Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toon van Kalmthout 1928-2007

Home

Esther Hageman

Toon van Kalmthout dacht ooit dat hij monnik zou worden. Maar hij werd wettenmaker bij Onderwijs. En hij speurde het leven van het Joodse meisje Selly na.

Voor zijn ouders was het geen verrassing dat Toon van Kalmthout priester zou worden. Hij was per slot de oudste zoon in een traditioneel katholiek gezin. Na de lagere school had hij meteen naar een seminarie kunnen gaan. Maar daarmee kon je destijds niet naar de universiteit en dat zat zijn vader, die belastinginspecteur was, niet lekker. Dus ging hij elke dag vanuit Gennep met de stoomtram naar het Canisius College in Nijmegen. Die tram zat altijd vol met scholieren.

Toon van Kalmthout wilde zelf graag priester worden. Op z’n achttiende, in september 1947, ging hij in Oosterhout het benedictijner klooster in. De laatste tijd was z’n verlangen specifieker geworden: hij wilde het klooster in, monnik worden.

Het beviel hem er zeer. Maar anderhalf jaar later, vóór de eerste geloftes, vertrok hij toch. Niet dat hij dat echt wilde, maar de abt zag dat het kloosterleven niet goed voor hem was. Dat vond hij bij nader inzien ook zelf.

Toon van Kalmthout werd student rechten, ontmoette zijn vrouw Riet, ze kregen vier kinderen en in 1960 werd hij wetgevingsjurist op het ministerie van onderwijs. Van oorsprong had elke onderwijssector z’n eigen wettenmakers, maar dat had een nadeel. Zo kon het gebeuren dat een wet voor de basisschool heel anders in elkaar zat dan één voor het voortgezet onderwijs. De wettenmakers moesten dus bij elkaar komen te zitten. Van Kalmthout werd directeur van die afdeling: ’wetgeving en juridische zaken’. Van de rij ministers die hij meemaakte, van Cals tot Deetman, kon hij het ’t beste vinden met Van Kemenade – die overigens weinig wetten naliet, maar zijn ideeën in nota’s de wereld in stuurde. Achteraf verweet Van Kalmthout het zichzelf wel eens, dat hij er Van Kemenade niet op heeft gewezen hoe snel na aantreden je met wetgeving moet beginnen, want hoe lang het duurt voor een wet werkelijkheid is.

Eind november 1976, Sinterklaas reed achter een trekker op een kar het dorp binnen waar de Van Kalmthouts woonden, verongelukte daarbij hun jongste dochter, Jetje. Ze was tien. Door die tragedie werden Van Kalmthout en zijn vrouw jarenlang actief bij de Vereniging Ouders van een overleden kind.

Een paar jaar later las Van Kalmthout een boek over Gennep in oorlogstijd. Hij kwam er een klein Joods meisje in tegen, dat hij zich herinnerde uit de tijd dat hij per stoomtram naar school ging. Hij had haar wel eens geplaagd en aan haar haar getrokken. Ze heette Selly en ze was onderweg naar de joodse school – een gewone school, daar mocht een Joods kind niet meer naartoe. Meer dan dat ze opeens niet meer in de stoomtram verscheen wist Van Kalmthout niet over haar.

Later, bij een bezoek aan Westerbork, zochten zijn vrouw en hij naar meer gegevens. Ze bleek Selly Andriesse te heten. Ze was vanuit Kamp Vught naar Sobibor gedeporteerd met een kindertransport. Daar was ze op 11 juni 1943 gestorven, op dezelfde dag als haar moeder.

Op één dag na zijn Selly en Jetje even oud geworden, realiseerde Van Kalmthout zich – allebei net geen elf. Voor Jetje was er een dienst geweest, er was om haar gerouwd, er was een graf met haar naam erop. Voor Selly niet. Het hield hem sterk bezig. Na de dood van zijn echtgenote maakte hij de reis naar Sobibor. Hij bracht begrafenislint mee (’Rust zacht, lieve Selly’) en een boeket kunstbloemen (’omdat die langer heel blijven’, schreef hij praktisch in het verslag van zijn pelgrimage). Zestig jaar na Selly’s dood stak hij het boeket voor haar in het zand van een plantenbak in Sobibor. Toen begin 2005 in Amsterdam de namen van alle Joodse oorlogsslachtoffers werden voorgelezen, was Toon van Kalmthout een van de lezers. Hij was midden in de nacht aan de beurt. Het rijtje namen dat hij oplas bevatte ook die van haar.

Zijn gezondheid begon te wensen over te laten. Hij bracht afgelopen zomer weken door in het ziekenhuis, allengs zwakker. Een voor een hielden zijn organen ermee op.

Na zijn overlijden openden zijn kinderen thuis zijn post. Er zat een brief bij van een mevrouw die hem vergeefs had gebeld, schreef ze. Ze was mensen op het spoor gekomen die hem mogelijk meer over Selly Andriesse konden vertellen.

Antonius Maria van Kalmthout werd op 9 december 1928 geboren in Sneek. Hij overleed op 1 oktober 2007 in Leiderdorp.

Deel dit artikel