Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tony Feitsma, 1928-2009

Home

Alex Riemersma

Als jongste kind en enige dochter is Tony Feitsma in 1928 geboren op een pachtboerderij in Brantgum – gelegen tussen Holwerd en Dokkum. Als zij een jongen was geweest, was zij naar eigen zeggen wellicht zelf boer geworden.

Interesse voor het boerenbedrijf is altijd gebleven. In 1932 besloot haar vader het juk van de pacht van zich af te schudden en met zijn gezin te gaan pionieren in de zojuist drooggelegde Wieringermeer. Eerst op een staatsboerderij, vanaf 1937 op een eigen boerderij. Contact met Friesland en haar passie voor het Fries werd aangemoedigd door de rubriek voor kinderen van “Muoike Wike” in de Leeuwarder Courant. Toen de Duitsers de Wieringermeer in 1945 onder water zetten, bleef van de boerderij alleen de kapschuur staan. Het gezin leefde tot 1952 in een noodwoning onder de kapschuur. Intussen ontwikkelde Tony zich via de lagere school in Opperdoes, de Mulo in Winkel en het Murmellius gymnasium in Alkmaar tot een bolleboos. Zij slaagde in 1946 als beste alpha-leerling. De studie Deens met Frans en Fries als bijvak aan de UvA heeft zij in 1955 cum laude afgesloten.

Tony Feitsma was geen familiemens en huiselijkheid kwam niet voor in haar vocabulaire. Gezelligheid bestond niet in het verzorgen van een feestmaal in een opgeruimd huis. Bezoek moest eerst kranten van de stoelen schuiven en zelf koffie zetten. Zij heeft nooit de psychologische ruimte gevoeld voor een relatie en ook geen kinderen gekregen. Er was wel altijd ruimte voor een goed gesprekwaarin zij onbedaarlijk kon lachen, ook om zichzelf.

Zij is enkele jaren werkzaam geweest als lerares Frans in Harlingen, waar zij o.a. Liesbeth List in de klas had. In 1961 kreeg zij een aanstelling aan het Fries instituut van de universiteit Groningen. Vanaf 1968 werd zij eerst docent, en later hoogleraar Fries aan de VU in Amsterdam. Na het opheffen van de studierichting Fries aan de VU in 1992 is zij nog een aantal jaren bijzonder hoogleraar geweest aan de UvA. Daar heeft zij nog vier promoties afgerond.

In de frisistiek heeft zij veel taai koeliewerk verricht, met name in de ontsluiting van 17e en 18e eeuwse schrijvers in de reeks Estrikken – deze publicaties hebben Gysbert Japicx (1603-1666) minder eenzaam gemaakt in zijn positie als Renaissancedichter. In één van haar vele tientallen publicaties heeft zij beredeneerd hoe Gysbert Japicx tot zijn selectie uit de psalmen is gekomen ter vertaling in het Fries: deze 52 psalmen werden door de piëtisten van de Nadere Reformatie het meest gewaardeerd.

Haar grootste interesse ging uit naar ds. Joost Halbertsma, samensteller van het eerste Friese woordenboek (1872). Veel van haar verspreide artikelen over Halbertsma worden nu postuum gebundeld door oud-VU-collega’s. In 1988 ontving zij de naar Halbertsma genoemde prijs voor wetenschappen van de provincie Fryslân.

Door de studie Deens was zij vertrouwd met het structuralisme in de taalkunde, in het bijzonder de Kopenhaagse school van Louis Hjelmslev. Deze methode en inzichten heeft zij toegepast in haar dissertatie over de autografemen (= het schriftsysteem van de klinkers) in het werk van Gysbert Japicx (1974). Daarmee heeft zij nieuwe wegen gebaand in de frisistiek. Het boek is een Fundgrube voor specialisten, maar niet zo toegankelijk. “Er is één ding dat u niet kunt,” zei haar promotor, Berthe Siertsema, in haar laudatio, “en dat is goed etaleren; u bent wars van elke show”. Daar was zij veel te nuchter voor. Zij vond principieel proefschriften wetenschappelijk niet belangrijker dan andere publicaties. Stelling 11 bij haar proefschrift luidde: “Het verdient aanbeveling de doctorstitel af te schaffen.” Reden voor de familie om in de rouwadvertentie haar alleen als “professor” aan te duiden.

Tony Feitsma voelde zich niet opgesloten in Fryslân, was gewend over fysieke en wetenschappelijke grenzen te kijken. Zij was één van de eersten in Nederland die zich interesseerde voor computerlinguistiek. Zij plaatste het Fries in een internationale context door congressen te organiseren waar wetenschappers uit andere minderheidstaalgebieden spraken, bijvoorbeeld uit Occitanië, Wales en de Noordfriese en Nederduitse taalgebieden in Duitsland. Hiermee heeft zij pioniersarbeid verricht waar op voortgebouwd is door het Mercator Europees Kenniscentrum voor Meertaligheid en Taalleren van de Fryske Akademy.

De frisistiek, de universitaire studie van de Friese taal en literatuur, levert geen tientallen studenten per jaar af en het aantal promoties is ook beperkt.Het hele vakgebied moet door een paar mensen gerund worden. Tony Feitsma heeft promoties begeleid op het gebied van de taalkunde, historische letterkunde, moderne literatuur, kinderliteratuur en de sociolinguistiek. Dat vraagt heel wat wetenschappelijke flexibiliteit. De output van haar werk is niet alleen af te meten aan doctoraalstudenten en promovendi, maar ook aan de vele tientallen bijvakstudenten.

Sommige bijvakstudenten volgden veel langer colleges dan nodig voor het behalen van hun studiepunten, omdat de colleges en werkgroepen zo boeiend gegeven werden, bijvoorbeeld Bibelfrysk (niet alleen het vertalen van Bijbelteksten, maar ook het toepassen van een boerentaal voor kerkelijk gebruik) en de sociale aspecten van de Friese literatuur. Ook deze studenten hebben in hun beroep profijt van het genoten onderwijs. Zo kon het gebeuren dat zij de nieuwe dominee in Grou een paar jaar geleden kon begroeten met de woorden: “Och hea, wat fyn ik dat no aardich dat ien fan myn âld-learlingen myn learaar wurdt” (Wat leuk, dat één van mijn oud-leerlingen nu mijn leraar wordt).

Tony Feitsma geloofde niet in het bedrijven van waardevrije wetenschap. Frisisten hoorden ook mee te doen met de Friese beweging. Zelf stond zij aan de wieg van de Frysk Nasjonale Partij (FNP) in 1962. De FNP kwam in 1966 in Provinciale Staten van Fryslân en heeft als functie gehad om het Friese taal en cultuur op de agenda te zetten van de andere politieke partijen. Nu spreken alle gedeputeerden gewoon Fries en is het beleid voor de Friese taal en cultuur gemeengoed. Dat is niet altijd zo geweest en ook niet vanzelf gegaan. Zij deed actief mee met het formuleren van de Friese wensen voor de staatscommissie-Van Ommen in 1970. Hieruit is het Fries als gewoon vak voor alle leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs in Fryslân ontwikkeld.

Gedurende lange tijd heeft Tony Feitsma gepleit voor een Fries-verklarend woordenboek, een Friese “VanDale”. Tot nu toe bestaan er alleen vertaalwoordenboeken Fries-Nederlands en Nederlands-Fries. Een ééntalig woordenboek met omschrijvingen en uitleg past bij het Fries als zelfstandige cultuurtaal.

Zij was dan ook heel erg trots, dat in januari jongstleden het tweede exemplaar (het eerste was voor minister Plasterk) van het Frysk Hânwurdboek, samengesteld onder eindredactie van oud-studenten, aan haar aangeboden is. Spoedig daarna werd zij zo ziek, dat zij opgenomen moest worden in een verpleegtehuis, waar zij tot haar dood is gebleven. Door haar recht voor de raap manier van discussiëren (“Diplomatieke talenten heb ik niet”) heeft zij niet alleen maar vrienden gemaakt. Vrienden en voormalige vijanden waren wel allemaal present tijdens de ingetogen uitvaartdienst in de Doopsgezinde Vermaning in haar woonplaats Grou. De kist was bedekt met de Friese vlag.

De nalatenschap wordt beheerd door een door haarzelf ingesteld “Fûûns fwar ut Frysk” (www.feitsmafuns.nl). Het fonds heeft als doel de bevordering van het Fries, vooral voor en door de jeugd.

Anthonia Feitsma is geboren op 18 januari 1928 in Brantgum. Zij is overleden op 9 augustus 2009 in Ljouwert / Leeuwarden.

Deel dit artikel