Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Topfavoriet als regisseur

Home

John Graat

ROUBAIX - Gehuld in een harnas van opgedroogde modder stapte Johan Museeuw op het middenterrein van zijn fiets om Servais Knaven te feliciteren. Twee uit klei geboetseerde mannen, wankel op hun benen, vielen in het velodroom van Roubaix in elkaars armen. Een brede lach brak de korst van slijk op hun gelaat open. ,,Johan, bedankt, bedankt'', fluisterde Knaven zacht.

Dat was voldoende. De overwinning van Servais Knaven in de 99ste editie van Parijs-Roubaix was een overwinning van het collectief van Domo-Farm Frites. Knaven had de benen van zijn leven, maar de architect van het memorabele moment voor de Nederlandse wielersport was een Belg, Johan Museeuw, die de hem toebedeelde hoofdrol moeiteloos inruilde voor een rol als regisseur.

Knaven kreeg daardoor tien kilometer voor Roubaix de ruimte om weg te rijden uit de kopgroep. In de straten van de oude industriestad, toen zijn voorsprong was opgelopen tot 52 seconden, had hij nog de helderheid van geest om zich af te vragen welke Nederlander hij zou opvolgen. ,,Ik wist voor 99 procent zeker dat het Hennie Kuiper was in 1983. Ik was twaalf jaar oud. Kuiper reed in de finale lek en ik zat vandaag steeds te denken: dat zal mij toch ook niet gebeuren?''

Kippenvel kreeg hij van zijn ereronde op de negentiende-eeuwse wielerbaan. Museeuw, tweede, en wereldkampioen Vainsteins, derde, completeerden het succes van Domo-Farm Frites. Manager Patrick Lefevere gaf hen na afloop allemaal een kus op de wang. Voor de zesde keer in zeven jaar had de ploeg van Lefevere (vroeger GB/MG en Mapei) Parijs-Roubaix gedomineerd.

De Belg haalde daarmee zijn gram op de critici in eigen land, die het falen van zijn dure formatie maar bleven benadrukken. ,,Vandaag hebben we de puntjes op de i gezet. Men heeft ons te weinig kans gegeven. Ik heb altijd gezegd dat we de eerste balans pas na de Gold Race zouden opmaken. Zij dachten: Lefevere zevert maar wat. Dat ik nu mijn gelijk haal, is me veel waard.''

Zijn ploeg overheerste in Parijs-Roubaix zoals Mapei dat voorheen en de ploegen van Peter Post in een grijzer verleden in klassiekers konden doen. De werkwijze van Lefevere vertoont parallellen met die van Post, de man die namens Farm Frites bemiddelde in de fusie met Domo. Lefevere maakt net als Post van een hyperprofessionele organisatie zijn keurmerk. Daarnaast trekt zijn ploeg altijd ten strijde met het uitgangspunt: 'Wie er wint is niet belangrijk, zolang het maar iemand van ons is'. Zo'n collectief rendeert echter pas als de kopman in vorm is. Bij Post was dat jarenlang Jan Raas, bij Lefevere is dat sinds 1993 Johan Museeuw.

De voorbije weken worstelde de 'Leeuw van Vlaanderen' nog met zijn vorm, in de nasleep van een zwaar motorongeval in augustus. Daarmee leek de Domo-ploeg vleugellam. Zondag, op de door hem geliefde stenen in de Hel, was de oude Museeuw terug. En hoe. Lefevere: ,,Generaal Museeuw heeft de koers gedirigeerd. Het is jammer dat hij in de finale drie keer lek reed, anders waren we met twee man tegelijk op de piste aangekomen.''

De 99ste Paris-Roubaix voldeed aan alle romantische clichés die sinds 1897 bij de koers zijn gaan horen. De regen in de ochtend had de karrensporen in modderbaden veranderd. Wielrennen werd veldrijden. De renners werden door de opspattende smurrie haast onherkenbaar. Als mijnwerkers uit vooroorlogse tijden reden ze door een macaber decor, met omgeploegde akkers, oude fabrieken, gesloten mijnschachten en een donkergrijze hemel.

Op de spekgladde stenen, schots en scheef weggezakt onder het gewicht van boerenkarren, hadden de coureurs al hun stuurmanskunst nodig om overeind te blijven. Knaven excelleerde daarin. Jarendacht hij dat modderfietsen niets voor hem was, totdat hij zondag op de eerste strook probleemloos in het wiel van de ontketende Gaumont kon blijven. Daarmee groeide zijn zelfvertrouwen. Dat werd nog groter toen hij zich halverwege de koers terugvond in een kopgroep van twintig man, met drie ploegmaten: Museeuw, Vainsteins en Peeters. Lefevere over die aanpak: ,,De concurrentie bij de keel grijpen, direct dichtknijpen en alleen kadavers achterlaten.''

Tsjmil was een van de slachtoffers van de vroege dadendrang van Domo. In het beruchte Bos van Wallers, met nog 89 kilometer voor de boeg, ging Peeters op avontuur. In de achtervolgende groep zaten de grijshemden van Domo vanaf dat moment in een zetel. De rest slaagde er niet in een serieuze achtervolging te organiseren. Dierckxsens wilde wel, maar Hincapie spaarde zijn krachten en Wesemann, Van Bon en Mattan waren niet sterk genoeg.

Toch werd de uitgeputte Peeters op 14 kilometer van de streep teruggepakt. Dat was voor Domo het sein om opnieuw de aanval te zoeken. Knaven moest het spel openen. Bij zijn tweede poging was het raak. Met Museeuw als waakhond in zijn rug reed de dertigjarige Gelderlander naar eeuwige roem. Na Post, Janssen, Raas en Kuiper is hij de vijfde Nederlandse winnaar in Roubaix. ,,Hier droomde ik jaren van. Als het dan echt gebeurt, is het heel onwerkelijk'', vond Knaven.

Deel dit artikel