Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Topjurist Davids is verbaasd over het handelen van de regering in Syrië

Home

Willibrord Davids

Strijders van Ahrar al-Sham © Screenshot YouTube

Jurist Willibrord Davids is zeer verbaasd dat de speciale adviseur volkenrecht niet betrokken is geweest bij het regeringsbesluit om Syrische groeperingen te steunen. Davids was voorzitter van de Commissie Davids die de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak onderzocht. Davids wilde geen interview geven maar schreef wel een verklaring als reactie op het nieuws van Trouw en Nieuwsuur. Gezien zijn belangrijke positie besloot Trouw die hier integraal te publiceren. 

"In haar op 12 januari 2010 aan de minister-president aangeboden Rapport van de Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak is op blz. 273 aanbevolen om de positie van een volkenrechtelijk adviseur binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken te herstellen. Zie hierover ook conclusie nr. 22 op blz. 427. De aanstelling van deze adviseur heeft wat voeten in de aarde gehad maar ruim een jaar na de aanbieding is het er toch van gekomen. Bij brief van 24 mei 2011 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (32 500 V, nr. 190) medegedeeld dat hij Prof. A. Nollkaemper heeft aangesteld. De wedergeboorte van deze functionaris als externe volkenrechtelijk adviseur dient er toe om onafhankelijk advies te verkrijgen over belangrijke kwesties van buitenlands beleid waarbij volkenrechtelijke aspecten in het geding zijn. Daarnaast blijft de minister gebruik maken van de ‘nuttige adviezen van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken, die doorgaans diepgaande studies van een volkenrechtelijk vraagstuk betreffen en daarmee een langere voorbereidingstijd hebben.’

Lees verder na de advertentie
De vraag rijst of steun aan elk van de op­po­si­tie­groe­pen, die de regering daarvoor in aanmerking laat komen, vol­ken­rech­te­lijk is geoorloofd

Willibrord Davids

Bij brief van 29 januari 2016 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (27 925 Nr. 570) hebben de ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie en voor Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking bericht over de bestrijding van internationaal terrorisme. Deze brief bevat met betrekking tot landen in een gecompliceerde situatie zoals Irak en vooral Syrië een behoorlijk pakket maatregelen. Een van die maatregelen is de ‘niet-letale steun aan de Syrische gematigde (gewapende) oppositie’ en de Free Syrian Police.

Bij soortgelijke brief van 29 april 2016 (27 925 Nr. 590) hebben de ministers op dit punt enige nadere uitwerking gegeven. In die brief wordt meer gepreciseerd aangegeven om wat voor goederen het gaat: voor continuering van de steun voedselpakketten, medische kits, communicatieapparatuur, kleding, dekens en andere basisbenodigdheden en voor levering van aanvullende middelen zoals (medische) voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, additionele communicatiemiddelen en media office-ondersteuning.

Willibrord Davids © ANP

Het behoeft hier geen nader betoog dat de situatie in Syrië in vele opzichten, waaronder volkenrechtelijk, zeer gecompliceerd is. Alle brieven aan en debatten in de Tweede Kamer hierover leggen nadruk daarop. Er zijn vele spelers waaronder niet-gouvernementele actoren, hun aantal, doelen en terreinen wisselen voortdurend. De minister heeft te kennen gegeven dat steun wordt verleend aan de ‘Syrische gematigde (gewapende) oppositie’. Met dat gewapende tussen ( ) wordt kennelijk aangegeven dat ieder onderdeel van de gematigde oppositie voor steun in aanmerking kan komen, ook als zij haar doelen door gebruik van wapens wil bereiken. Onduidelijk is welke maatstaven worden aangelegd om te bepalen of een oppositiegroep gematigd is. In ieder geval zal een groep die als ‘terroristisch’ moet worden aangemerkt, niet in aanmerking moeten komen. Hier rijst de vraag of steun aan elk van de oppositiegroepen, die de regering daarvoor in aanmerking laat komen, volkenrechtelijk is geoorloofd. Een volgend probleem is dat ook andere instellingen die onder de verantwoordelijkheid van de regering taken vervullen zoals onder meer het openbaar ministerie, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), de AIVD, zich met de toestand in Syrië bezighouden. Hanteren die instellingen dezelfde criteria en zo neen, waarom niet?

Een volgend probleem ligt in de aard van de goederen die als steun worden gegeven. Als enig gemeenschappelijk kenmerk geldt dat zij ‘niet-lethaal’ zijn, dat wil zeggen niet worden gebruikt in de gewapende strijd. Wanneer men de opsomming bekijkt roept in ieder geval de vermelding van voertuigen en communicatiemiddelen vragen op. Een voertuig, zoals een pick-up, kan uitstekend dienen tot aanvoer van verse troepen naar het front of om wapens te vervoeren of daarop te monteren. Als de houder daarvan gewapende strijd voert, zou het naïef zijn te denken dat zo’n voertuig alleen voor het vervoer van zieken en gewonden of vredelievende doelen wordt gebruikt. Een soortgelijk probleem roept de steun met communicatiemiddelen op.

Gelet op deze en andere problemen is het op zijn minst opmerkelijk dat hierover vanuit het Ministerie van buitenlandse zaken geen verzoek aan de onafhankelijk volkenrechtelijk adviseur advies is gevraagd. Weliswaar heeft de minister twee maal advies gevraagd aan deze adviseur over Syrië, waarop deze zijn adviezen heeft uitgebracht op 24 september 2014 (bijlage bij 27925 nr. 507) en 23 juni 2015 (bijlage bij 27925 nr. 543). Hierin worden andere vragen aan de orde gesteld dan die hierboven zijn gesignaleerd. Zij gaan vooral over de steun aan de internationale strijd tegen ISIS, later ISIL genoemd, en het recht op collectieve zelfverdediging. De vragen die aan de orde zijn bij de steun aan gewapende oppositiegroepen in Syrië zouden zeker ook vallen binnen het terrein dat voor deze onafhankelijk adviseur is bedoeld, het zijn immers belangrijke kwesties van buitenlands beleid waarbij volkenrechtelijke aspecten in het geding zijn.”

Willibrord Davids schrijft deze verklaring op persoonlijke titel.

Alle artikelen over het onderzoek naar Nederlandse steun aan Syrische jihadisten kunt u teruglezen in ons dossier.

Lees ook:

Regering passeerde de adviseur volkenrecht bij hulp aan Syrië

De regering heeft bij het besluit om Syrische strijdgroepen te steunen geen advies ingewonnen van haar volkenrechtelijk adviseur, André Nollkaemper. Die zegt nu dat Nederland mogelijk in strijd heeft gehandeld met het internationale recht.

Nederland steunde 'terreurbeweging' in Syrië

De Nederlandse regering heeft een gewapende groepering in Syrië gesteund die door het Openbaar Ministerie als ‘terroristisch’ wordt beschouwd. 

Deel dit artikel

De vraag rijst of steun aan elk van de op­po­si­tie­groe­pen, die de regering daarvoor in aanmerking laat komen, vol­ken­rech­te­lijk is geoorloofd

Willibrord Davids