem nog steeds voor geen cent. Want wie garandeert dat hij wel alles aan de openbaarheid heeft prijsgegeven? De vergaande nadruk op transparantie stimuleert eerder samenzweringstheorieën dan dat het die voorkomt. We kunnen steeds minder geloven dat iets ook toevallig kan gebeuren."

Wel opmerkelijk dat iemand die opgroeide in een samenleving waar de overheid de eigen burgers bespioneerde, zoveel vraagtekens zet bij het verlangen naar een meer transparante overheid.
"Ik ben bang dat we verliefd aan het worden zijn op het idee dat we zelf Big Brother kunnen zijn. In een totalitaire samenleving droomt de staat van de naakte burger, die niets kan verbergen.

Nu dromen wij op onze beurt van een naakt bestuur. Maar volgens mij gaat dat uiteindelijk ook ten koste van onze eigen privacy.

De overheid reguleert ons leven, verzamelt informatie over ons. Dus als we alles weten van de overheid, weten we ook alles van andere mensen. Totale transparantie is de dood van de politiek.

Begrijp me goed: wantrouwen is oké, het managen daarvan ook. Ik ben er niet voor om het politieke proces ondoorzichtig te maken, maar meer openheid is een middel, geen doel".

Hoe dat vertrouwen dan wel te herstellen? In een lezing vorig jaar temperde u bij voorbaat al te hooggestemde verwachtingen. "Ik heb meer vragen dan antwoorden," zei u.
"Wat we missen zijn gezamenlijke, gedeelde ervaringen. Op welk moment vertrouwen mensen hun politieke leiders? Bijvoorbeeld in tijd van oorlog. Je gaat samen dood. Als je je leven in handen legt van iemand anders is wantrouwen niet de meest logische optie."

Maar u propageert toch niet een oorlog om dat gevoel van gezamenlijkheid terug te krijgen?
"Nee natuurlijk niet. Maar denk aan de tijd dat militaire dienst nog bestond. Daar kwamen mensen uit zeer verschillende klassen, met zeer uiteenlopende achtergronden bij elkaar. Dat was belangrijk. In Bulgarije heeft bijvoorbeeld de overgrote meerderheid van de parlementariërs een universitaire opleiding, maar de bevolking niet. Daardoor is de politiek waarschijnlijk wel geprofessionaliseerd, maar dat zorgt tevens voor een grote kloof. "

U heeft geen mobiele telefoon, zit niet op Facebook of Twitter. Is dat uit angst voor de overheid-Big Brother of vreest u de burger- Big Brother?
"Voor de goede orde: natuurlijk maak ik gebruik van internet en email. Maar ik heb besloten me maar beperkt open te stellen voor de wereld. Ik realiseerde me dat je in deze tijd heel gauw het idee hebt dat je iets belangrijks mist. Ik herinner me dat ik me ook zo voelde toen ik zeventien was. Ik ging voortdurend naar allerlei feestjes. Ik had er vaak weinig zin in, maar dacht: misschien is dit wel het beste feest ooit en dan heb ik het gemist. Die druk wil ik niet.

Ik wil tijd hebben om te reflecteren, te begrijpen wat er om me heen gebeurt.

Wie is Ivan Krastev?
Politicoloog Ivan Krastev (1965) maakte in de jaren negentig naam als duider van de chaotische omwentelingen, de etnische spanningen en de sociaal-economische malaise op de Balkan. Tussen 2004 en 2006 was hij directeur van de Internationale Commissie over de Balkan, een studiegroep van ministers van de diverse Balkanlanden, die de integratie van Zuidoost-Europa in de EU schreef. Hij is lid van diverse denktanks, waaronder de European Council on Foreign Relations, een Europa-brede groep van analisten. Krastev schreef, behalve over de Balkan, onder meer over anti-amerikanisme in Europa en hedendaags Rusland.

Uitgehold vertrouwen
In 2004 publiceerde Ivan Krastev 'Shifting Obsessions: Three Essays on the Politics of Anticorruption'. In een interview met Trouw in 2005 legde hij uit dat Bulgaren met corruptie vaak iets anders bedoelen dan misbruik van publieke functies voor privédoeleinden. Corruptie is een magisch woord. "Het verklaart waarom bedrijven die ooit de juweel in de communistische kroon waren, failliet zijn gegaan, waarom de rijken rijk en de armen arm zijn. Klagen over corruptie is de manier van de postcommunistische burger om zijn onvrede te uiten over de huidige politieke elite en te treuren over de niet uitgekomen verwachtingen die in 1989 zo hoog gespannen waren."

Die obsessie met corruptie, analyseerde Krastev, was een geschenk voor de oppositie. "Beschuldigingen van corruptie doen het altijd goed, en ontheffen je van de plicht een werkelijk politiek alternatief te bieden." En dat is heel riskant, want als het publiek ervan uitgaat dat elke politicus of ondernemer corrupt is, dan maakt het niet uit of die zich inspant netjes en correct te blijven. Niemand immers die dat vertrouwt.

Op dat gebrek aan vertrouwen gaat Krastev door in zijn jongste boek, 'In Mistrust We Trust: Can Democracy Survive When We Don't Trust Our Leaders?' Volgens Krastev hebben de omwentelingen en technologische ontwikkelingen van de afgelopen decennia ons wel vrijer en welvarender dan ooit gemaakt, maar tegelijkertijd het vertrouwen in de democratie uitgehold.

Transparantie ('het nieuwe geloof') brengt dat vertrouwen niet zonder meer terug, stelt de Bulgaarse politicoloog. "Democratie gaat over debat, over meningsvorming, niet over politici die voortdurend gecontroleerd worden en vastgepind op hun meningen."

In een samenleving waar de burger Big Brother wordt, heeft uiteindelijk niemand privacy. "Democratie kan niet functioneren zonder vertrouwen en daarom betekent een politiek die uitsluitend gericht is op het managen van wantrouwen het einde van iedere democratische hervorming."

'Wantrouwen is nuttig om mensen de straat op te krijgen. Maar je hebt er weinig aan als je iets op wilt bouwen'

Deel dit artikel